Adelaarsbloed

Afgelopen weekend las ik de thriller ‘Adelaarsbloed’ van de Schotse schrijver Craig Russell. Tot twee keer toe was ik al na de eerste pagina’s geneigd het terzijde te leggen. Er waren direct zo veel details over onbelangrijke dingen, dat ik me niet moest voorstellen dat die redundantie nog 320 pagina’s zo door ging. Het kan ook met mijn eigen gesteldheid te maken hebben gehad. Het was kwakkelweer. Niet het weer om lekker met een boek in de tuin te zitten, waar ik me op had verheugd.

Maar ik las door en raakte geboeid. Ook de stijl sprak me aan. De opbouw is filmisch. Je leest als het ware scènes die geleidelijk bij elkaar komen of waarvan de inhoud duidelijk wordt. Daarbij doorspekt Craig Russell zijn boeken (ik neem aan dat hij het bij zijn overige boeken ook doet) met achtergrondinformatie die niet per se belangrijk is voor het verhaal, maar wel interessant.

De boeken van Russell gaan over hoofdinspecteur Jan Fabel, een politieman in Hamburg. Fabel heeft een Engelse moeder, maar is opgegroeid in Duitsland. Vanuit Russells achtergrond kan hij daar gemakkelijk mee uit de voeten. De Britse auteur is zelf politieman geweest en heeft een jarenlange interesse in de geschiedenis en sociale ontwikkeling van het Duitsland na de Tweede Wereldoorlog. Adelaarsbloed was zijn eerste thriller. Het is uitgegeven bij De Fontein in 2005 en het verscheen tegelijkertijd in meerdere andere landen.

De achtergrondinformatie in Adelaarsbloed gaat onder andere over de identiteit van Duitsers en de opbouw van de diverse organisatie rondom het politie-apparaat, zoals een dienst voor terreurbestrijding, geheime inlichtingendienst en dergelijke.

Ter illustratie een stukje uit het boek:

Het is niet gemakkelijk om Duitser te zijn. Je zeult de bagage van de recente geschiedenis met je mee terwijl die van andere Europeanen een stuk lichter is. Tien eeuwen van cultuur en ontwikkeling zijn tenietgedaan door een periode van twaalf jaar halverwege de twintigste eeuw, twaalf jaar waarin het meest onvoorstelbare kwaad gemeengoed was geworden. Die twaalf jaar hadden voor de rest van de wereld bepaald wat het was om Duitser te zijn. Ze hadden ook voor de meeste Duitsers bepaald wat het was om Duitser te zijn. Sindsdien werden ze door niemand meer vertrouwd. En ze konden zichzelf ook nooit meer vertrouwen.

Dit wantrouwen had voor iedere Duitser een eigen karakter en was een aspect van het Duitse leven dat voor een voortdurende onrust zorgde. Voor sommigen was het een geografisch fenomeen; de Noord-Duitsers wantrouwden de zuiderlingen vanwege hun fascistische ideologieën en de West-Duitsers – de Wessis – wantrouwden de Oost-Duitsers – de Ossis – uit angst dat het nazisme diepgevroren bewaard was gebleven in de kern van het communisme, die nu begon te smelten. Voor anderen was het een generatiekwestie; de actievoerders van 1968 en 1969 die rebelleerden tegen de oorlogsgeneratie en het traditionele Duitse conservatisme, de nieuwe generatie die ouderen aansprak met ‘jij’ in plaats van ‘u’ en die de Duitse taal daarmee vrijer en minder formeel maakten.

Ook waren er die wantrouwen hadden vanwege de verborgen machinerie van de staat; de onzichtbare inwendige organen van een nieuwe democratie die waren getransplanteerd vanuit een stervende dictatuur. In het midden daarvan bevond zich de BND.

De laatste alinea heb ik iets aangepast omdat het vanuit Jan Fabel was geschreven. De tekst vervolgd met verdere uitleg over BND (Bundesnachrichtendienst), GSG9 (Duitse antiterreureenheid) en andere afdelingen en organisaties. 

Print deze pagina
Bovenstaand bericht is geschreven op 13 augustus 2012 door in de categorie 2012, Algemeen

Vorige en volgende berichten

« Ouder: Nieuwer: »

Een willekeurig bericht

Ik schrijf op deze site over allerlei onderwerpen. Soms is het heel persoonlijk, soms vooral informatief of beschouwend. Hieronder een willekeurig bericht uit ruim 2000 berichten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

code