Nederlandse automobilisten

Een paar weken geleden stond in een klein AD-bericht dat Nederlandse automobilisten tot de slechtste van West-Europa worden gerekend. Ik wist dat al voor ik het bericht las, hoewel ik natuurlijk geen objectieve beoordeling kan geven. Immers, 95% van mijn autoritten rijd ik op Nederlandse wegen en ik heb dus weinig vergelijkingsmateriaal. Vanuit mijn waarneming van het rijgedrag van Nederlandse automobilisten constateerde ik vooral ‘er zijn weinig goede Nederlandse automobilisten’.

Gisteren reed ik met Jan, een goede vriend en autoliefhebber, van Utrecht naar Haarlem en terug. Het werd een rit van herkenning. Want mijn waarnemingen uit het verleden werden om ons heen bevestigd en meerdere van de hieronder genoemde voorbeelden kruisten ons pad.

Ik onderscheid diverse slechte rijgewoonten van Nederlandse automobilisten. Vanzelfsprekend generaliseer ik hier en daar in onderstaande beschrijving. Dat betekent dat je, mocht je een bepaalde auto bezitten, je niet per se het beschreven rijgedrag hoeft te vertonen, maar ongetwijfeld één van de andere.

1. Over de vluchtstrook inhalen

Als je in een file rijdt en je wordt gepasseerd door een auto op de vluchtstrook, dan heb je stapvoets rijdend alle tijd om naar rechts te kijken. Je zult dan constateren dat het meestal Nederlandse automobilisten zijn van noordafrikaanse afkomst die je rechts inhalen. Het gaat bij deze vorm van vluchtstrook rijden over de file passeren, niet over een stuk vluchtstrook pakken om een afslag verderop te kunnen nemen. Dat laatste wordt vooral gedaan door autochtone Nederlandse automobilisten met een leasebak (en een werkgever die waarschijnlijk ook de kosten van bekeuringen accepteert), met een Jeep Chorokee of Range Rover (ze dragen daarbij hun paardrijlaarzen waarschijnlijk zonder sporen, maar ik heb dat nooit kunnen controleren), met een oude Mercedes (wel de Turkenbak dus, maar dan zonder de Turk) of een VW Golfje (meestal met piepende banden achter in de rij aansluitend).

2. links rijden

Er zijn automobilisten die ‘op hun dooie akkertje’ op de meest linkse baan van een driebaansweg  blijven rijden. Doorgaans, zeker op de A2, zijn dat Nederlandse automobilisten van Surinaamse afkomst. Ze zijn vaak al op afstand te herkennen aan hun rode of zwarte blingbling karretjes, verrassend vaak van het merk Toyota. Ze vertonen hun kenmerkende rijgedrag ook wel op de middelste van drie banen (op de A2 zelfs vijf), want als de baan eenmaal is gekozen gaat het verstand, voor zover aanwezig, en de blik op oneindig (door automobilisten op de A2 ook wel  wel ‘hallucinerende doelgerichtheid op de Bijlmer’ genoemd).

Op de middelste baan zijn het echter meestal automobilisten met een leeftijd waarop ze eigenlijk hun rijbewijs zouden moeten inleveren, vrouwen die druk met elkaar in gesprek zijn over hun kinderen, de huishoudbeurs of de slechte relatie van hun wederzijdse boezemvriendin, vertegenwoordigers die de snelweg als hun mobiele kantoor beschouwen,  zondagrijders die op een doordeweekse dag de snelweg uitproberen of automobilisten met een vangrail-fobie.

3. treuzeltrutten

Zie: treuzeltrut

4. de laverende automobilist

Bij het zeilen is laveren een bewuste handeling waarbij door herhaaldelijk links en rechts tegen de wind in te zeilen een vooruitgaande beweging wordt bereikt. Op de weg wordt de voortgaande beweging verkregen door het gas in te drukken. Als daarbij vanuit de gekozen baan regelmatig over de baanscheidende streepjes wordt bewogen, herkennen we de laverende automobilist. Van een afstand denken we meestal met een dronken, of op zijn minst, aangeschoten bestuurder te maken te hebben. Dichterbij gekomen blijkt het BOB te zijn die probeert zijn maten rustig te houden, de al genoemde vertegenwoordiger die op de achterbank de offerte zoekt die hij handsfree, dat wel, met zijn klant bespreekt, een multitaskende secretaresse die haar nagels aan het lakken is of een grootvader die zijn incontinentieluier is vergeten en boven zijn stoel hangend probeert niet op de natte plek te zitten.

5. het parkinson voetje

Grootste ergernis voor automobilisten die op de snelweg hun ‘cruise control’ gebruiken zijn de Nederlandse automobilisten met het parkinson voetje. Harder rijdend, dan weer zachter dan jij, rijd hij voor je met zijn trlllende ledemaat tegen het gaspedaal stotend. Continue moet je afremmen. En daarna de ‘resume’-knop aantikken, als de weggenoot met zijn pompende afwijking weer van je wegrijdt. De ergernis bestaat erin dat je telkens moet terugkomen op de door jou gekozen regelmatige snelheid, wat ongunstig is voor het brandstofbesparende voordeel van de ‘cruise control’.

Nederlandse automobilisten met een parkinson voetje? Als je regelmatig gebruik maakt van ‘cruise control’ op de Nederlandse snelwegen, dan heb je geconstateerd dat het een nationale aandoening in de taboesfeer is. We bespreken de gruwelijkste moorden, meest wellustige seksfantasieën en zelfs over het Koninklijk Huis nemen we geen enkel blad meer voor de mond. Maar het parkinson voetje is vooralsnog verboden gebied, helaas.

