Chaplin poster

De Chaplin poster, een geschiedenis

Vincent geeft me een A3-poster van Charlie Chaplin. ‘Vertel jij me binnenkort maar eens wat het verhaal is bij deze Chaplin poster’, zegt hij.

Vincent is een fan van opgeknapte films uit de Criterion Collectie. Als ik bij hem langsga zit hij met zijn vrouw naar ‘The Kid’ te kijken. Ik het staartje van de film mee. Dan loopt hij zijn werkkamer, terwijl zijn vrouw een borrel voor me inschenkt. Even later komt hij terug met de Chaplin poster.

Het is duidelijk geen gewone filmposter. Linksboven staat een opmerking over fraude. En het bericht gaat over de authenticiteit van Chaplin’s films en zijn handtekening. ‘Ik vermoed dat het een uitvergroting is van een advertentie’, merkt Vincent op. ‘Ik kocht het twee jaar geleden voor een euro op de Vrijmarkt. Toen ik de film kocht moest ik er weer aan denken’.

Chaplin poster

Aan het bericht op de Chaplin poster of advertentie kleeft een verhaal, dat is duidelijk. En het intigreert me inderdaad. Wat was er aan de hand, dat Charlie Chaplin zo’n boodschap naar buiten bracht. De zoektocht zal me ongetwijfeld onderhoudende informatie geven over het werk en leven van de filmzwerver.

Thuisgekomen scan ik de poster. Daarna heb ik al snel een afbeelding gevonden in een uitgave uit 1918 van het tijdschrift Film Fun. Het beslaat een hele pagina in het augustus nummer. Wat was er in 1918 in leven en werk van Chaplin?

Eigen filmstudio

Het jaar ervoor begint Chaplin zijn eigen filmstudio in Hollywood. Hij is pas vier jaar daarvoor bij Keystone Comedy van Mack Sennett gekomen en wordt in die korte tijd een wereldwijd succes. Hij koopt een landgoed van vijf hectare op de hoek van Sunset Boulevard en North La Brea Avenue. Daar bouwt hij de studio waar hij, met een vaste groep medewerkers, 35 jaar zijn films zal maken.

Chaplin heeft een contract op zak van filmproducent en -distributeur First National Exhibitor Circuit. Hij moet acht films afleveren voor 1 miljoen dollar (vergelijkbaar met 20 miljoen in 2020). Het is het allereerste miljoenen contract in de filmindustrie. Naast het productiegeld krijgt hij volledige inhoudelijke zeggenschap, de helft van de opbrengst van de films en volledig eigendom (exploitatierecht) na vijf jaar.

De eigen studio zou een reden kunnen zijn voor de Chaplin poster en advertentie. Maar ik vermoed dat ik voor de werkelijke reden verder terug moet.

Het begin van succes

Charlie Chaplin begint in 1913 bij Sennet als vervanger van de vertrekkende acteur Ford Sterling. Chaplin moet diens rollen min of meer gaan imiteren. Bij de tweede film loopt Chaplin naar de kledingkast. Hij wil niet meer een rol nadoen, maar zijn eigen rol spelen. Chaplin pakt een strak jasje, een wijde broek, een hoedje en een wandelstok. Hij plakt een snor op, een zogenaamde tandenborstelsnor waardoor zijn gezichtsuitdrukkingen zichtbaar blijven.

Hij verkoopt zijn nieuwe outfit, volgens zijn autobiografie, aan Sennet met de woorden: Dit is een veelzijdige kerel. Het is een zwerver, heer, dichter, dromer en eenzame kerel, maar altijd hopend op een leven van romantiek en avontuur. Hij laat je geloven dat hij een wetenschapper is, een muzikant, een hertog, een polospeler. Maar als het moet pakt hij sigarettenpeuken op, rooft hij het snoep van een baby of trapt een dame op haar achterwerk.

Imitators

Charlie Chaplin poster in advertentie

Er was al direct veel merchandising rond Chaplin (zie pdf Chaplinitis)

Charlie Chaplin toert met de komedikanten van Sennet door het land en ze maken films. Chaplin wordt al snel populair. Doordat de films ook in het buitenland verschijnen is hij ook daar in korte tijd een bekende verschijning. En het lijkt een typetje dat gemakkelijk is te imiteren. Al snel zijn er velen die hem nadoen, ook in films. Enkele namen die ik in boeken over Chaplin tegenkom zijn Billy West, Ray Hughes, André Séchan, Ernst Bosser, Carlos Amador, Harry Man en Monty Banks.

