de huisvlieg

De Huisvlieg op black flyday

Black Friday. Het doet me denken aan Black Flyday. Want de huisvlieg is schadelijker dan we denken. Dat las ik als jochie van zeven al in een artikel. Het stond in een boek dat ik vond in een boekenkast bij een klasgenootje. IJverig schreef ik de informatie over. Wie weet kon ik het een keer gebruiken voor een spreekbeurt.

Het artikel bevatte algemene informatie en lijsten. Het vertelde waarom we moeten oppassen met de huisvlieg. Ook somde het een groot aantal bacteriën op die de huisvlieg met zich meedraagt. De notitie die ik jaren geleden maakte heb ik nog wel ergens. Maar waar, dat weet ik niet.

De huisvlieg heeft duizelingwekkend veel nageslacht

Een paar jaar geleden las ik een berekening van Leland O. Howard, een entomoloog (insectkundige). Hij meldde in 1911 dat een enkele overwinterende huisvlieg van april tot september tot bijna 600 miljard eitjes nageslacht genereert.

Howard was heel precies: 598.770.000.000 eitjes. Gelukkig, vertelde hij erbij, komen niet alle eitjes uit. Zijn collega’s vonden zijn berekening vooral nuttig. Ze konden er grafisch de potentiële vruchtbaarheid van een huisvlieg mee aangeven.

Baren, groeien en eerste leefomgeving

Hoe kwam Howard tot dat enorme getal? Die ene vlieg legt gemiddeld 125 eitjes in een worp. Tijdens zijn leven doet hij dat vier keer. De generatie na hem, uit de eerste worp, begint na drie weken zelf ook eitjes te leggen. Dat doen ze het liefst in uitwerpselen en rottend voedsel.

Eitjes en jonge vliegen zijn gevonden in rottend groente en fruit en op menselijke uitwerpselen. Maar ook in mest van paarden, koeien, varkens, honden en in keukenafval, vuilnis en op allerlei soortgelijke plaatsen. De pasgeboren huisvlieg bevuilt zijn mond, pootjes en vleugels in alle denkbare vuiligheid.

Eetgewoonten van de huisvlieg

De huisvlieg is een enorme eter. Het maakt ze niet uit hoe smerig of onwelriekend hun eten is. Met grote snelheid eten ze wat ze pakken kunnen. Daarna ontlasten ze zich door opgenomen voedsel gedeeltelijk weer uit te braken.

Het braaksel wordt daarna vaak weer opgegeten. Als het te vast voedsel is spuiten ze er eerst vloeistof over. Daarna zuigen ze het op. Door het te snel veel innemen van voedsel heeft de huisvlieg veel uitwerpselen. Vooral bij warm weer eten ze dat niet alsnog weer op. Vooral in de zomer zie je daardoor op veel plaatsen vliegenpoep en braakplekken van de huisvlieg.

Leefgedrag van de huisvlieg

Het leven van de huisvlieg bestaat dus uit twee aandachtspunten: eten en poepen. Het enige dat ze verder doen is rondlopen over ons voedsel. En ja ok, rondvliegen en ons lastig vallen met hun gezoem.

Ze lopen met hun vieze harige pootjes over ons voedsel, vegen hun vieze mond er aan af, braken erop en fladderen er met hun bevuilde vleugels boven. Ze lopen, vreten, braken en poepen op voedsel dat wij moeten eten.

Huisvlieg is overal

In de tijd van Leland O. Howard was de huisvlieg overal te vinden waar mensen waren. Het was de meest wijd verspreide insect. Ik heb het idee dat de huisvlieg nu minder voorkomt. Maar zelfs die paar vliegen in onze huidige zomers zorgen nog steeds voor overlast en blijven een plaag.

Geleidelijk zijn we wellicht in de vooronderstelling gaan leven dat de huisvlieg weinig kwaad kan. Dat het een vervelend, maar onschuldig beestje is. Veel minder lastig en gevaarlijk dan een mug, wesp of de opkomende killerbee. Maar niets is minder waar. Dat wisten Howard en zijn collega’s in het begin van de vorige eeuw al. En zelfs lang daarvoor.

