het werkwoord moeten

Het werkwoord moeten zou niet moeten mogen

Bij anderen viel het me altijd op. Maar zelf gebruikte ik ook vaak het werkwoord moeten in gesprekken. Eigenlijk nog steeds, moet ik zeggen. Vorige week stoorde ik me ineens weer aan mijn eigen gebruik ervan.

Ik gebruik het werkwoord moeten vooral als ik iets uitleg. Als het bijvoorbeeld over een functie in een computerprogramma gaat dan is dat wellicht logisch. Je kunt zo’n functie meestal niet op een andere manier uitvoeren. Dan krijg je dus iets als: ‘je moet eerst F5 indrukken’.

Het werkwoord moeten, waarom?

Maar als er meer mogelijkheden zijn vind ik het eigenlijk ongepast, dacht ik vorige week. Waarom gebruik ik dan toch het werkwoord moeten. Zelfs wanneer er, volgens mij, maar één oplossing is, kan het onprettig overkomen.

Helemaal als de ontvanger wel meer dan een mogelijkheid heeft. Bijvoorbeeld als ik tegen iemand zeg, ‘je moet die relatie verbreken’. Hij of zij kan de relatie immers ook laten bestaan of er een andere invulling aan geven.

Modaal hulwerkwoord

Het werkwoord moeten is een modaal hulpwerkwoord. Daarvan zijn er meer: kunnen, hoeven, zullen, willen en mogen. Zo’n hulpwerkwoord geeft, volgens de definitie, extra betekenis aan het hoofdwerkwoord. Ze voegen een randvoorwaarde toe, oftewel een mogelijkheid, wenselijkheid, verplichting, waarschijnlijkheid, noodzakelijkheid of het ontbreken van die noodzakelijkheid.

Er zijn dus meerdere modale hulpwerkwoorden. De ene past beter bij een bepaalde modaliteit dan een andere. In het bovenstaande voorbeeld van de relatie gaat het eigenlijk om een suggestie. Mij maakt het niet uit of de persoon de relatie verbreekt of niet. ‘Je zou die relatie kunnen verbreken’ is minder dwingend en voelt minder verplichtend. En dat zou het vanuit mijn optiek ook moeten zijn (zie je daar is ie weer).

Gemakzuchtig gebruik van het werkwoord moeten

Maar waarschijnlijk zorgt gemakzucht ervoor dat we niet de betere modale werkwoorden gebruiken. We kiezen gemakkelijk voor het werkwoord moeten. Wellicht dat taalcabaretier Paulien Cornelisse daar al eens naar heeft gekeken.

Want er zijn ook leuke, onschuldige vormen, zoals

  • ‘De bel gaat, dat moet Kees zijn’ – waarschijnlijk, want Kees komt altijd rond die tijd langs.
  • ‘De bel gaat drie keer, dat moet Carla zijn’ – mogelijk, want zij drukt de belknop meestal drie keer kort na elkaar.
  • ‘De bel gaat, je moet even open doen’ – noodzakelijk, want anders staat de verwachte persoon blijvend voor een gesloten deur.
  • ‘De bel gaat, jij moet even open doen’ – verplicht, want ik ben de baas.

Vanwege dat laatste leren we als kind al snel de repliek: ‘ik moet helemaal niets’.

Moeten kun je ook hier vanzelfsprekend vervangen door een ander modaal hulpwerkwoord. Bijvoorbeeld ‘de bel gaat, dat zal Kees zijn’, de bel gaat drie keer, dat kan Carla zijn’ en ‘de bel gaat, doe jij even open’. Alleen bij de verplichting lijkt het werkwoord moeten gepast. En dat geeft direct aan waarom het in andere gevallen beter vermeden kan worden. En waarom ik er vorige week toch ineens weer over dacht.

