Christiaan Eijkman

Christiaan Eijkman – geschiedenis van vitamine

Christiaan Eijkman is weer een mooi voorbeeld van …, laat ik anders beginnen. Ik vind het altijd bijzonder te lezen over Nederlanders die het ergens in de wereld goed doen. Dat kan een Nederlander zijn die ergens in de wereld een mooie functie heeft. Maar het kan ook een Nederlands bedrijf zijn met export in een niche markt.

Het is daarbij niet erg als je ze niet kent. Maar ik vind het wel jammer als een schrijver in Nederlandse verhalen belangrijke invloeden van medelanders niet meeneemt. In tegenstelling tot buitenlandse bladen en boeken. Daarin vinden veel Nederlanders wel de plek die ze toekomt.

Vitamine, vergeten Nederlanders?

En dat gebeurt dus bij Christiaan Eijkman en zijn Nederlandse collega’s ook. Een vriend stuurde me een artikeltje over de geschiedenis van Vitamine. Er komen meerdere namen in voor, maar niet van Nederlanders. Terwijl allerlei wetenschappelijke boeken, met name buitenlandse, over de geschiedenis van vitamine beginnen met het verhaal over de Nederlandse invloed.

Het artikeltje meldt dat de VOC in de 17de eeuw wist dat vers fruit en groente belangrijk zijn. Waarna ze Jan van Riebeeck noemen, de enige Nederlander in het verhaal. De Hongaar Albert Szent-Györgyi komt er in voor; hij ontdekte in 1931 vitamine C. En de Pool Casimir Funk die het woord vitamine bedacht, toen men nog dacht dat het allemaal Aminen zijn. En ten overvloede wordt Louis Pasteur genoemd als ontdekker van de ziekteverwekkende eigenschappen van bacteriën.

Christiaan Eijkman en zijn volgelingen

Buitenlandse boeken over de geschiedenis van vitamine nemen de vele Nederlanders als startpunt. Het verhaal begint dan vaak bij Christiaan Eijkman en zijn assistent Gerrit Grijns. Soms wordt ook Adolf Vorderman genoemd. Andere namen in het voetspoor van Christiaan Eijkman zijn de scheikundige Barend Jansen en de fysioloog Willem Frederik Donath.

Op websites gaat het echter nog vaak mis. Zoals ik vaker meldde komt dat vooral door overschrijfgedrag. Het is jammer dat Nederlanders die aan de wieg stonden van de ontdekking van vitamines niet worden genoemd. Maar goed, vanwege bovenstaande is Christiaan Eijkman weer een mooi voorbeeld.

Christiaan Eijkman en vitamines

Er zijn op diverse serieuze sites uitgebreide verhalen te vinden over Christiaan Eijkman en zijn bijdrage aan de ontdekking van vitamines. Ik beperk me hier even tot een uiterst beperkte samenvatting.

Christiaan Eijkman was militaire arts in Indië. Hij zag dat kippen beriberi-achtige symptomen hadden na het eten van gepelde rijst (= witte rijst). Na het eten van ongepelde rijst genazen de kippen. Hoe het verder in zijn werk ging vertelde Eijkman tijdens zijn rede bij het krijgen van de Nobelprijs. Zijn ontdekking leidde uiteindelijk tot het vinden van de eerste vitamine B1.

Eijkman en zijn assistent Gerrit Grijns krijgen soms de lauweren als ontdekkers van dit B1 vitamine. Maar in werkelijkheid hebben veel meer wetenschappers bijgedragen. Kenneth J Carpenter van de Universiteit van Californie (Berkeley), die veel onderzoek deed naar de geschiedenis van vitamines, legt vitamine B1 bij Jansen en Duneth. De meest genoemde ontdekker is echter de Amerikaanse scheikundige Robert R. Williams. Hij isoleerde de vitamine B1 in 1933 en beschreef het molecuul.

Christiaan Eijkman

Zijn werkzame leven is op meerdere plaatsen beschreven. Wat ik leuk vind is dat Christiaan Eijkman in 1898 terugkeert naar Nederland. Daar krijgt hij een benoeming aan de Universiteit van Utrecht als hoogleraar. In 1912 wordt hij daar, na een tijdje secretaris te zijn geweest, rector magnificus.

Over het privé leven van Christiaan Eijkman vind ik nauwelijks iets terug in verhalen. Dat hij in Nijkerk op 18 augustus 1858 werd geboren is vanzelfsprekend bekend. In Nijkerk zijn ze daar heel blij mee.

