Portretrecht en Mohammed

In het kader van portretrecht moet de Volkskrant 1500 euro betalen aan Mohammed. Mohammed is in dit geval Mohammed Rachid. Deze onschuldige Marokkaan stond op een foto die de Volkskrant gebruikte bij een artikel over IS en de veiligheid op Schiphol.

Mohammed eiste 15.000 euro omdat hij op de voorpagina van de krant in verband werd gebracht met IS. De krant beriep zich op vrijheid van meningsuiting. Dit werd door de rechter echter van minder belang beschouwd dan de schending van de privacy van Mohammed. Diens belang was echter niet voldoende voor het geëiste bedrag en evenmin voor de verlangde rectificatie.

Portretrecht

Ik zou Mohammed Rashid nog niet herkennen met de foto in mijn handen. Maar dat is voor het portretrecht niet van belang. Hoe zit het werkelijk met het portretrecht.

Portretrecht is onderdeel van het auteursrecht. Het bestond lang voordat het een tiental jaren geleden ‘populair’ werd. Dat kwam door bijvoorbeeld het Koninklijk Huis en enkele profvoetballers.

Door de koninklijken, omdat ze privéruimte wilden. En liefst niet met een flesje bier in de hand in de media wilden, als ze dat konden voorkomen. De voetballers om er hun inkomen verder mee te verhogen, wanneer adverteerders hun gezicht gebruikten om producten te promoten.

Herkenbaar

Bij portretrecht spelen herkenbaarheid en de mate van schending van privacy. Veel mensen denken dat het met gezichtsherkenning te maken heeft, maar dat is onjuist. Het gaat erom of iemand als individu te herkennen is. Dus ook door lichaamshouding, de plek waar hij/zij staat of op andere wijze.

Dat ik Mohammed Rachid niet herken op de foto, ook al staat hij naast me, doet er niet toe. Het gaat overigens niet alleen om een portret op een foto. Het kunnen ook tekeningen, schilderijen, beeldhouwwerken of bewerkte vormen daarvan zijn, zoals een gephotoshopte foto of karikaturale tekening.

Wanneer iemand herkenbaar is voor bekenden van hem of haar, is portretrecht van toepassing.

Drie situaties

Bij portretrecht kunnen drie situaties bestaan. De wet op het portretrecht onderscheidt er twee, namelijk in opdracht of niet. De derde, toestemming, komt daaruit voort.

1. In opdracht

Heeft een persoon opdracht gegeven voor het maken van een portret, dan heeft de maker van het portret het auteursrecht en heeft de geportretteerde (dat is niet per se de opdrachtgever) het portretrecht. De maker moet in dat geval toestemming hebben van de geportretteerde.

2. Niet in opdracht

Wanneer een portret niet in opdracht is gemaakt mag de maker het publiceren zonder toesteming. De geportretteerde heeft wel portretrecht. Daar kan hij zich echter alleen op beroepen wanneer zijn redelijk belang wordt geschonden. Vaak is dat een schending van privacy, zoals in het geval van Mohammed.

3. Toestemming

Fotografen en soortgelijke beeldmakers wordt vaak geadviseerd toestemming vooraf te vragen. Dat wil zeggen voorafgaand aan publicatie. Afhankelijk van de situatie gebeurt dat dan zelfs voor het maken van de foto of andere beelddrager.

Het lastige bij toestemming vragen en geven is dat niet altijd bekend is waar en hoe het werk zal worden gepubliceerd. Wanneer vrijwel zeker is dat met publicatie geen redelijk belang wordt geschaad, is het iedereen om toestemming vragen omslachtig. Helemaal omdat dit het beste schriftelijk kan worden gedaan, om meningsverschil achteraf te voorkomen.

Zomaar toestemming geven is echter ook niet handig. Want, afhankelijk van de formulering van de ‘quitclaim’, kan de foto worden gebruikt in publicaties die achteraf beschouwd het belang van de geportretteerde schaden.

Mohammed Rashid

De fotograaf van de Schiphol foto’s werkte in opdracht van de Volkskrant of is daar in dienst. In principe had hij (of een willekeurige andere fotograaf) de situatie op Schiphol kunnen fotograferen zonder het einddoel te kennen. Had hij toestemming gevraagd aan de personen op zijn foto’s, dan had hij deze wellicht in de specifieke situatie niet gekregen.

Mijn ervaring is dat mensen in de meeste minder specifieke situaties wel toestemming geven. Ik ben benieuwd hoe een rechter had beslist als Mohammed Rashid toestemming had gegeven.

Een praktijkervaring

In de praktijk komt het veel voor dat een opdrachtgever, bijvoorbeeld redacteur A van een tijdschrift, een foto laat maken door fotograaf B. Dat kan een portretfoto zijn van persoon C. Doorgaans wordt zo’n opdracht vastgelegd in een overeenkomst tussen A en B. Daarin staat ook met welk doel de foto wordt gemaakt; bijvoorbeeld voor het tijdschrift van A. De toestemming van persoon C, die het portretrecht heeft op zijn voorkomen, wordt daarbij als vanzelfsprekend aangenomen.

Het auteursrecht van de foto ligt bij fotograaf B. Plaatst opdrachtgever A de foto later in een ander tijdschrift, dan kan fotograaf B daar zijn beklag over doen. Is dat een tijdschrift waar persoon C niet mee in verband wil worden gebracht, dan kan hij alsnog zijn beklag doen.

Meer informatie:

Print deze pagina
Bovenstaand bericht is geschreven op 14 september 2016 door in de categorie 2016, Algemeen

Vorige en volgende berichten

« Ouder: Nieuwer: »

Een willekeurig bericht

Ik schrijf op deze site over allerlei onderwerpen. Soms is het heel persoonlijk, soms vooral informatief of beschouwend. Hieronder een willekeurig bericht uit ruim 2000 berichten.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*

code