muizen - de bosmuis

Muizen in de villa van Paulien

Paulien heeft muizen. Daar kwam ze gisteren achter. Ze had ons, enkele vrienden, uitgenodigd voor een etentje bij haar thuis. Ze woont sinds drie jaar in een bosrijke omgeving. Alle bungalows, villa’s en landhuizen in de woonomgeving hebben grote tuinen, met naast flinke gazons ook veel beplanting. Het huis van Paulien is daarop geen uitzondering. Een heerlijke plek voor vogels… en andere beestjes.

Gekrabbel

We zitten rustig te genieten van het voorgerecht in de grote serre. Het is de lievelingsplek van Paulien. Ze houdt van de glazen uitbouw, het geeft een grote verbondenheid met de tuin.

Ineens kijkt Paulien bedenkelijk, ‘wat hoorde ik?’.

Niemand heeft iets gehoord, behalve ik. Gekrabbel, heel kort, vlak boven me op het plafond. Ik ken de geluiden in haar huis niet zo goed. Het zou ook een vogel in de nog iets hoger gelegen dakgoot kunnen zijn.

‘Soms maakt de vriezer ineens zo’n  geluid. Alsof er ijs los valt en een nieuwe weg zoekt’, vertelt Paulien, wijzend naar de grote Amerikaanse koel-/vriescombinatie.

‘Nee, het kwam van vlak boven me’, zeg ik met grote zekerheid, waarbij ik mijn kleine twijfel uitspreek dat het wellicht een vogel was.

Het zijn muizen

We gaan verder met eten. Al snel, als we ook onze gesprekken voortzetten, is daar weer het gekrabbel. Nu duidelijk aan de andere kant van het plafond en niet in de iets hoger gelegen dakgoot.

‘Je hebt muizen Paulien’, zeg ik, overbodig want iedereen heeft het nu gehoord.

‘Misschien is het er maar eentje’, probeert onze gastvrouw de door haar ongewenste nieuwe situatie te beperken.

Arrogante jonkie

Ze heeft het niet gezegd of ik zie drie muizen voor het raam zitten. ‘Kijk daar zitten ze’, zeg ik en alle aanwezigen volgen met hun blik de richting van mijn wijzende vinger. Er zitten een grote en twee kleinere muizen. Als Paulien opstaat rennen er twee wat ongemakkelijk heen en weer en verdwijnen uit het zicht.

Een van de twee jonkies blijft echter zitten, loopt dan wat heen en weer en zet daarna zijn voorpootjes tegen het raam. Arrogant kijkt hij naar binnen, alsof hij weet dat hij veilig is door de ruit die ons van hem scheidt.

‘Wat een brutaal beestje’, zegt een van de aanwezigen.

‘Nee joh, hij is bang. Zie je niet dat hij beeft van onzekerheid’, merkt een ander op.

Verdwenen

Plots verdwijnt het muisje, dat wel wat groter is dan het muisje dat af en toe in de tuin van mijn moeder loopt. We zien het kort daarna over, onder en langs een paar stenen lopen in het als rotstuintje opgemaakte deel van de tuin, vlak bij de serre.

Daarna is hij weer terug. Hij kijkt nog even naar binnen en dan zien we hem naar de hoek lopen, daar waar de afsluitbare winterserre overgaat in de halfopen zomerserre bij het grote terras.

Een van de aanwezigen gaat naar buiten, naar de hoek waar we het muisje voor de laatste keer zagen. Als hij terugkomt vertelt hij dat er een spleet is tussen het serre-hoekpaneel en de grond. Het muisje is daar waarschijnlijk door gevlucht. De andere muizen hebben zich niet meer laten zien.

Gaten, scheuren en kieren

We gaan weer verder met het eten. Daarbij praten we nog even over het ongemak van muizen. We doen suggesties en tonen onze beperkte muizenkennis. ‘Je zult een kat moeten nemen, Paulien’.

‘Gewoon de gaten dichtmaken’, met als reactie van een ander, ‘dat heeft geen zin want ze kunnen zelfs door een kieren’. ‘Gif halen in Frankrijk, goed gif is in Nederland niet te krijgen’. Enzovoort.

Tijdens het gesprek hebben we het gekrabbel boven ons hoofd nog een keer gehoord.

Muizen

Er zijn veel soorten muizen. In Nederland komen drie soorten muizen het meest voor: huismuis, veldmuis en bosmuis. Een vierde voorkomende muissoort is de spitsmuis. Dat is een beschermde soort. Het mag niet worden bestreden, alleen verjaagd. Hij is het minst schadelijk; het is geen knaagdier maar een insecteneter. Helemaal ongevaarlijk is de spitsmuis niet. Hij is een drager van ziektekiemen, waarmee hij ons voedsel kan besmetten.

Huismuis

De huismuis is het vervelendst. Hij laat zich moeilijk vangen en hij leeft, zoals zijn naam al aangeeft, graag binnenshuis. Het is een slank beestje dat met gemak het huis in komt via gaten, spleten en kieren. De huismuis is een nachtdier. ’s Nachts gaat hij in huis op zoek naar eten.

Daarbij is hij ook een verzamelaar van papier en karton, onder andere voor het nest dat hij ook in het huis bouwt. Met zijn scherpe tanden knaagt hij aan hout en boeken. Vervelend is ook dat hij veel ziektekiemen bij zich draagt. Het grootste gevaar is dat hij met zijn uitwerpselen en urine ons voedsel bevuilt. Een huismuis wijfje kan tot wel 10 keer per jaar 5 jongen werpen, daarin verschilt het sterk van de andere soorten die veel minder vaak werpen (spitsmuis 2-3 keer 6 jongen, bosmuis 2-4 keer 3-7 jongen, veldmuis 5 keer 5 jongen).

Bos- en veldmuis

De huismuis wordt vaak verward met de bosmuis. De huismuis heeft echter kleinere ogen, oren en achterpoten. De bos- en veldmuis bouwen hun nesten onder de grond in bos en veld. Bijzonder aan de bosmuis zijn de lange achterpoten. Daardoor kan hij ver springen, tot wel zeven keer zijn eigen lengte.

De bos- en veldmuis richten hun schade voornamelijk buiten aan. De bosmuis knaagt daar aan bloemknoppen, noten en fruit. Hij heet ook zaden, wat vervelend is in de landbouw. De veldmuis knaagt aan bomen en, als nesten- en gangenbouwer, vernielt hij weilanden en grasmatten.

Pech

Het muisje bij mijn moeder in de tuin is een veldmuisje. Paulien heeft pech. Zij heeft waarschijnlijk last van huismuizen.

Print deze pagina
Bovenstaand bericht is geschreven op 31 maart 2017 door in de categorie 2017, Algemeen

Een willekeurig bericht

Ik schrijf op deze site over allerlei onderwerpen. Soms is het heel persoonlijk, soms vooral informatief of beschouwend. Hieronder een willekeurig bericht uit ruim 2000 berichten.

Comments are closed.