AVG is doorgeslagen wantrouwen, o.a. bij gevonden telefoon

AVG is doorgeslagen wantrouwen

AVG is doorgeslagen wantrouwen, dacht ik afgelopen week weer. Het is helaas niet het enige voorbeeld waarbij ik dat denk. Veel maatregelen van overheden zijn gebaseerd op wantrouwen. Ik schreef het eerder in het bericht ‘land van de 2 procent’.

De meeste maatregelen zijn erop gericht een klein deel van de bevolking te bestraffen, in toom te houden, hun overlast te beperken en meer. Maar in de praktijk zijn ze vooral lastig, tijdverslindend en ongemakkelijk voor de overige 98 procent van de bevolking.

AVG is doorgeslagen wantrouwen

Laat ik voorop stellen dat een AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming) in deze digitale tijd niet verkeerd is. Het is goed om voor de bescherming van burgers iets te regelen.

Maar de titel luidt dat ‘AVG is doorgeslagen wantrouwen’. Dat wantrouwen is wat ik constateer bij het lezen en horen van verhalen, met name, rondom privacy. Privacy vind ik niet hetzelfde als gegevensbescherming. Voor ik te gedetailleerd word, eerst het verhaal van afgelopen week

De gevonden telefoon

Afgelopen dinsdag belt de postbode aan. Ik heb geen bestellingen lopen, maar ik doe vanzelfsprekend wel even de deur voor hem open. ‘Dit vond ik hier voor de deur’, vertelt hij, terwijl hij me een mobiele telefoon aanreikt. ‘Wellicht dat jij weet waar de persoon woont. Er zitten kaartjes met zijn naam in het etui’.

Ik bekijk de binnenkant van het telefoonhoesje. Daar vind ik inderdaad kaarten, waaronder een identiteitskaartje. ‘Ik ken de man niet’, meld ik de postbode, ‘maar met deze gegevens zal ik het wel terug kunnen bezorgen’.

Op internet zoeken

Op de identiteitskaart staan voor- en achternaam van de man. Enigszins cryptisch staat de plaatsnaam vermeld, als ‘burgemeester van …’. Het op de puntjes ingevulde kan bij het terugvinden bij geannexeerde dorpen en steden lastiger maken. Die gemeente bestaat dan immers uit meerdere plaatsen. Maar in mijn situatie is de woonplaats direct bekend.

Dus ga ik naar internet en zoek eerst op de voor- en achternaam. Bij eerdere zoekacties blijkt iemand op die manier gemakkelijk te vinden. Maar de man komt niet als resultaat naar boven. Daarna gebruik ik twee telefoonboeken (de telefoongids en het telefoonboek). De man staat er niet in. Dat kan twee dingen betekenen: hij heeft een geheim nummer of hij heeft geen vaste lijn.

De Gemeente bellen

De man blijkt op leeftijd zie ik op de ID-kaart. Daardoor denk ik eventjes het bij de buurman voor te leggen. Hij kent heel veel mensen in de gemeente en zeker de ouderen. Maar ik ga toch voor de wat officiëlere weg en bel de gemeente.

Ik doe mijn verhaal bij de receptioniste en wordt doorverbonden met de afdeling Burgerzaken. Nadat ik in het kort vertel wat ik wil, een adres waar ik de telefoon kan terugbezorgen, krijg ik een AVG-preekje. De vrouw zet haar ambtenarenhakken in het zand.

‘Ik kan u het adres niet geven’, zegt ze, terwijl ik aan de pauzes in het gesprek en haar toon merk dat ze het adres voor zich heeft.

‘Kan niet of mag niet?’, vraag ik.

‘Mag niet’, antwoordt ze kortaf.

Daarna onderdruk ik de opmerkingen waaruit ongetwijfeld een discussie zou ontstaan. Iedere onbenul van de gemeente mag het adres zoeken en zien. Maar een behulpzame burger die een oude man zijn bezittingen wil terugbrengen mag dat niet. Een betere reactie van haar zou zijn naar mijn gegevens te vragen; ik sta immers ook ingeschreven in dezelfde gemeente. Als ik kwade bedoelingen zou hebben, zou ik mijn gegevens niet geven.

