Klik hier om af te drukken.


Monkey Shoulder, een apenschouder whisky

Vloer mouten - monkey shoulder

Binnenlopen bij Slijterij Van Schaik in Maarssen is altijd een feestje. Roy Smulders weet zoveel van de producten die hij heeft. Daar geniet ik van. Want ik begrijp hoeveel tijd het kost om zo’n wandelende encyclopedie te zijn. Gelukkig hoef ik niet altijd per se iets te kopen. Uiteindelijk werd het gisteren een Monkey Shoulder.

De aanloop naar die aankoop begon afgelopen woensdag. Ik liep binnen om een fles Rogge Genever [1] te kopen. Maar wat me nooit gebeurt, ik merkte het onderweg al, mijn pasjes op kantoor laten liggen. Toch loop ik even binnen, een dag na het begin van de bijna volledige lockdown. Ik krijg een mooi verhaal over het verschil tussen Rogge Genever en de Oude van Zuidam, waar veel meer granen in gaan dan alleen rogge.

Ik neem afscheid met de opmerking ‘ik kom vrijdag terug met pasjes. Zorg maar vast voor iets lekkers om te proeven en met een verhaal’.

Exclusieve Royal Brackla Octave Whisky

‘Ik heb een mooie, exclusief voor ons gebottelde Royal Brackla Octave Whisky’, meldt Roy wanneer ik vrijdag binnenloop. Hij vult een glaasje. En terwijl ik van het eerste slokje geniet vertelt hij het verhaal. Over de eerste koninklijk onderscheiden whiskey, in 1835 door koning Willem IV [2]. ‘Twee jaar later overleed de koning’, zegt Roy lachend, ‘maar dat kwam beslist niet door deze whisky. Hij had een longontsteking’.

Er volgt een verhaal over negen jaar rijpen. Eerst in vaten waarin bourbon heeft gezetenen daarna in ex-sherry vaten. Vaten die Whisky-kenners overigens casks noemen. Na het eerste slokje luister ik alleen nog. Kenners zal het water bij deze Whisky spontaan in de mond lopen, van mij mag er wel wat water bij deze Koninklijke Brackla van bijna 55% alcohol.

Monkey Shoulder

Mens en chimpansee [3]

Mens en aap

We lopen door de zaak richting de Rogge Genever. Onderweg verhaalt Roy onvermoeid verder over elke fles die ik aanwijs. Dan valt mijn oog op een bijzondere naam, Monkey Shoulder. Daar moet een verhaal aan vastzitten, vermoed ik.

‘Weet je wat een Monkey Shoulder is?’, vraagt Roy, als ik de fles aanwijs. Ik schud mijn hoofd, wat ik ook zou hebben gedaan als ik het wel wist.

‘Het is een soort muisarm, maar dan in je schouder. Een RSI die arbeiders in whisky distilleerderijen kregen van het continu in dezelfde houding omscheppen van gemoute gerst. Dat deden ze met zware moutschoppen. Geleidelijk ontwikkelde zich een blessure aan de schouder, waarbij hun arm ging hangen zoals dat van een aap. Vandaar Monkey Shoulder, een apenschouder’.

Alcohol maken

Roy vertelde al eens hoe een en ander werkt. Graan is voornamelijk zetmeel. Om alcohol te maken moet het tot suiker worden omgezet en met gist fermenteren. Mout bereidt het zetmeel daarop voor door de celwanden en eiwitten, die de zetmeelcellen binden, af te breken. En mouten activeert de enzymen in het graan tot de omzetting, wanneer heet water wordt toegevoegd in de beslagkuip.

In feite bootst een mouterij de natuur na. Het mouten bedriegt de graankorrel, die denkt dat het lente is en begint te ontkiemen. In feite dus door de graankorrels in heet water te weken, daarna in vocht te laten rusten en, als de celwanden zijn verdwenen, het proces te stoppen.

Vloer mouten

Tot circa 1880 voerden alle mouterijen dat proces uit door het zogenaamde vloer mouten. Het vochtige graan werd daarbij, voor de rustfase, op een koele vloer uitgespreid. Een vloer van cement of leisteen. Tijdens het kiemen ontstaat echter warmte. Het graan moest daarom regelmatig worden omgedraaid om de temperatuur overal gelijk te houden. Dit deed men dus met de schoppen. Een moeizame taak waarmee men gemiddeld zeven dagen bezig was, en waarbij velen een monkey shoulder blessure opliepen.

Vloer mouten was dus geen prettige methode. Maar het was al de gebruikelijke werkwijze vanaf 300 na het begin van onze jaartelling. Tijdens de industriële revolutie kwamen er geleidelijk andere methoden. Slechts enkele distileerderijen gebruiken de vloermethode nog. Het zou betere whiskey geven, maar dat is volgens kenners vooral een marketingpraatje.

