Vrienden maken

Vrienden maken, zo doe je dat

In het AD stond gisteren een klein berichtje over vrienden maken. Het had als kop ‘na 200 uur ben je goed bevriend’. Jeffrey Hall van de Universiteit van Kansas heeft het uitgezocht. Tot vijftig uur is de ander een bekende. Dat is bijvoorbeeld de man of vrouw die je af en toe spreekt in de supermarkt.

Vrienden maken

Wanneer je iemand in totaal minimaal negentig uur spreekt zijn jullie vrienden. Dat is het niveau waarop je elkaar boeken uitleent, vraagt de hond en planten te verzorgen bij afwezigheid en dergelijke.

De gesprekken en het contact moeten natuurlijk wel ergens over gaan. Het hoeft niet hoogdravend te zijn. Een goed gesprek over een hobby, werkzaamheden of de familiesituatie is voor vrienden maken voldoende. Maar het moet wel persoonlijke informatie zijn. Een collega die de hele dag tegenover je zit is dus niet per se een vriend. Ook al deelt hij of zij 160 uur per maand met je.

Hele goede vrienden maken

Hele goede vrienden maken duurt meer dan 200 uur in vier maanden. Na die tijd heb je al aan een half woord genoeg om elkaar te begrijpen. Die vrienden kennen je blikken, onhebbelijkheden, gedachtegangen en accepteren je voor wie je bent.

Je hoeft niet eens meer per se met elkaar te praten. Samen een film kijken op televisie, een potje tafelvoetbal spelen of een café bezoeken is dan ook een goede tijdpassering. Maar je moet er tijd in stoppen.

Of zoals Jeffrey Hall zelf zegt, ‘je kunt niet met je vingers knippen en vrienden maken. Het onderhouden van hechte relaties is het belangrijkste werk dat we in ons leven doen. Vraag het maar aan mensen op hun sterfbed’. Waarbij hij direct ook vertelt dat het, vanwege die tijd, in onze jeugd makkelijker ging dan als volwassene.

Zijn onderzoek

Voor zijn onderzoek ontwikkelde Jeffrey Hall met zijn collega’s een eenvoudige vragenlijst. Er zijn slechts een paar vragen nodig om de diepgang van de vriendschap te bepalen. Dat kon, omdat Hall veel kennis uit zijn eerdere studies gebruikte.

In die eerdere studies ontdekte hij bijvoorbeeld dat het brein van een persoon slechts 150 vriendschappen aankan. En dat de hoeveelheid tijd en het soort activiteit, die met een ander wordt gedeeld, een strategische investering is in de lange termijnbehoefte die de kwaliteit van de vriendschap nodig heeft.

Pfff. Wat een zin. Zou daaruit kunnen blijken dat je na die eerste 90 uur nog slechts onderhoud hoeft te plegen?

Verhuizing

Hall keek in het begin alleen naar de vragenlijst van de mensen die in het half jaar daarvoor waren verhuisd. Zij moesten immers min of meer gedwongen nieuwe vrienden maken. Die 355 volwassenen vroeg hij te denken aan iemand die ze na de verhuizing hadden ontmoet.

Hoe was het contact verder verlopen. Hadden ze samen tijd was doorgebracht, welke activiteiten hadden plaatsgevonden en was er al een zekere vriendschapsband ontstaan. Daarna vroeg Hall de deelnemers hoe ze zelf de nieuwe relatie beoordeelden. In welk stadium bevond het contact zich. Was er spraken van bekende (kennis), toevallige vriend, vriend of goede vriend. Daarmee ontdekte hij na hoeveel tijd de vriendschap naar een opvolgend stadium gaat.

Studenten

Na zijn eerste constatering richtte Hall zich op studenten van zijn universiteit. Hij keek naar 112 eerstejaars studenten van de Universiteit van Kansas. Zij waren twee weken daarvoor van hun ouderlijk huis naar Lawrence verhuist, de universiteitsstad. Ook zij ging nieuwe vrienden maken.

Hij vroeg de studenten naar twee mensen die ze in die eerste twee weken hadden ontmoet. Daarna vroeg hij ze na vier en na zeven weken hoe de relatie zich had ontwikkeld.

Conclusie

Door de twee onderzoeken te combineren kwam hij tot zijn geschatte eindconclusie. Na 40 tot 60 uur is er een ontspannen omgang, zoals tussen bekenden en enige vriendschap. Tussen 80 en 100 uur duurt het om een normale vriendschp te vormen. Bij meer dan 200 uur samenzijn kan men goede vrienden worden.

Hall deed veel meer soortgelijke onderzoeken. Mede daaruit vult hij zijn laatste onderzoeksresultaat aan: ‘Je kunt niet vrienden met iemand willen zjin. De ander moet dat ook willen. Je moet beiden tijd investeren’.

Investering

De overgang naar een ander stadium van vriendschap betekent een verdubbeling of verdrievoudiging van de tijd die je samen doorbrengt in korte tijd. Hall zag studenten een derde van hun tijd met een ander doorbrengen. Dat werden in een maan goede vrienden .

Hall adviseert jongeren tijd te investeren in goede vriendschappen. Daarbij verwijst hij naar eerdere studies. Daarin zag hij bijvoorbeeld dat vroege vriendschappen gelukkig maken op latere leeftijd.

Volwassen nieuwe vrienden maken

Volwassenen adviseert hij anderen, potentiële vrienden, uit te nodigen. Maak er een prioriteit van tijd met ze door te brengen. Daarbij moet je de context van het contact uitschakelen. Ben je buren of collega’s, dan is dat je context.

Schakel die dus en maak het persoonlijk. Ga samen eten, een film kijken en heb interesse in de ander.

Meer informatie:

  • Het onderzoek van Jeffrey Hall verscheen in het tijdschrift ‘Journal of Social and Personal Relationships’ als ‘How many hours does it take to make a friend‘ (2018)
  • Enkele eerdere onderzoeken van Jeffrey Hall zijn:
  • Hall deed, soms in samenwerking met anderen, veel meer onderzoek naar vriendschappen. Daarbij ging het zowel om gewone vriendschappen, waarbij seksualiteit niet per se een rol speelt, als hetero- en homoseksuele relaties.
  • Zie ook het bericht ‘dikker worden en vrienden maken‘ over een advertentie uit 1935 voor een dikmaakproduct. De boodschap luiddde ‘wordt wat dikker en maak vrienden’.
Print deze pagina
Bovenstaand bericht is geschreven op 2 mei 2018 door in de categorie 2018, Algemeen

Een willekeurig bericht

Ik schrijf op deze site over allerlei onderwerpen. Soms is het heel persoonlijk, soms vooral informatief of beschouwend. Hieronder een willekeurig bericht uit ruim 2000 berichten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

code