Sommige imitators gebruiken als artiestennaam een afgeleide van Charlie Chaplin. Bijvoorbeeld Charlie Kaplin (Ernst Bosser) of Charlie Aplin (Carlos Amador). En ze spelen schaamteloos het typetje en de verhalen waarmee Chaplin succes heeft. Overigens is Billy West de enige die Chaplin redelijk nauwgezet imiteert. Want de zwerver blijkt inderdaad meer lagen te hebben dan de meeste imitators denken. Precies zoals hij het Sennet vertelde toen hij zijn nieuwe outfit toonde.

Ongebruikte film en auteursrecht

Van veel films, in ieder geval meerdere van de Keystone films met Charlie Chaplin, zijn in die tijd de auteursrechten niet vastgelegd. Daardoor kunnen anderen ze eenvoudig opnieuw uitbrengen met een andere titel, eventueel opnieuw gemonteerd, met ongebruikte scenes en meer.

Chaplin werkt in 1915 voor de Essanay Film Company. Die vinden dat het met de imitaties en gekopieerde films de spuitgaten uitloopt. Zij plaatsen eind van dat jaar in meerdere filmbladen een paginagrote oproep tot ‘eerlijk spel’. De Chaplin imitaties in films en het gebruik van ongebruikt materiaal gaat echter gewoon door.

Het miljoenen contract

Ik noemde al enkele onderdelen van het contract met First National Exhibitor Circuit. Nu komen we bij de oorsprong van de Chaplin poster. De distributeur laat in het contract ook opnemen dat Chaplin zijn handtekening moet zetten op de zogenaamde titelkaarten. Dat zijn de kaarten die, voor de komst van geluidfilms, worden getoond tussen filmscenes.

Het imiteren, kopiëren en misbruik maken gaat echter gewoon door. Als zelfstandige ziet Chaplin zich genoodzaakt zijn publiek in 1918 te berichten over het gebruik van zijn handtekening. Het zijn voornamelijk weer paginagrote boodschappen. De Chaplin poster van Vincent is waarschijnlijk een tot A3 uitvergrote kopie daarvan.

Aanvullende informatie

  • De Chaplin poster uit 1918 (PDF )
  • Het landgoed van de Chaplin studio wordt in 1923 getaxeerd op ruim 1 miljoen dollar (met inflatiecorrectie vergelijkbaar met 16 miljoen in 2020). Op een deel van de voormalige studio locatie in Los Angeles bevindt zich nu de American Academy of Dramatic Arts.
  • Na 1918 gaat het misbruik van oud Chaplin materiaal en imiteren van zijn typetje gewoon door. Deels is Charlie Chaplin daaraan zelf schuld. Na de vele films voor de start van zijn eigen studio daalt de frequentie. In 1919 brengt hij slechts twee films uit, die bovendien als matig worden ontvangen. Het publiek schreeuwt echter op het typetje. Filmstudio’s en zelfstandige acteurs springen daar gretig in met namaak.
  • Het kan het echte werk niet vervangen. In april 1920 plaatst de hoofdredacteur van het tijdschrift Photoplay een oproep aan Chaplin. ‘Kom terug, Chaplin’, luidt zijn smeekbede, ‘we hebben je nodig. Omdat je van God’s turbulente knikker iets beters hebt gemaakt om op te leven, omdat de wereld lam is geworden en het geluk is verdwenen sinds je niet in orde bent.
  • Website van Criterion Collectie over de film ‘The Kid’
  • De oproep tot eerlijkheid van de Essanay Film Company in 1915 (PDF
  • Een artikel van Charles J. McGuirck in Motion Picture Magazine van juli en augustus 1915 over de gekte rond Chaplin, die hij Chaplinitis noemt (PDF )
  • De concurrentie van imitators afgebeeld op de omslag van een filmblad (PDF ). De man rechts is waarschijnlijk Billy West
  • Zie ook het bericht ‘Adolf Hitler en de Chaplin groet
  • In de header van dit bericht een deel van de Chaplin poster en een foto waarop Chaplin een titelkaart signeert.
Print deze pagina
Bovenstaand bericht is geschreven op 31 december 2020 door in de categorie 2020, Algemeen

Een willekeurig bericht

Ik schrijf op deze site over allerlei onderwerpen. Soms is het heel persoonlijk, soms vooral informatief of beschouwend. Hieronder een willekeurig bericht uit ruim 2000 berichten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

code