Niksen als een baliekluiver

Niksen, iets wat Nederlanders goed kunnen !?

Niksen, een geval van niets doen. Dat was de titel die freelance journalist Olga Mecking begin 2019 gaf aan haar artikel in de New York Times. Het werd met tromgeroffel begroet. Dat resulteerde een jaar later in het boek ‘Niksen, de Nederlandse kunst van luieren’. Het is inmiddels in meerdere talen uitgebracht.

Een ding is zeker wanneer je, zoals Olga, een boek van 240 pagina’s schrijft over Niksen. Dat je niet doet waarover je schrijft! Het boek leidt, in een interessant lang verhaal, langs allerlei wetenswaardigheden over Nederland en het Nederlands.

Maar wat niksen precies is maakt Olga niet in één zin duidelijk. En dat is wellicht niet verwonderlijk. Ten eerste kennen buitenlanders het fenomeen niet. Dus moet ze het op allerlei manieren omschrijven. Dat doet ze met anekdotes, voorbeelden en de hulp van in Nederland wonende buitenlanders. Ten tweede weten veel Nederlanders niet dat, wat ze doeneen bijzonder fenomeen is. Een echte definitie van niksen is er niet, het bestaat voor ons gewoon.

Niksen

Als betekenis schrijft Van Dale: ‘niets doen’. Andere woordenboeken, taalkundige websites en Olga Mecking komen met nog een voorraadje omschrijvingen. Denk aan: luieren, lanterfanten, lummelen, duimendraaien, rondhangen, dagdieven, flierefluiten en meer.

‘Niets doen’ vind ik uiteindelijk toch de beste omschrijving. Aan de overige werkwoorden hangt teveel een verhaal. Zoals bijvoorbeeld bij het Utrechtse baliekluiven. Waarbij je moet denken aan Utrechters die niksen door over een brugleuning te hangen en niets te doen.

Met het eenvoudige ‘niets doen’ kun je natuurlijk ook nog alle kanten op; zonder er direct één beeld bij te hebben zoals bij die baliekluiver.

Niets doen

Maar wat is ‘niets doen’. Mag je als je nikst nog wel denken, plezier hebben, over een probleem op je werk nadenken, een doel hebben?

Nee, geen doel. Bij niks doen hang je zonder doel over een brugleuning. Of je zit op een terras met alleen een biertje voor je. Je kijkt een beetje om je heen. Wellicht gaat je aandacht even naar de muziek die je hoort. Maar dan wordt je daarvan weer afgeleid door een lichtbeweging in je ooghoek. Het blijkt de zon die even reflecteert in een raam dat opengaat. Terwijl je kijkt naar het raam in afwachting van iemand die zich daar vertoont, vallen de identieke schoorstenen op die staan op drie verschillende huizen. Je verwondert je nog, terwijl er alweer iets anders om je aandacht op te richten.

Een definitie van dat niksen zou dan kunnen zijn: niksen is je in het moment zonder doel laten mee-slingeren in je omgeving.

Woordverklaring, het woord Niksen

De van origine Poolse Olga legt in haar boek het woord Niksen leuk uit. Het komt erop neer dat je in de Nederlandse taal van een zelfstandig naamwoord een werkwoord mag maken. In veel gevallen door er -en aan vast te plakken. Van een borrel naar borrelen en van een fiets naar fietsen. Op dezelfde manier ging het van niets, via niks naar niksen.

De etymologiebank toont ongeveer dezelfde lijn. Daar gaat het van niets, rond 1200, naar nix in de 18de eeuw en van daaruit al snel naar niks. Naar niksen komen ze dan met een voorbeeld uit een krant uit 1951. In de Gelderlander zou ‘een uurtje niksen’ hebben gestaan.

Niksen, zonder doel

Dat voorbeeld kon ik niet terugvinden. Wel eentje in datzelfde jaar in de Het Vrije Volk. Ik vond echter een eerdere vermelding (jpg) in het Algemeen Indisch Dagblad. Een leuke waarin wetenschappers melden dat onze vlees- en melkleverancier het beslist niet makkelijk heeft. De koe dus:

Van de 24 uur worden 411 minuten door de koe grazend doorgebracht. Het dier neemt 24.000 happen met een snelheid van 50 per minuut. Het ligt 580 minuten te niksen, slentert 195 minuten doelloos rond en legt in totaal 2778 meter af.

Het oudste voorbeeld geeft een bijzonder inzicht in niksen. Immers het vermeldt niksen en doelloos rond slenteren als twee aparte grootheden. Terwijl wij tegenwoordig doelloos rondslenteren ook niksen zouden noemen.

