Klik hier om af te drukken.


Private equity, investeren zonder risico

Private Equity

Onlangs schreef ik over borduurgaren fabrikant DMC. Zij werden na ruim 250 jaar overgenomen door private equity fonds Lion Capital. Ik sloot af met de vraag hoe lang het bedrijf DMC nog zou bestaan. Want private equity heeft een slechte naam. Of ligt het anders.

De eerste keer dat ik over de smerige kant van private equity hoorde was rond 2010. Ik sprak iemand uit het bestuur van Ziggo. Hij vertelde me dat de eigenaren, een samenwerking van twee private equity bedrijven, het bedrijf leegplukten. Ze hadden volgens de bestuurder al drie keer hun inleg uit het bedrijf gehaald, 300% rendement dus. En wilden in die tijd met de verkoop van Ziggo nog een keer scoren.

Private equity

Op zichzelf betekent private equity niets anders dan ‘privé vermogen’. Doorgaans is het investeren met privé vermogen in bedrijven die niet aan de beurs zijn genoteerd. Er is een investeringsobject. Daarvoor moet een bepaald bedrag worden betaald. Een of meer investeerders leggen dat geld bij elkaar. Dat zouden bijvoorbeeld de spelers van een voetbalelftal kunnen zijn, mannen die elkaar kennen.

Maar het zijn vaak personen die elkaar niet (willen) kennen of die niet geïnteresseerd zijn in de organisatie rondom een inverstering. Daartoe zijn er private equity investeringsmaatschappijen. In heel veel gevallen is met de investeringen die zij doen niets aan de hand. De individuele investeerders en de investeringsmaatschappijen streven naar rendement. Maar ze begrijpen dat het soms even duurt voor dat wordt gerealiseerd.

Tegenvallende resultaten

Pas als het niet goed gaat beginnen investeerders vervelend te doen. En vaak niet ten onrechte. Bijvoorbeeld omdat een bestuurder van een bedrijf waarin is geïnvesteerd grove fouten maakt in zijn bedrijfsvoering. Die bestuurder hangt dan de vuile was buiten, waarbij hij roept dat die vuiligheid is veroorzaakt door de investeerder.

Het zijn uitzonderingen. Talrijke bedrijven in Nederland worden gefinancierd met prive vermogen en in honderden daarvan gebeurt dat via private equity (maatschappijen). In de meeste gevallen gaat dat zonder problemen. Het bedrijf draait normaal, goed of uitstekend en de investeerder ontvangt een redelijk rendement.

Foute Private Equity maatschappijen

Het zijn de foute private equity maatschappijen die deze wijze van investeren in een kwaad daglicht zetten. Zij hebben een trackrecord van dubieuze constructies en/of te groot eigen belang. Het is dan geen win/win situatie, maar graaien ten koste van het bedrijf waarin wordt geïnvesteerd.

Dubieuze maatschappijen komen vooralsnog voornamelijk uit engelstalige landen. Dubieus op het criminele af. In 2014 verscheen een onderzoek in boekvorm, dat vooral een waarschuwing is voor de verdergaande invloed van de ranzige methode die zulke maatschappijen gebruiken. De schrijvers, twee economen, onderzochten private equity in de Verenigde Staten.

Zij concludeerden dat private equity goed kan zijn voor een bedrijf. Maar dat het steeds vaker verkeerd afloopt door de houding van de investeerder. En voor de investeerder is het dan vrijwel altijd zonder risico. De gevolgen als het verkeerd gaat zijn voor het bedrijf, zijn werknemers, leveranciers, de bank en anderen.

Dubieuze methodes

De dubieuze methode is eenvoudig uit te leggen. Private equity maatschappij A wil bedrijf C kopen voor 200 miljoen. Ze zet daarvoor B op, een aparte rechtspersoon. A gaat naar de bank en verkrijgt voor B een lening wanneer het eigen geld meeneemt, bijv. 25% van de totale koopsom. A stort 50 miljoen in B en de banklening van 150 miljoen komt daarbij. B kan C kopen.

Vervolgens fuseren B en C, waarbij verder de naam van C wordt gevoerd (bijv. Hema, V&D etc). De bankschuld ligt nu bij de fusiepartners. Zolang het goed gaat me het gekochte bedrijf genieten de investeerders van dividend, rente, aflossing, winstuitkering etc. Tegen de tijd dat het slecht gaat hebben de investeerders meestal hun eigen inleg al terug. En anders zijn er nog wel constructies waarmee hun leed wordt verzacht.

Varianten

De basismethode is eenvoudig. Vanzelfsprekend zijn er varianten of extra’s. Echt dubieus wordt het bijvoorbeeld wanneer B, de kopende rechtspersoon, kort voor of na de fusie interessante onderdelen van het aangekochte bedrijf verkoopt. Dat kunnen onroerende goederen zijn, een lucratieve dochteronderneming of iets dergelijks.

De opbrengst van die verkochte onderdelen zou gebruikt kunnen worden om de schuld van C te verlagen. Maar die verdwijnt bij dubieuze private equity maatschappijen meestal in de zakken van de investeerders, bij A dus.

Aanvullende informatie