Het werkwoord moeten in de geschiedenis

Etymologisch hangt er rond het werkwoord moeten een verplichting. Dat is te zien bij het gebruik van de eerste vormen in het Nederlands rond 1100. Geleidelijk komt naast de verplichting ook de wat minder dwingende noodzakelijkheid van moeten. ‘Als je toch die kant op gaat, moet je ook even bij Piet langsgaan’. Het is als een suggestie, als ‘we weten dat Piet ziek is, wellicht een idee even bij hem langs te gaan als je toch in die buurt bent’.

De bovengenoemde betekenissen komen erbij. Maar op verschillende momenten in de geschiedenis is verplichting de belangrijkste en dat is min of meer zo gebleven. In ieder geval gevoelsmatig. Zoals ik het me vorige week ineens weer realiseerde bij het gebruik in de andere betekenissen. Gevoelsmatig zit er altijd dat dwingende in. Terwijl dat in veel gesprekken niet de bedoeling is.

Anders moeten

Gisteren haalde ik mijn jack van een kapstok, die een vriendin daar had opgehangen. Het hing niet aan een kledinghanger of het lusje, maar met de kraag gebogen over de haak. ‘Zo moet je een jas niet ophangen, vertelde ik haar, dan krijg je een moet in je jas’.

Dat leerde mijn moeder me in mijn jeugd. Kleding hang je aan een kledinghanger; dan blijft de vorm mooi. Op zijn minst hang je het aan het lusje. Als je het over de haak hangt krijg je dus een moet, in het ergste geval een deuk die er aan de buitenkant van het kledingstuk uitziet als een bultje.

Een moet

Het woord moet heeft niets met het werkwoord moeten te maken. De herkomst gaat terug naar meten. En een moet verwijst oorspronkelijk naar een vlek. Maar het kreeg later betekenissen als litteken, (ken)teken en dergelijke.

De Kunstbus geeft de mooiste verklaring: ‘de moet is een achtergebleven spoor van druk of knelling.’ Dat is helemaal zoals mijn moeder het bedoelde.

Ontmoeten

Evenmin als een moet iets te maken heeft met het verplichtende werkwoord, geldt dat voor iemand tegemoet komen. En wat te denken van ontmoeten. Daar kun je natuurlijk op twee manieren naar kijken. Ontmoeten zeg je als je iemand tegenkomt of bent tegengekomen.

Maar sinds vorige week wil ik ook ontmoeten. Dus in veel gevallen andere modale hulpwerkwoorden gebruiken. En het werkwoord moeten als er enige verplichting achter een uitspraak moet zitten.

Aanvullende informatie

  • Ik heb gekeken of er weleens onderzoek is gedaan naar gebruik van het werkwoord moeten. Maar dat is een hopeloze zoektocht gebleken. Het wordt immers ook veel gebruikt in teksten, en zelfs in titels.
  • Na een optreden van Paulien Cornelisse bij DWDD schafte ik haar drie taalboeken aan. Ik heb ze nog niet gelezen. Maar ik verwacht dezelfde onderzoekende, soms lekker absurd verwoorde, taalobservaties als in het TV-programma. Die boeken heten overigens: Taal is zeg maar echt mijn ding (2010), En dan nog iets (2012) en Taal voor de leuk (2018).
  • Het artikel ‘Hoe we moeten begrijpen moeten’ op de website NemoKennislink (en als pdf).
  • De titel verwijst voor mij naar een ‘stopzinnetje’ van een vriend. Die zegt te pas en onpas, vaak wat spottend ‘… het zou niet moeten mogen’.
  • Zie ook het bericht ‘D, T of DT bij werkwoorden‘ of ‘een weg opmijlen
  • De foto in de header heeft nauwelijks iets met het werkwoord moeten, maar moet dat dan …
Print deze pagina
Bovenstaand bericht is geschreven op 5 augustus 2022 door in de categorie 2022, Algemeen

Vorige en volgende berichten

« Ouder: Nieuwer: »

Een willekeurig bericht

Ik schrijf op deze site over allerlei onderwerpen. Soms is het heel persoonlijk, soms vooral informatief of beschouwend. Hieronder een willekeurig bericht uit ruim 2000 berichten.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*

code