6. bumperklevers

We weten allemaal welk rijgedrag wordt bedoeld, maar er zijn hier meerdere automobilisten te onderscheiden. Ten eerste is er de man met het kleine geslachtsdeel. In tegenstelling tot zijn lotgenoot, de automobilist met klein geslachtsdeel die ter compensatie een grote auto rijdt van het type SUV, compenseert deze autobezitter zijn gemis aan penislengte met een snelle auto. In de hijgerigheid en het schokken waarmee hij achter een andere auto hangt, openbaart zich zonder twijfel een tekortkoming die gerelateerd is aan zijn al genoemde gemis. Gek genoeg zijn het niet de sportwagenbezitters die tot deze soort behoren, maar zijn het verrassend vaak Audi- en BMW-rijders en soms een jonge bezitter van een Golfje GTI.

Een andere soort bumperklevers wordt gevormd door jongens van rond de twintig. Ze rijden hun eerste auto en willen dat trots aan iedereen laten zien. Bewust of onbewust weten ze, dat bij een aan het verkeer aangepaste rijsnelheid slechts enkele medeweggebruikers hun ‘bolide’ zullen zien. Dus moeten ze snelheid maken en langs zo veel mogelijk auto’s scheuren. Dat hun gang af en toe wordt onderbroken vinden ze hinderlijk, maar door dicht achter hun trage voorganger te rijden gaat deze meestal aan de kant. Weten ze. Als het te lang duurt durven sommigen het oponthoud rechts te passeren. Dat andere weggebruikers alleen hun auto zien en niet de bestuurder gaat aan hun ego voorbij. Kennis van het zogenaamde ‘sauna-syndroom’, het idee dat iedereen naar je kijkt terwijl dat niet zo is, hebben ze niet.

Een volgende bumperklevende automobilist is de ijdele bijziende man van middelbare leeftijd. In zijn schemerwereld van abstracties (ook de abstracte kunst is ooit ontstaan toen een bijziende kunstenaar zijn omgeving schilderde) zoekt hij zekerheid in de auto voor hem. Hij is moeilijk te herkennen. Maar als je je garage inrijdt en hij staat achter je op de inrit dan is het voor meer dan 99,9% zeker dat je met dit soort te maken hebt. Mocht het geen bijziende bumperklever zijn dan heb in dat geval pech, want dan is het een inspecteur van de belastingen. Maar die kans is dus minder dan 0,1%.

De in mijn ogen vervelendste bumperklever is de autofiel. Als je in het autotype van zijn voorkeur rijdt, meestal een klassieker of exclusieve vierwieler, dan moet je hem kennen. Ineens zit hij achter je. Vanuit je achteruitkijkspiegel zie je hem over zijn stuur hangend naar jouw auto kijken. Dan is hij weer weg en kleeft hij aan je rechter portier. Met een wazige blik kijkt hij even naar binnen. Daarbij soms zijn duim ter goedkeuring opstekend. Al snel verschuift hij zijn blik daarna alweer naar je koplampen, achterlichten of een ander, voor jouw onbetekend, onderdeel van je auto dat zijn aandacht trekt. Sommige van deze klevers halen op een gegeven moment hun smartphone tevoorschijn en richten deze met alle gevaren van dien op jouw auto. De kans is dan groot dat je kennis gaat maken met deze automobilist die in Engeland ‘a tailgating tacker’ wordt genoemd. Want dat hij je gaat raken en je auto beschadigen is vrijwel zeker. Gelukkig heb je dan de foto’s nog.

Het gaat te ver om hier alle soorten bumperklevers op te noemen, maar een bijzondere en vaak vergeten soort wil ik je niet onthouden. Het is de vrouw met bindingsangst. Bij sommigen van hen ontstaat na een langdurig, niet aangeslagen therapie het fenomeen van omkering. Ze worden daarom ook wel wentelteven genoemd. In de beslotenheid van hun metalen blik op wielen slaat hun angst om naar een bravoerige wens tot binding. Meestal op boerenlandweggetjes, waarbij passeren niet mogelijk is, passen zij hun snelheid geleidelijk aan tot iets minder dan de achterop komende auto. Wanneer deze dichterbij is gekomen begint een spel van aan- en afstotende bumpers. Daarbij kan hier, in tegenstelling tot alle andere gevallen, de voorste auto als de klever worden beschouwd.

Tot slot

Zoals gezegd gaat het te ver om hier  alle soorten bumperklevers op te noemen. Wel is het handig te weten dat in de dagelijkse praktijk van autorijden verschillende termen worden gehanteerd voor hetzelfde rijgedrag. Dat bleek ook gisteren tijdens het retourtje Haarlem met Jan. Hij sprak bijvoorbeeld van typisch pompvoet-gedrag bij een automobilist met een parkinson voetje. Een bepaalde bumperklever noemde hij een machtswellusteling (‘moet je die blik in zijn ogen zien’) en hij herkende ook een zwalker, die over twee rijbanen laveerde. Hoe we het rijgedrag ook benoemen, de termen ondersteunen de uitspraak ‘er zijn weinig goede Nederlandse automobilisten’. En ik zal eerlijk zijn en toegeven dat ik daar zelf ook niet toe behoor.

 

Print deze pagina
Bovenstaand bericht is geschreven op 7 september 2012 door in de categorie 2012, Algemeen

Vorige en volgende berichten

« Ouder: Nieuwer: »

Een willekeurig bericht

Ik schrijf op deze site over allerlei onderwerpen. Soms is het heel persoonlijk, soms vooral informatief of beschouwend. Hieronder een willekeurig bericht uit ruim 2000 berichten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

code