Gevaar

De afgelopen honderd jaar zijn er veel nieuwe wetenschappelijke inzichten bijgekomen. Maar, zoals een bevriende medisch specialist me ooit vertelde, veel kennis was begin 20e eeuw al bekend. Het was echter weggedrukt omdat de kennis vooral van Duitse onderzoekers kwam. En die waren toen even wat minder populair.

Maar ik ben benieuwd. Hoe zit het met die vroege informatie over de huisvlieg? Was er in 1900 al veel bekend? Kunnen we spreken van een Black Friday, uh Flyday? Als een dag waarop we inzien van die zwarte mormels gevaarlijker zijn dan we denken? Ook al gaan de huisvliegen die de zomer overleefden nu in winterslaap? En gaan ze eigenlijk wel in een winterslaap?

Samuelson 1860

Op mijn zoektocht vind ik een boek uit 1860, geschreven door James Samuelson. Het boek bevat door de auteur gemaakte microscopische opnamen van de huisvlieg. Dat is wellicht al bijzonder voor die tijd. Hij schrijft: ‘Er is waarschijnlijk geen interessanter object in de dierlijke schepping dan de kop van een gewone huisvlieg.’

Daarna begint een gedetailleerde beschrijving van wat hij ziet door zijn microscoop. Het gaat dan over het lijfje, de borstkast en de buik. Bijzonder vind Samuelson de gewrichten die de huisvlieg moeten beschermen tegen blessures. Maar het mooist vindt hij toch de antennes; die worden ingetrokken bij onverwacht geluid.

Infecties

Het gaat mij hier echter om de gevaren. Een voorlopig rapport uit 1909 voor de Engelse overheid vermeldt ‘vliegen als dragers van infectie’. Na een beschrijving van de methodes van onderzoek wordt verhaald over eerdere onderzoeken waarbij de gevaren zijn bekeken.

Daarbij werd bijvoorbeeld gekeken hoe vliegen omgaan met giffen, bacillen en dergelijke. Een van de vragen daarbij was ‘gaan de vliegen eraan dood of verspreiden ze het?’. Bij andere onderzoeken werd gekeken naar de verspreiding door vliegen van cholera, ontstaan van diarree, de pest en dysentrie.

De huisvlieg

Het leukste boekje is uit 1914 en het heet eenvoudig ‘the housefly’. Charles Gorden Hewitt, entomoloog in Canada, schrijft daarin over allerlei zaken rondom de huisvlieg. Hij maakt daarbij ook onderscheid in huisvliegen en noemt bijvoorbeeld de stalvlieg, de bromvlieg, de zoldervlieg (directe familie van de bromvlieg) en de strontvlieg (in die tijd nog netjes latrinevlieg genoemd).

In hoofdstuk 3 gaat het over de natuurlijke vijanden van de huisvlieg. In hoofdstuk vijf zijn wij aan de beurt. Het behandelt de relatie tussen de vlieg en onze ziektes. Daarbij worden diverse onderzoeken aangehaald die ook in het boekje uit 1909 zijn genoemd.

Conclusie

Na het lezen en doorbladeren van diverse boekjes blijkt dat ze honderd jaar geleden al veel wisten over de huisvlieg. Zijn leefgewoonten waren bekend. En ook de vlieg als ziekteverspreider. Het was al bekend dat het zijn gevaar vooral verspreidde met zijn vleugels en pootjes.

Waar het beestje ook gaat zitten, het verspreid direct bacteriën. Benoemen van alle aanwezige bacteriën was toen wellicht nog een probleem. Maar dat het er heel veel zijn en dat ze verantwoordelijk zijn voor meerdere ziekten was dus bekend.

De waarschuwing die toen al werd verkondigd, gaat nog steeds op: houd ze uit de buurt van je voedsel.

Meer informatie:

Print deze pagina
Bovenstaand bericht is geschreven op 24 november 2017 door in de categorie 2017, Algemeen

Vorige en volgende berichten

« Ouder: Nieuwer: »

Een willekeurig bericht

Ik schrijf op deze site over allerlei onderwerpen. Soms is het heel persoonlijk, soms vooral informatief of beschouwend. Hieronder een willekeurig bericht uit ruim 2000 berichten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

code