beestjes in het eten (glacé koeken)

Beestjes in het eten – slecht nieuws voor vegetariër

Door in 2017, Algemeen op 26 januari 2017

‘Joh, er zitten beestjes in het eten. Ook in die koek’, zeg ik tegen Rob, een overtuigd vegetariër. Hij kijkt me verbaasd aan en neemt nog een hap van zijn roze koek.

‘Die glacé koeken zijn bijna een cliché voorbeeld van beestjes in het eten’, ga ik verder. ‘Dat roze van die koek is een kleurstof gemaakt van schildluizen. Vlezige beestjes hoor’, zeg ik er lachend achteraan.

‘Cliché voorbeeld?’, vraagt Rob.

‘Nou ja, de roze koek wordt altijd als voorbeeld gegeven van beestjes in het eten. Maar die rode kleurstof van schildluizen komt in heel veel producten voor. Bijna in alles waar rood nodig is. Zelfs in aardbeienjam, terwijl je zou denken dat die al rood is van zichzelf’.

‘Als ik dus als vegetariër aardbeienjam eet, of deze koek, ben ik niet helemaal zuiver bezig?’.

‘Dat mag je zelf bepalen’, antwoord ik, ‘ik zou zeggen dat die beestjes nauwelijks zijn terug te vinden. Het hangt van de productiemethode af. Maar er zijn beslist producten waar beestjes in het eten zitten, zonder dat jij het weet’.

Schildluizen

Schildluizen zijn, evenals roze koek, een bijna standaardvoorbeeld van beestjes in het eten. De kleurstof wordt officieel als E-120 vermeld op verpakkingen. Maar er kunnen ook andere E-nummers worden gebruikt. Bijvoorbeeld omdat er een andere schildluis is gebruikt.

De rode kleurstof, karmijn, wordt verkregen van de Cochenille luis. Die luis komt oorspronkelijk uit Amerika en Mexico. Het werd in de 16e eeuw naar Europa meegenomen. Tegenwoordig wordt het ook hier gekweekt, vooral in de zuidelijke landen. De kleurstof (E-120) wordt vooral gewonnen uit de eitjes van de luis. Het is dus geen bloed, zoals veel mensen denken. Er kan echter wel geplette luis in de kleurstof zitten.

In glazuren en gelei wordt de afscheiding van andere luizen gebruikt, vooral de lakschildluis. Het product wordt schellak genoemd. De luisafscheiding verwerkt als glanslaagje op bonbon en ander snoep wordt op de verpakking vermeldt als E-904. Schellak wordt niet alleen voor voedsel gebruikt.

Beestjes in het eten

Rob is een beetje geschrokken. Wellicht kan hij de luizen nog uit zijn geweten bannen. Lastiger wordt het met veel andere producten. In vrijwel alle geproduceerd voedsel zitten dierlijke producten, zonder dat het duidelijk wordt verteld.

De meeste vruchtendranken bevatten bijvoorbeeld gelatine gemaakt van vis. Het is het ingrediënt dat een bepaald formule levert aan de vruchtendrank. De glans op bonbons, pepermunt, drop, kauwgum en ander snoepgoed komt van de genoemde lakschildluis.

Veel van die producten bevatten ook gelatine gemaakt van de beenderen en huid van varkens en runderen. Na de gekke koeienziekte worden runderen minder gebruikt en wordt varkensgelatine soms vervangen door plantaardige gelatine.

Natuurlijke producten

Dan maar geen fabrieksproducten gebruiken? Helaas, ook bij natuurlijke producten ontkom je niet aan beestjes in het eten. Fruit bijvoorbeeld krijgt vaak eenzelfde glanslaagje als snoep. Het ziet er daardoor aantrekkelijker uit, maar de glans komt door schellak.

De fanatieke vegetariër, maar ook de strengere moslim en halal-aanhanger, moet langs de biologische groenteman voor ongeglansde appels, peren, citroenen en ander fruit.

Boterham met kaas

Om beestjes in het eten te vermijden nemen we een boterham met kaas. Dat dacht je. De meeste soorten kaas bevatten stremsel, een enzym dat wordt verkregen uit de maag van zoogdieren. Voor kaas zijn dat meestal kalveren.

Brood is inderdaad een mooi natuurlijk product. Het wordt al eeuwen gemaakt van vier eerlijke ingrediënten: granen (meel), gist (rijsmiddel), water en zout. Tegenwoordig worden er echter allerlei ingrediënten extra toegevoegd.

Een deel om de verwerking in fabrieken te vergemakkelijken of versnellen. Maar ook om het brood zogenaamd te verbeteren; dat wordt gedaan met L-cysteïne gemaakt van haar en veren van dieren. In veel broodsoorten worden ook dierlijke vetten gebruikt.

Wetten en regels

Rob en anderen die geen dierproducten willen eten hebben het niet makkelijk. Fabrikanten verschuilen zich achter E-nummers of ze gebruiken Latijnse-, scheikundige- en fantasienamen.

Er zijn belangengroeperingen van vegetariërs, moslims en anderen die uit principe of vanwege geloofsovertuiging geen beestjes in het eten willen. Zij proberen nog enig inzicht in de chaos te brengen met lijstjes. Die zijn echter vaak onvolledig.

Daarom wordt steeds harder geroepen om de wetten en regels rond etikettering te veranderen. Die moeten zorgen voor duidelijker vermelding op de verpakking. Dat maakt het echter niet direct makkelijker. Steeds opnieuw moeten de etiketten worden gelezen, want een fabrikant kan zo maar zijn ingrediënten veranderen en dus het etiket aanpassen.

Voor Rob en zijn principe- en geloofsgenoten zou het handig zijn als er een sticker of duidelijk vermelding op de verpakking komt. Bijvoorbeeld met de kreet ‘geschikt voor vegetariërs’, ‘dit product bevat dierlijke ingrediënten’ of ‘verborgen dieren inside’.

Het opengebroken pak

‘Ja Rob, het leven is niet altijd makkelijk’, zeg ik lachend als Rob wat van de schrik is bekomen. Een half uur later neem ik afscheid. Met vijf roze koeken, die ik op kantoor kan uitdelen aan degenen die niet malen om beestjes in het eten.

Print deze pagina

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*




Een willekeurig bericht

Ik schrijf op deze site over allerlei onderwerpen. Soms is het heel persoonlijk, soms vooral informatief of beschouwend. Hieronder een willekeurig bericht dat je wellicht ook leuk vindt om te bekijken. Als je de pagina ververst verschijnt er een ander bericht uit de ruim 1500 berichten.