Christiaan Eijkman privé

Eijkman trouwt op 30 augustus 1883 in Schoterland met Aaltje Wigeri van Edema. Kort daarna vertrekken ze naar Nederlands-Indië, waar hij gaat werken als legerarts. Ruim twee jaar later keren ze terug naar Nederland als ze malaria hebben. Aaltje overlijdt op 8 januari 1886.

Eijkman gaat na de begrafenis terug naar Batavia, de hoofdstad van Nederlands-Indië. Daar trouwt hij op 21 juli 1888 met de 18-jarige Bertha Julie Louisa van der Kemp. Zij is de dochter van Pieter Henderik van der Kemp. Deze schoonvader van Christiaan Eijkman is leraar aan het gymnasium in Batavia en schrijver van diverse boeken over Nederlands-Indië.

Met zoon naar Utrecht

Christiaan en Bertha krijgen op 12 februari 1892 een zoon. Ze vernoemen hem naar de schoonvader. Na hun terugkeer in Nederland woont het gezin Eijkman in Utrecht aan de Catharijnesingel 44. Die woning is begin zeventiger jaren gesloopt tijdens de bouw van Hoog Catharijne. Eijkman verhuist echter rond 1925 naar nummer 72. Daar woont Christiaan Eijkman als hij op 5 november 1930 overlijdt. Achttien jaar later overlijdt Bertha in Deventer op nieuwjaarsdag 1949.

De zoon van Bertha en Christiaan is dan evenals zijn vader lange tijd arts. Hij werkt als chirurg in het St. Jozef Ziekenhuis in Deventer. Pieter noemt zich Eijkman van der Kemp om zich te onderscheiden van andere artsen P.H. Eijkman. Hij trouwt op 55-jarige leeftijd met de 35-jarige Anna Margaretha Lugt en overlijdt op 12 januari 1959.

De geschiedenis van vitamine

De geschiedenis van vitamine begint bij Christiaan Eijkman. Voor hem zijn met name Duitse onderzoekers bezig met voeding. Zij schrijven over eiwitten, koolhydraten, vetten en mineralen. Wanneer je die in de juiste verhouding tot je krijgt ondersteun je de groei, voortplanting en dergelijke.

Eijkman concludeert, na zijn ontdekking met de gepelde rijst bij beri-beri, dat mensen nog een stof nodig hebben. Of met andere woorden, dat er meer moet zijn naast eiwitten, koolhydraten, vetten en mineralen. Dat zijn dus vitaminen.

Eijkman is niet de ontdekker van vitamine B1, zoals in meerdere teksten staat. Zijn conclusie dat er nog een stof moet zijn leidt tot de ontdekking van vitamine B1, maar dat is veel meer de verdienste van anderen dan van Eijkman. Het ligt er vanzelfsprekend aan waar je de ontdekking legt.  Dat is bijvoorbeeld te zien bij vitamine B2 (riboflavin). Alexander Wynter Blyth ontdekte een stof in 1879. Pas veel later werd het riboflavin genoemd en aangemerkt als vitamine.

De algemene geschiedenis van vitamine is een interessant verhaal. Het wordt echter al op vele sites behandeld. Maar het komt ook in meerdere boeken en documenten ter sprake. Daarom hieronder enkele van die boeken en documenten.

Vitamine, de geschiedenis in documenten

volgt

Aanvullende informatie

  • De Brit Kenneth John Carpenter (1923-2016)van de Universiteit van Californie (Berkeley) deed veel onderzoek naar de geschiedenis van vitamines. Hij legt de ontdekking van vitamine B1 bij Jansen en Duneth, o.a. in zijn verslag ‘The discovery of thiamin‘. Hij schreef ook het boek ‘Beriberi, White Rice, and Vitamin B: A Disease, a Cause, and a Cure’, dat in 2000 verscheen.
  • Robert Runnels Williams isoleerde vitamine B1 (thiamine) in 1933 en synthetiseerde het in 1935. Zijn broer Roger John Williams was de ontdekker van vitamine B5 (pantotheenzuur).
  • Vitamine A werd in 1947 door de Nederlandse scheikundigen David A. van Dorp en Jozef Ferdinand Arens beschreven, nadat ze het als eersten synthetiseerden. Ze werkten toen beide voor Organon in Oss.

Zie ook het bericht ‘Plantaardige voeding

Print deze pagina
Bovenstaand bericht is geschreven op 8 juni 2022 door in de categorie 2022, Algemeen

Vorige en volgende berichten

« Ouder: Nieuwer: »

Een willekeurig bericht

Ik schrijf op deze site over allerlei onderwerpen. Soms is het heel persoonlijk, soms vooral informatief of beschouwend. Hieronder een willekeurig bericht uit ruim 2000 berichten.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*

code