Monkey Shoulder, het whisky merk

Monkey shoulder - moderne-uitstraling [4]

Monkey shoulder voor de moderne jonge liefhebbers (ill: Jonathan Williams)

Monkey Shoulder is slechts een merk met een leuk verhaal in de naam. Vloer mouten komt er niet aan te pas. Monkey Shoulder is een blend (mengsel), bestaande uit drie verschillende soorten single malt whisky: een Glenfeddich, een Balvenie en een Kininvie. Het is dus een triple malt whisky.

Het is in 2005 gemaakt door de beroemde moutmeester David Stewart. Hij wilde de whisky-markt een beetje opschudden en iets nieuws brengen voor de moderne liefhebber. Stewart bracht de whisky naar een zachte ronde smaak met frisse en moutige aroma’s. Ik proef hem echter niet en pak mijn portefeuille ten teken dat ik mijn keuze heb gemaakt. Roy loopt naar zijn magazijn. Even later komt hij terug met een gele kooi voor de aapjes.

Afwerking van de Monkey Shoulder

De kooi is grappig. Thuis kijk ik echter uitgebreider naar de fles. Met mijn achtergrond in de reclame geniet ik van de details. De drie aapjes, een vignet bij het merk Monkey Shoulder, komen overal terug. Op het etiket zijn ze in een präge [5] aangebracht. Na het verwijderen van de capsule zie ik dat de aapjes ook in de kurk zijn ‘gebrand’. Ja, van zo’n ver doorgevoerde huisstijl kan ik enorm genieten.

Ik schenk een beetje whisky in een glas. Na een voorzichtige slok weet ik, deze whisky gaat wel een tijdje mee. Ik neem immers slechts af en toe een glaasje en ik zal niet altijd de voorkeur geven aan deze apenschouder. Wel een gevarieerde smaak. Die komt ook beter vrij na het slurpen van wat lucht. Of door het even in de mond houden van de whiskey, waardoor enzymen in het speeksel beginnen met de afbraak van de suikers. Ik proef een zoet vanille, een vleugje kaneel en iets van het eikenhout.

De apenschouder cape

Monkey Shoulder Cape [6]

Monkey Shoulder Cape in brochure uit 1890

Bij het verhaal van Roy over de apenschouder had ik wel direct een beeld. Ik zag een chimpansee. Die lopen altijd wat naar voren gebogen, waarbij hun lange armen slungelig tot de grond reiken. Maar wat is het medisch gezien en is er vanuit de geschiedenis meer over te vertellen.

In een New Yorkse krant uit 1898 ontdek ik een advertentie van capes, mouwloze bovenkleding. Daar staat in het aanbod een monkey shoulder cape. Na vergelijking met andere capes beslis ik dat het vooral slaat op de harigheid van de cape. Dat hoop ik. In een brochure lees ik echter dat ze capes en mantels aanbieden van haas, buidelrat, zeehond en apenvacht.

Dan is de opmerking in het december nummer van Vanity Fair in 1928 diervriendelijker. Daarin wenst een columnist enkele honkballers apenschouders en -klieren. Dat zou hun legendarische honkbaltrainer Bonesetter Reese gelukkig maken.

De Monkey Shoulder in de medische wereld

Tenslotte zoek ik in oude boeken om te achterhalen wanneer het woord Monkey Shoulder in zwang kwam. Je zou denken ergens in de 19e eeuw. Wellicht veel eerder, omdat vloer mouten tenslotte een heel oude methode is. Ik zoek in oude boeken over brouwen, over whiskey en over medische zaken en de schouder in het bijzonder. Niets. Wel veel informatie over vloer mouten. De eerste keer dat ik de uitdrukking Monkey Shoulder tegenkom is in een recenter boek over whisky.

Dan ook maar even in de recente medische boeken over de schouder kijken. Bij een bevriende orthopedisch chirurg en schouderspecialist mag ik zijn boeken doorbladeren. Het blijkt dat vooral uitgeverij Springer veel over de schouder heeft uitgebracht. Maar monkey shoulder, apenschouder of andere woorden die kunnen wijzen op de blessure van moutdraaiers komen er niet in voor.

Het Monkey Sholder merk maken

Ik vermoed geleidelijk dat de merknaam eenvoudig uit de creativiteit van een PR- of reclamebureau is voorgekomen. Nadat de naam was bedacht gingen meerdere ontwerpbureaus aan de slag. Ik kom talrijke ontwerpen tegen. Geleidelijk krijgen vanaf 2016 meerdere landen hun eigen promotiemateriaal.

Een bureau schrijft dat de naam “Monkey Shoulder” is gekozen als liefdevol eerbetoon aan de schouderblessures. Zou dat een bevestiging zijn dat de brouwers en het PR-bureau de naam bedachten. Natuurlijk nadat ze het verhaal hoorden, wellicht foto’s zagen van de geblesseerde moutscheppers en de vergelijking maakten met het voortbewegen van apen.

Ach, het doet aan het verhaal niets af. Gewoon een goede whisky, die volgens de producent William Grant & Sons ook heel geschikt is als mix-drank.

Aanvullende informatie

Springer-boeken-over-de-schouder [9]