Ik stel een laatste vraag, ‘wat adviseert u mij te doen?’

‘Gevonden voorwerpen, daarmee zou ik naar de politie gaan’.

De politie bellen

Dat klinkt goed. Maar er is geen politie in onze gemeente en van omliggende gemeenten weet ik het niet. Bovendien woont de man ongetwijfeld op loopafstand, dus vind ik bezorgen of laten ophalen een betere optie. Ik besluit de politie te bellen.

AVG is doorgeslagen wantrouwen blijkt ook als ik de politie bel. De muts met de pet bij de politie reageert vrijwel identiek als de vrouw bij de gemeente. De pet die ons een paar jaar geleden nog allemaal moest passen, blijkt mij te knellen.

Ik vertel de MVLHBTIQ-of-A+ agent dat de man hoogstwaarschijnlijk in de buurt woont. Dat het voor mij de minste moeite is de telefoon even bij hem langs te brengen. En dat het bovendien de snelste weg is om de man, die zich nu ongetwijfeld zorgen maakt, te verlossen van al zijn vervelende scenario’s. Want dat is immers wat de meeste mensen doen in dit soort situaties. Naast het peinzen over waar het verloren kan zijn.

‘Het mag niet’, zegt de vrouwelijke agent. ‘AVG, u begrijpt dat wel’.

Wederom slik ik mijn mogelijke opmerkingen in. Zoals, dat het hier gaat om ooit gewone menselijke omgangsvormen. Zoals je een pakketje voor de buren aanneemt, een verkeerd bezorgde ansichtkaart even bij iemand door de brievenbus doet of zoiets. Zo breng je ook een bij jouw voordeur verloren telefoon terug naar de rechtmatige eigenaar.

‘Probeert u het eens bij uw gemeente’, beëindigt de vrouw van de politie het gesprek.

Gemeentelijke hulp

Ik had al direct nadat de postbode wegliep gedacht de telefoon bij de gemeente af te geven. Laten ze het daar maar uitzoeken, was mijn gedachte. Maar er zijn allerlei redenen om dat niet te doen.

Uit ervaring weet ik dat gemeenteambtenaren niet de meest daadkrachtige personen zijn; in ieder geval niet voor gemeentewerk. Bovendien zijn de gemeentehuizen nu slecht bezet vanwege thuiswerken. Tegenwoordig wonen de meeste ambtenaren ook nog eens niet in de gemeente van hun werkkring. En zo zijn er meer redenen.

Dus bel ik opnieuw de gemeente. Ik krijg dezelfde vrouw aan de lijn. Na weer wat heen en weer gepraat zegt ze uiteindelijk, ‘ik zal wel iemand sturen’. Daarbij is het me niet direct duidelijk of ze die persoon naar mij of naar de man zonder telefoon stuurt. Op mijn vraag wanneer dat ongeveer gaat gebeuren krijg ik als antwoord, ‘binnen nu en een uur krijgt de man een briefje in zijn brievenbus’.

Ophalen van de telefoon bij mij en daarna langsgaan bij de man, lijkt me zinvoller. Maar goede suggesties leveren tegenwoordig vaak discussies of onbegrip op, niet alleen bij ambtenaren, dus laat ik het zo.

Eind van het verhaal

’s Avonds om acht uur wordt er gebeld. Het is de man, op dat moment nog zonder zijn mobiele telefoon. Hij wil even weten op ik thuis ben. Want zegt hij, ‘ik heb een briefje op mijn deurmat gevonden met uw naam, telefoonnummer en adres, en de mededeling dat u mijn telefoon heb gevonden’.

‘Dat heeft een bereidwillige ambtenaar van de gemeente gedaan’, zeg ik met een licht sarcastische ondertoon. ‘Uw adres wilde ze mij niet geven, maar mij doopceel lichten was voor haar dus geen probleem’.

