rokjesdag met een rood wit gestreepte rok

Rokjesdag, ja Martin het is weer rokjesdag

Het is negen uur en al vroeg warm. Ik sta voor het kantoor van een zakenrelatie. Hij is er nog niet. Ik zie zijn auto immers niet op de parkeerplaats. Ik besluit niet naar binnen te gaan. Het meisje aan de balie zal me naar een stoel in de hal dirigeren. Dan liever nog even buiten wachten. Op het bankje iets verderop. Lekker even wat zon op mijn gezicht.

Op de rugleuning van de bank is een metalen plaatje geschroefd. De naam van mijn zakenrelatie staat erop vermeld. Ik glimlach. Aangeboden door en dan zijn naam. Ik wrijf met mijn hand over de twee planken die het zitgedeelte vormen. Glad, toch voel ik de ruwe houtstructuur. Plastic of hout. Ach. Ik ga zitten.

Inparkeren

Recht voor me is een lesauto aan het inparkeren. Ik zie de rijinstructeur driftig aanwijzingen geven. Zijn lippen bewegen. “Nu indraaien” hoor ik hem in gedachten zeggen, terwijl hij met zijn handen meestuurt in de lucht. Het meisje kijkt strak voor zich uit. Ze zucht eens diep. Haar prille borsten bewegen daarbij lichtjes naar voren.

“In je spiegels kijken”, hoor ik de man nu bevelen. Even later staat de leswagen bijna recht, maar toch vooral duidelijk schuin tussen twee geparkeerde auto’s. De man draait zich naar haar toe, wappert met zijn handen een mij onbegrijpelijke boodschap en zegt iets dat ik ook niet kan thuisbrengen.

Dan draait ze het raam open en ik hoor de man zeggen: “wat doen we bij wegrijden? In de spiegels kijken”. Het meisje zucht nog eens diep. Haar borsten en schouders bewegen omhoog.

Soepel

Als ze wegrijden draai ik me even naar het kantoor. De auto van de zakenrelatie staat er nog niet. Er komt een andere leswagen de hoek om. Schuin voor me, aan de andere kant van de weg, staat het stil. “Zet hem er iets terug maar tussen’, hoor ik de rijleraar zeggen. De rossige jongen met een hoofd vol pubertijd reageert direct. Iets te hard, zie ik aan de man naast hem, rijdt hij achteruit. Recht en soepel. Het inparkeren zelf gaat minder goed. Na drie keer voor- en achteruit rijden staat de auto netjes geparkeerd langs de stoeprand. Dat had gemakkelijk in een keer gekund, schat ik in. Er bleef telkens een zee van ruimte tussen de lesauto en de geparkeerde auto daarachter.

Dat was bij het meisje ook al zo, realiseer ik me. Maar dan valt me op hoe de auto blinkt. Die is nog niet zo lang geleden in de was gezet. Dat zou ik ook weer eens moeten doen. Wat is een mooier moment dan het begin van de lente, als de bijtjes de bloemetjes weer opzoeken, mensen hun wintersomberheid van zich afschudden en we weer met zijn allen vaker buiten zijn. Ik geniet van de gedachte dat mijn auto straks weer blinkt.

Een oude man

“Ze zouden eens uit moeten stappen”, hoor ik een stem. “Dan zien ze hoe veel ruimte er nog is achter de auto”. Ik had de oude man niet zien aankomen. Ineens loopt hij voor me langs en hij praat tegen mij. Of praat hij in zichzelf. Het is een beetje een zonderling misschien. Hij is al voorbij. Ik zie alleen nog de lange donkerbruine trenchcoat, de zwarte broek en donkerbruine sneakers.

“Ze zouden eens uit moeten stappen”, herhaal ik in gedachten. Hij heeft gelijk bedenk ik. Ze moeten eens uitstappen. Dan zie je dat je auto een stuk korter is dan je door je spiegels kijkend zou denken. Uitstappend leer je het gezichtsbedrog van je spiegels kennen. Geen beter moment om je dat te realiseren dan bij het inparkeren in een lessituatie.

De lesauto is weg als ik mijn blik weer naar de overkant richt. Maar daar komt de volgende al aan. Het is in deze straat echt een komen en gaan van inparkerende autolessers. Het is een blond meisje. Of misschien is het al een vrouw. Door de achterzijruit zie ik haar en de lesdocent in gesprek als ze tot stilstand komt naast de auto waarachter ze zal gaan parkeren.

Rokjesdag

De man geeft aanwijzingen en kijkt links en rechts in de buitenspiegels. Het meisje draait haar hoofd naar rechts. Daarna vangen onze blikken elkaar in de linker spiegel. Ze lacht. Het meisje is een vrouw. Langzaam rijdt ze achteruit. Soepel draait ze de auto in als ze ter hoogte van het achterwiel van de stilstaande auto is. Maar ze stopt te snel. Naar voor, naar achter en weer naar voor. Je had nog zoveel ruimte achter, wil ik haar toeroepen. Wellicht meer dan een meter.

De rijinstructeur zegt iets. Ik kan me er niets bij voorstellen. Dan maakt de vrouw haar veiligheidsgordel los. Het portier gaat open. Een rode schoen met platte hak komt eronder vandaan. De deur opent zich wijder. Het is duidelijk dat de vrouw gaat uitstappen. In een elegante doorlopende beweging kronkelt de vrouw vanuit zithouding naar een rechte positie, staand naast de lesauto. Boven haar rode schoenen bewegen haar lange benen naar de achterkant van de auto. Een rood wit gestreept rokje wappert rond haar dijen.

Ik geniet van haar verschijning. Als ik me realiseer dat het rokjesdag is hoor ik een claxon. Mijn zakenrelatie stopt tussen de lesauto en mij. Het rechter raampje schuift naar beneden. ‘Sorry dat ik wat verlaat ben. Ik zet even mijn auto weg’. Ik lach geruststellend. Want wat maakt het allemaal uit. Het is rokjesdag. Ja, Martin. Het is weer rokjesdag. Snel wend ik mijn blik weer naar de vrouw in haar rood witte rokje. Rokjesdag, het is nu echt lente.

Zie ook: wiki over Rokjesdag

Print deze pagina
Bovenstaand bericht is geschreven op 28 maart 2017 door in de categorie 2017, Algemeen

Een willekeurig bericht

Ik schrijf op deze site over allerlei onderwerpen. Soms is het heel persoonlijk, soms vooral informatief of beschouwend. Hieronder een willekeurig bericht uit ruim 2000 berichten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

code