de Obelix methode

De Obelix methode en het Zoetemelk syndroom

Frans herinnert me aan de Obelix methode tijdens ons wekelijkse rondje golfen. Bij de afslag van de derde hole gaat mijn balletje met een mooie boog richting green. Er staan wel wat bomen. Dan blijkt de slag toch iets te kort en het balletje verdwijnt in een boom. Altijd komt het er dan uit en is het zaak te kijken waar het in zijn meestal grillige val terecht komt.

Het balletje komt er niet uit. In ieder geval zien we hem niet vallen. ‘Was Obelix er maar, die zou even aan de boom kunnen schudden’, zegt Frans.

Ik lach. ‘Ja, de Obelix methode. Een effectieve krachtige oplossing zonder noemenswaardige schade’, zeg ik. Frans kijkt me enigszins vragend aan. Maar hij kent me al dertig jaar en verbaast zich niet meer over mijn opmerkingen.

Obelix

De Obelix methode is vanzelfsprekend genoemd naar de grote vriend van Asterix. Als jochie viel hij in de ketel met toverdrank die de druïde Panoramix regelmatig maakt. Een paar druppels ervan maakt de Galliërs onoverwinnelijk. Obelix kreeg een flinke slonk binnen en is voor altijd sterk.

De niet altijd even snuggere Obelix is soms wat onbesuisd. Helemaal als hij zijn bijzondere kracht is vergeten. Maar zelfs dan blijkt zijn actie effectief en het loopt altijd goed af natuurlijk; hoewel soms met de inzet van zijn schrandere vriend Asterix.

De Obelix methode

Een flink aantal jaren geleden was er een periode dat ik met een vriendin bedrijfstermen bedacht. Niet met enige andere bedoeling dan gewoon tijdverdrijf. Eén van de bedenksels was dus de Obelix methode.

Mijn vlotte omschrijving op de golfbaan was verrassend dicht bij de definitie: een effectieve krachtige oplossing zonder noemenswaardige schade. Wat er nog bij hoort is de wat ondoordachte impulsiviteit. De niet rationele, mogelijk intuïtief ingegeven oplossing. Daarbij hoeft de kracht niet altijd in de betekenis van spierballensterkte te zitten; het zo krachtig doorzetten van de ingeslagen weg dat er geen weg terug is.

Joop Zoetemelk

Joop Zoetemelk was een van de beste Nederlandse wielrenners ooit. Hij deed tussen 1970 en 1987 mee aan de belangrijkste, of in ieder geval populairste wielerwedstrijd de Ronde van Frankrijk (Tour de France).

Het idee achter het Zoetemelk syndroom ontstond aan het eind van de jaren zeventig. Joop Zoetemelk werd in 1976, 1978 en 1979 tweede in de Ronde van Frankrijk. In 1980 zou hij ongetwijfeld weer tweede worden. Het leek of hij angst had als eerste te eindigen. Dat hij in 1980 won kwam doordat de gedoodverfde favoriet Bernard Hinault opgaf met een peesontsteking.

Onbevangen

De hierboven getrokken conclusies, ook door journalisten die er soms naar verwijzen, zijn natuurlijk onzin. Toen Hinault uit de Tour stapte stond Zoetemelk slechts 21 seconden achter Hinault in het algemeen klassement. En er moesten nog tien etappes worden gereden.

Maar het verhaal van de eeuwige tweede sloot wel aan bij enkele ontdekkingen in de psychologie. Daarbij bleek bijvoorbeeld onbevangenheid te helpen een overwinning te behalen, naast talent natuurlijk (zie ook een eerder bericht Sprezzatura).

Angst

Daartegenover staan de onderzoeken waaruit bleek dat angst voor overwinning bestaat. Het gaat daarbij bijvoorbeeld over de tafeltennisspeler die voorstaat met 20-10 bij een spelletje tot 21. En dan uiteindelijk toch verliest in het zicht van de overwinning. Bij dat zicht breekt het zweet hem uit.

Het kan allerlei oorzaken hebben. Het kan ook de zelf suggestieve overtuiging zijn ‘ik ben geen winnaar’ of juist de angst om te verliezen. De psychologie hanteert voor dat laatste de term Loss Aversion, overigens ook buiten de sport. Een brede term is Faalangst.

Zoetemelk syndroom

We bedachten dus meer termen naast de Obelix methode. Zoals de Vaatwas-methode; een methode van timemanagement en GTD. Het Zoetemelk syndroom is echter de enige die ik nog regelmatig gebruik. Het kwam ook afgelopen week op de golfbaan ter sprake, toen Frans en ik na het spel spraken over het huidige sportseizoen.

De rare val van Mollema in het zicht van een fraaie klassering in de Tour de France. De polsbreuk van Dumoulin. Je kunt er als verklaring het Zoetemelk syndroom ophangen. Liever tweede, lager of uitvallen, dan op het hoogste podium.

Print deze pagina
Bovenstaand bericht is geschreven op 9 augustus 2016 door in de categorie 2016, Algemeen

Vorige en volgende berichten

« Ouder: Nieuwer: »

Een willekeurig bericht

Ik schrijf op deze site over allerlei onderwerpen. Soms is het heel persoonlijk, soms vooral informatief of beschouwend. Hieronder een willekeurig bericht uit ruim 2000 berichten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

code