De nog oudere niksen

Ik vond nog oudere vermeldingen van het woord niksen. Het stond in het tijdschrift Onze Kunst uit 1902. De zin luidde:

Ik ken niets mooier dan dit groot en tevens bekoorlijke doek, met die majestatische lucht en het toverachtige water, die melodieuze schakeringen, verleidelijk haast als de zang van sirenen en niksen die men er in zou willen dromen.

Ai, dat heeft duidelijk een andere betekenis. Bij sirenen denk ik immers direct aan die prachtige scène in de film ‘O Brother, Where Art Thou?’ van de gebroeders Coen. En in sirenen en niksen op die manier samen zie ik geen halfgodinnen, met het lichaam van een vogel en het hoofd van een vrouw, die niets doen.

Het antwoord vind ik in een tijdschrift uit 1905. Niksen blijken waterelfen. Liefhebbers van Lord of the Rings of Harry Potter hebben daar wellicht direct een beeld bij. Waterelfen horen tezamen met waternimfen, watergeesten, sirenen en harpijen, en wellicht zelfs zeemeerminnen en dergelijke, tot het elfenvolk.

De waterelfen

In een gedicht uit 1890 van de Vlaamse schrijver Pol de Mont komt onderstaande strofe voor:

Daghel vallen maenstralen
Op den vloed …: die nevels elven
Geesten zie ik stijgen, dalen,
Niksen zie ik naderzweven

Het zijn weer de elfjes en geen nietsnutten die niksend op hem toe zweven.

Niksen bij Alie Smeding

Om een vorm te vinden van niets doen moet ik terug naar 1933. In haar boek ‘De IJzeren Greep’, laat Alie van Wijhe-Smeding iemand zeggen: ‘Ik ben laat aan het niksen geslagen, mij bevalt het best’.

Het gaat daarbij om een groepje werklozen die bij elkaar staat. Ze staren sufferig op het dunne groene ijsvlies in de sloot, naar het verweerde gras van de bermen en de langzaam voortdrijvende wolken. … Uit tijdverdrijf spuwen ze op het ijsvlies en een tijdlang zwijgen ze …

Bewust niksen

In het boek Niksen kom ik nog een mooi uitleg tegen. Olga Mecking vond het op een Nederlandse website. Het woord is daar gedefinieerd als ‘bewust niets of heel weinig doen’.

Dat bewuste vind ik wel leuk. In luieren zit een beetje slaperigheid. En bij bijvoorbeeld ledigheid denk ik aan deserteren. Of aan wat wij in militaire dienst kortweg ‘drukken’ noemden, van ‘je snor drukken’. Maar niksen is wellicht een bewuste keuze. Een soort blik op oneindig. Echter niet, zoals in het gezegde, gericht op een actie. Maar juist op geen actie. Een blik op het oneindige niets.

Gewoon kiezen voor niets doen. Of in ieder geval niet meer doen dan kijken, luisteren en een beetje mijmeren. En wellicht voelen, als dat zacht windje op het terras langs je armen glijdt terwijl je nikst.

Aanvullende informatie

  • Ik vermoed dat het boek van Olga Mecking eerst in het Engels uitkwam, bijvoorbeeld maart 2020. Daarna volgden een maand later de Nederlandse vertaling en het boek van de eerste kopieerkat, ‘Niksen, lang leven het lanterfanten’ van Maartje Willems. In september 2020 gevolgd door het boek ‘Niksen, de Hollandse kunst van het nietsdoen’ van Annette Lavrijsen.
  • Het artikel ‘The Case for Doing Nothing’ van Olga Mecking, april 2019 in de NEw York Times ( The Case for Doing Nothing - Olga Mecking (1 download) )
  • De afbeelding in de header is het standbeeld ‘Baliekluiver’ in 2020 gemaakt door de Utrechtse beeldhouwer Ad Jenner. De tekening op de fles Kruidenbitter is van Albert de Rijk sr.
  • Zie ook het bericht ‘Je bent helemaal niets‘.
Print deze pagina
Bovenstaand bericht is geschreven op 5 september 2021 door in de categorie 2021, Algemeen

Vorige en volgende berichten

« Ouder: Nieuwer: »

Een willekeurig bericht

Ik schrijf op deze site over allerlei onderwerpen. Soms is het heel persoonlijk, soms vooral informatief of beschouwend. Hieronder een willekeurig bericht uit ruim 2000 berichten.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

code