Doorgeslagen wantrouwen en onbekendheid

Niet alleen AVG is doorgeslagen wantrouwen. Het geldt zoals opgemerkt in de inleiding voor meerdere maatregelen van overheden. Een denkwijze die overigens meerdere bedrijven hebben overgenomen. Het touwtje door de brievenbus van Jan Terlouw is een ketting op menselijke omgangsvormen geworden.

Maar laat ik het bij de AVG houden. In de praktijk blijkt deze Algemene Verordening Gegevensbescherming telkens weer niet goed gehanteerd of begrepen. Het is te gemakkelijk daarvan het hoofd van de Autoriteit Persoonsgegevens de schuld te geven. Aleid Wolfsen heeft weliswaar een spoor van ondoordachte beslissingen achter zich liggen. Maar verkeerd en doorgeslagen gebruik van de AVG, de Europese privacy wetgeving, ligt vooral aan de gebruiker (persoon of organisatie).

Omgaan met de AVG regels

Ik hoor van veel relaties in het bedrijfsleven dat de AVG-regels niet eenvoudig zijn. Het ‘verkeerde’ en doorgeslagen toepassen ervan komt dan, volgens mij, uit angst voor boetes en dat soort drijfveren. Ok, helaas bij sommigen ook door wantrouwen in de medemens. Uiteindelijk is het echter vooral luiheid. Want je kunt de regels gewoon lezen en dan blijken die voor elke organisatie terug te brengen tot het benodigde beleid.

Waar het vooral aan schort is het menselijke, bleek mij dus afgelopen week weer. Dat een organisatie maatregelen treft en beleid voor medewerkers opstelt is geen probleem natuurlijk. Daarnaast kun je echter ook een cultuur van eigen verantwoordelijkheid en initiatief behouden. Dat een medewerker een situatie inschat vanuit menselijkheid in plaats van vanuit de paarse krokodil.

Vragen stellen in medemenselijkheid

Vanzelfsprekend mag of moet een ambtenaar, zoals bij mijn bovenstaand geval, eerst even doorvragen. Bijvoorbeeld naar mijn naam, adres en dergelijke. Daarmee verifieert hij of zij betrouwbaarheid en doet wat nodig is als het geval later bepaalde gevolgen heeft. Ik kan me in dit geval alleen maar fijne gevolgen voorstellen, van een blije oude man die zijn telefoon met pasjes terug heeft. Maar ik ben geen ambtenaar en ik zoek op wegen niet teveel naar beren als de kans daarop klein is.

Bij doorvragen blijkt wellicht tevens dat de man zonder telefoon inderdaad bij mij om de hoek woont. De ambtenaar is dan bijna gelijk aan mijn buurman, die veel mensen kent en me direct naar het juiste adres zou kunnen sturen.

AVG regels

In feite zou je kunnen zeggen dat de AVG, voorheen de Wet Bescherming Persoonsgegevens (WbP), bestaat uit een grondgedachte. Die zou ongeveer kunnen luiden: mensen hebben zeggenschap over hun persoonsgegevens en bepalen wat daarmee gebeurt. En bedrijven moeten zorgvuldig met die gegevens omgaan.

Die grondgedachte is uitgewerkt in praktische regeltjes. Dan lees je zaken als: een bedrijf moet aangeven dat, waarom en hoelang ze gegevens bewaard. En dan is er voor sommige bedrijven nog het data protection impact assessment. Daarin brengen ze de risico’s van gegevensverwerking binnen hun bedrijf in kaart en de maatregelen die ze daarbij hebben genomen.

Toestemming tot gegevensverwerking

Elk bedrijf dat persoonsgegevens verwerkt moet zich aan de AVG houden. Verwerken betekent opslaan, gebruiken, analyseren, combineren en meer. Het bedrijf moet een goede reden hebben om gegevens op te slaan. En een privé persoon moet toestemming geven voor de verwerking van zijn gegevens.

