Volendamse ziekte – elk huisje heeft zijn kruisje

‘Misschien had hij wel last van de Volendamse ziekte ’, zegt Richard, ‘ponto cerebel nog wat’. We hebben het over oud klasgenoten. Afgelopen week is er eentje overleden, veel te jong. Deze klasgenoot moest een keer mee naar de faculteit Psychologie*. Daar zeiden ze dat hij kleine hersenen had, vertelde hij me kort daarna.

‘De Volendamse ziekte had hij niet’, reageer ik. ‘Ze bedoelden dat zijn hersenen in het geheel klein waren. De Volendamse ziekte gaat over een deel van de hersenen dat de kleine hersenen wordt genoemd. Dat ligt ergens achterin, net boven je nek’.

‘Jij kan het weten’, zegt Richard met zijn karakteristieke, sarcastische ondertoon. Waar ik zoals gewoonlijk niet op reageer.

‘De Volendamse ziekte was niet zo lang geleden weer in het nieuws. Er was een reportage op televisie over de ziekte in Volendam. Onderzoekers hadden geconstateerd dat de ziekte geleidelijk verdwijnt. Doordat steeds meer Volendammers buiten de gemeenschap trouwen en vooral jonge stellen hun DNA vooraf laten testen’.

‘Ok’.

Volendamse ziekte

Bij de Volendamse ziekte zijn de kleine hersenen onderontwikkeld. Dat is het deel van de hersenen dat zorgt voor de coördinatie van bewegingen, evenwicht en spierspanning. Daarnaast ondersteunen ze meerdere taalvaardigheden en emotionele functies.

Medici noemen de aandoening pontocerebellaire hypoplasie type 2 (afgekort PCH-2). Kinderneuroloog Peter Barth deed met zijn team van het AMC onderzoek naar de ziekte. Ze onderzochten kinderen en de gegevens van kinderen uit diverse landen, zoals Nederland, Duitsland en Brazilië.

In 1990 beschreef Barth zijn bevindingen aan de hand van zeven kinderen uit vijf Volendamse gezinnen. Het stelde vast dat de ziekte vooral voorkomt bij gesloten gemeenschappen, zoals we die kennen op de ‘Bijbelgordel’. In Volendam kwam het frequenter voor dan elders, ontdekte Barth. In de volksmond kreeg de ziekte daardoor de naam Volendamse ziekte.

Foutje in het DNA

In 2008 ontdekten neurogeneticus Frank Baas en zijn team, ook van het AMC, het foutje in het DNA. Het bleek te liggen bij gen TSEN54 op chromosoom 17. Met een zo’n fout gen ben je drager van de ziekte. Om de aandoening te krijgen moeten twee dragers bij elkaar komen (zie recessief).

Die kans is groot in gemeenschappen waar het foute gen al lange tijd wordt doorgegeven. En waar weinig huwelijken met families buiten het dorp werden afgesloten. Of zoals koninklijke en adellijke families niet buiten hun milieu trouwen om hun bezit binnen de familie te houden.

Families en generaties

Volgens Baas ligt de oorsprong van het foute gen bij een zeeman. Deze zou minstens zestien generaties geleden, na Portugal en Brazilië, ook in Volendam zijn geweest. Daar heeft hij rond 1700 het foute gen in een Volendamse familie gebracht.

Na zijn vertrek is het foute gen binnen de overige zes families doorgegeven. Daardoor werd daar tot voor kort een op de 50 kinderen geboren met die Volendamse ziekte. Vroeger stierf zo’n baby kort na de geboorte. Tegenwoordig heeft een patiënt met de ziekte een veel langere levensverwachting.

Pontocerebellaire hypoplasie

In de neurologie heet de Volendamse ziekte pontocerebellaire hypoplasie type 2A (PCH-2). Dat veronderstelt dat er meer typen zijn. Men onderscheidt tegenwoordig tien typen op basis van klinische en genetische kenmerken. Bij de eerste twee typen bestaan subtypen met gedeelde kenmerken.

Bij alle typen betreft het andere gen-mutaties op verschillende chromosomen (type 4 en 5 hebben dezelfde locus – plaats op chromosoom – als type 2A; gen TSEN54 op chromosoom 17) . Ook de uiterlijke kenmerken en symptomen verschillen. Het gaat echter altijd om een abnormale ontwikkeling van de hersenen, wat leidt tot bewegingsproblemen en intellectuele beperking.

Historie Pontocerebellaire hypoplasie

volendamse ziekte (rudolf brun)

Rudolf Brun

Pontocerebellaire hypoplasie werd voor het eerst opgemerkt door de Zwitserse neuroloog Rudolf Brun (1885-1969). Dat was in 1917 in de eerste uitgave van het tijdschrift ‘Swiss Archives of Neurology and Psychiatry’.

Twaalf jaar later beschreef de Duitse neurochirurg Fedor Krause (1857-1937) het ziektebeeld van een meisje dat leed aan Pontocerebellaire hypoplasie. Het meisje was 16 maanden en had problemen met slikken, een schedelafwijking (microcefalie) en spasticiteit (problemen met spierspanning).

Bij verder onderzoek ontdekte Krause dat de kleine hersenen in omvang afnamen. Terwijl de vorming van corticale gyri en sulci (hersengroeven) niet was gewijzigd.

Symptoom behandeling

Het onderzoek van Barth was een grote stap voorwaarts in de kennis over Pontocerebellaire hypoplasie. Met name door de uitgebreide beschrijving van de Volendamse ziekte en het onderzoek dat daarna plaatsvond. De ontwikkeling van de CT-scan hielp vanzelfsprekend ook bij het onderzoek.

Een remedie tegen PCH is er echter nog niet. De ziekte wordt symptomatisch behandeld. Dat gebeurt met fysiotherapie, voeding door de huid (percutane voeding met een sonde), ondersteuning van de ademhaling, behandeling van stoornis in de spierspanning en voorkomen van epileptische aanvallen.

Meer informatie:

  • Wetenschapsjournalist Eva Teuling schreef over de toename van erfelijkheidsonderzoek onder Volendammers en de Volendamse ziekte (PDF).
  • Filmpje over de Volendamse ziekte als onderdeel van een  Lessenserie Genetica Windesheim
  • PDF over ‘the origin of ponocerebellar hypoplasia‘ door V.R.C. Eggens uit 2016
  • PDF van interessante studie over de ontwikkeling van de corticale gyri en sulci
  • PDF van rapport ‘Kinderneurologische oorzaken van microcephalie
  • Zie bericht ‘Volendammers in processie
  • * In de 5e en 6e klas van de lagere school mochten Winfried Bouman  en ik regelmatig enkele lessen missen. We stonden op school een beetje bekend als de ‘encyclopedieën”. We waren door de schoolleiding uitgekozen om mee te werken aan enkele psychologische onderzoeken bij een faculteit op de Nieuwegracht in Utrecht. Over de onderzoeken, wat ze inhielden of wat de resultaten waren, hebben we toen nooit iets gehoord. Veel later werd me verteld dat het onder andere intelligentietesten waren geweest. De bedoelde overleden klasgenoot is slechts een keer meegeweest. Zie verder het bericht ‘IQ-test BNN‘.
Print deze pagina
Bovenstaand bericht is geschreven op 14 juni 2018 door in de categorie 2018, Algemeen

Vorige en volgende berichten

« Ouder: Nieuwer: »

Een willekeurig bericht

Ik schrijf op deze site over allerlei onderwerpen. Soms is het heel persoonlijk, soms vooral informatief of beschouwend. Hieronder een willekeurig bericht uit ruim 2000 berichten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

code