Dat toestemming geven vind ik in het geval van de gevonden telefoon wel een interessante. Toestemming geven doen individuen meestal één keer of niet expliciet. Eén keer met een ‘cookie’. Niet expliciet als duidelijk is waartoe de gegevens worden verwerkt. Bijvoorbeeld voor de bezorging van een product bij een bestelling in een webwinkel (eigenlijk zouden de gegevens daarna weer verwijderd kunnen of moeten worden). Of bij de afdeling Burgerzaken, een bank en dergelijke omdat daar nu eenmaal bepaalde gegevens vastgelegd moeten worden, voor hun dienstverlening of vanuit overheidsregels.

Een niet-medemenselijk denkende ambtenaar

In principe zou de man zonder telefoon aan de ambtenaar toestemming moeten geven. Omdat het aan derden geven van zijn adres niet bij de normale verwerking van de afdeling Burgerzaken behoort. Maar medemenselijk denkend had die ambtenaar zich kunnen afvragen of ze toestemming zou krijgen.

De ambtenaar in mijn gemeente dacht ‘nee, die toestemming geeft die man niet. Want stel je voor dat hij daarmee zijn verloren telefoon terugkrijgt’. Erger nog, ze dacht ‘ik geeft de man zonder telefoon het telefoonnummer en adres van de man die de telefoon heeft gevonden’.

Wat maar weer aantoont hoe sommige ambtenaren ook de AVG als een paarse krokodil benaderen. En daarmee, in haar eigen overwegingen, een overtreding van de wet begaat die ze zo rigide wil naleven. Oh ja, dat wilde ik zeggen ‘AVG is doorgeslagen wantrouwen’.

Gegevensbescherming en privacy

Ik vind gegevensbescherming iets anders dan privacy. Daar wil ik hier niet te ver over uitweiden. Gegevensbescherming gaat over opgeslagen gegevens en hoe je daarmee omgaat. Volgens moet het daarbij vooral gaan om ‘gevoelige’ informatie. Dat zijn bijvoorbeeld medische gegevens, een eventuele criminele achtergrond en dergelijke.

Adresgegevens moeten vanzelfsprekend ook goed worden bewaard. Dat het bij veel overheden en bedrijven regelmatig fout gaat is vervelend en ongeoorloofd. Dan ligt immers meestal direct een grote database op straat. Maar één adresje doorgeven waarbij de reden daarvan bovendien duidelijk is… doe daarover niet zo rigide, uh wantrouwend.

Aanvullende informatie

  • De slogan ‘die pet past ons allemaal’ komt uit een filmpje van de politie. Het verscheen in september 1974 op televisie. Volgens sommigen was het oorspronkelijk een wervingsfilmpje. Maar het ging er vooral om dat mensen zelf kunnen meehelpen door verantwoordelijkheid te nemen voor hun eigen veiligheid en die van anderen.
  • De afkorting LHBTIQA+ wordt steeds langer. Ik gebruik het hierboven een beetje spottend bedoeld. MV staat voor de hetero Man en Vrouw. LHBTIQA+ staat voor respectievelijk: Lesbisch, Homoseksueel, Biseksueel, Transgender, Intersekse, Questioning/Queer en Aseksueel. En de + staat voor alle overige vormen van geslacht en/of seksuele geaardheid.
  • Jan Terlouw haalde het ‘touwtje door de brievenbus‘ weer aan in een pleidooi voor wederzijds vertrouwen en medemenselijkheid.
Print deze pagina
Bovenstaand bericht is geschreven op 17 december 2021 door in de categorie 2021, Algemeen

Vorige en volgende berichten

« Ouder:

Een willekeurig bericht

Ik schrijf op deze site over allerlei onderwerpen. Soms is het heel persoonlijk, soms vooral informatief of beschouwend. Hieronder een willekeurig bericht uit ruim 2000 berichten.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

code