De vrouw, of 50+ tinten grijs (2)

Het bericht ’50 tinten grijs’, gisteren over de gesprekken met Ciske, deden me denken aan een boekje dat ik tien jaar geleden begon te schrijven. Daarin beschreef ik mijn eigen ervaringen met vrouwen. En dan vooral de bijzondere ontmoetingen en belevenissen. Ik ben even gaan zoeken en vond twee verhalen en de aantekeningen.

Eén van de verhalen beschrijft een intieme week met Carla, moeder van een in Utrecht studerende dochter. Ze woonde in London waar haar man als internationaal bedrijfsadvocaat werkte. Na die week ging ze terug naar London en hielden we nog enige tijd contact. Maar het ‘momentum’ verdween, zoals dat wellicht hoort bij dit soort contact.

De verhalen waren vooral een zoektocht naar een stijl. Hieronder het eerste deel over de ontmoeting met Carla.

Even diep inademen voor de zware klapdeur. Mijn schouders gaan haast vanzelf omhoog en mijn longen vullen zich waardoor mijn borst vooruit staat als ik de zaal binnenloop. Oudaen, ooit een kasteeltje, nu alweer tientallen jaren een café restaurant. Rustig kijk ik de zaal rond. Natuurlijk kijk ik niet naar alle aanwezigen, maar ik ze zie wel. Veel mensen kijken mijn kant op, slechts enkele blikken blijven lang genoeg hangen. Het middelbare schoolmeisje bij het raam, aan het tafeltje met enkele vrienden. Als ik doorloop een vrouw, enkele jaren ouder dan ikzelf. Aan het eind van de zaal, vlak voor de trap naar de opkamer, een studente.

Zowel aan het begin als aan het eind van de lange bar, die zich over de gehele lengte van de zaal uitstrekt, staan groepjes. Achteraan, waar ik nu sta, hebben zich ongeveer twintig jonge zakenmensen verzameld. Ongetwijfeld bankmensen. In hun smetteloze blauwe maatkostuums onderscheiden ze zich van de goedkope, blauwe kreukelpakken waarin computerverkopers zich netjes tonen. Ik loop naar het midden van de bar, langs drie jongens die met hun rug naar de zaal staan. Ze praten over de kwaliteit van het bier uit de eigen brouwerij van Oudaen. Tussen hen en de groep mannen en vrouwen aan het begin van de bar is genoeg ruimte.

Ik leg mijn handen op de koele, messing barstaaf. Even een moment voor mezelf, na de kwetsbaarheid van de entree. De professionele barkeeper gunt me mijn moment alvorens naar mij toe te komen. ‘Een witte Oudaen’. Als hij het glas neerzet, bedank ik hem en draai me naar de zaal. Mijn ellebogen leunen op de barstaaf en mijn blik blijft even rusten op de vrouw van middelbare leeftijd, wiens blik mij bij het binnenkomen even gevangen hield.

Als ik zie dat ze zich, terwijl ze rustig doorpraat met één van haar twee tafelgenotes, van mijn aandacht bewust is, pen ik mijn hoofd verder naar links. Alle tafeltjes zijn bezet. Oudaen heeft van het wat betere publiek, wat dat dan ook mag zijn, alles in de leeftijd van eind middelbare school tot net gepensioneerd. Aan vrijwel alle tafeltjes zitten vier mensen. Bij het raam is het wat rommeliger. Er zijn enkele stoelen weggehaald bij andere tafels en op de hoek bij de deur zitten zelfs zeven mensen aan één tafeltje. Rustig observerend dwaalt mijn blik terug naar de vrouw tegenover me. Ze is nog altijd in gesprek met de veel jongere vrouw naast haar. Maar als ik wat langer kijk draait ze zich naar de vrouw aan de korte kant van de tafel. Ze wisselt enkele woorden en in de draai terug kijkt ze me aan. Terwijl haar gezicht draait blijft haar blik op mij gericht en glimlacht ze met haar ogen. Deze uiterst subtiele gelaatsuitdrukking, wellicht de meest zuivere, vertelt over de herkenning. Het is het begin van een spel. Een spel dat mag duren tot Gerard er is, de zakenrelatie waarmee ik hier heb afgesproken.

Ze praat rustig door met de twee jongere vrouwen, waarbij ze nu wel wat vaker wisselt van gesprekspartner om even een blik op mij te werpen of me te observeren. Soms draait haar blik quasi nonchalant door en kijkt ze de zaal in. Ook verzit ze wat vaker, maar niet vanuit ongemak met het spel en niet voldoende om de argwaan te wekken van de beide vrouwen. Dat zou het spel immers direct minder leuk maken of zelfs beëindigen. Zelf kan ik niet veel meer doen dan, leunend tegen de bar rondkijken, haar bekijken in het gesprek en haar blik vangen om het spel levend te houden. Af en toe draai ik me naar de bar om een slok te nemen. Dan voel ik haar blik nadrukkelijker en besef me hoe fantastisch en hoeveel verder dit contact gaat dan een oppervlakkig gesprek. Het contact met iemand van wie je geen alledaagse kennis hebt, maar met wie je je wel verbonden weet.

Ongeveer twintig minuten na mij komt Gerard binnen. Hij toont zich een drukke binnenkomer. Bij de deur zwaait hij ten teken dat hij me heeft gezien. Naar mij toelopend laat hij zijn overjas van zijn schouders glijden en terwijl hij de groep aan het begin van de bar voorbijloopt begint hij zijn begroeting. Twee vrouwen in de groep zien het aan en glimlachen naar elkaar. Vlak voor hij mij een hand geeft kijk ik naar de vrouw. Ik glimlach en knik, waardoor ons contact gezekerd is. Ze knikt terug en het spel is voorbij. Ik draai me naar Gerard. We nemen allebei nog een biertje en verlaten het restaurant.

In de Drieharingenstraat bij een café dat vroeger de ‘Black Horse bar’ heette ontvouwt Gerard zijn plannen. Hij gaat een bedrijf overnemen. Ik luister en we drinken een biertje. Ik beantwoord enkele vragen en we nemen nog een biertje. Na drie biertjes verlaat Gerard het café. Hij wil een trein halen en ik reken af. Ik ben nog maar net het café uit, linksaf naar de Oudegracht, of ik zie haar de Drieharingenstraat inkomen. Een fractie van een seconde om te beslissen, voordat ze ook mij zal hebben gezien. De keus tussen een aangenaam stil contact in het verleden en een echte ontmoeting die of een verdere verdieping kan betekenen of een domper zal zetten op een mooie herinnering. Ik besef dat alleen een ontmoeting mogelijk is. Elke andere beslissing is beslist een teleurstelling voor haar. Want in mijn teruglopen of wegdraaien in die seconde, zal ze mijn beslissing ontdekken haar niet te willen ontmoeten om wat voor reden dan ook. Ze ziet me, glimlacht en knikt met een onuitgesproken ‘hoi’. Alleen, bevrijdt van haar gezelschap, etaleert ze een opvallende openheid. Ik zie haar sterke gevoel van eigenwaarde en zelfvertrouwen in elke pas die ze zet. Vol vertrouwen dat we elkaar hebben herkend in Oudaen, elkaar kennen en willen kennen.

In het besef van de uitersten die kunnen bestaan tussen het dieper gevoelde contact en de alledaagse uitingsvorm van een persoon, houd ik altijd een zekere gereserveerdheid tot het diepere contact zich verenigt in de alledaagse vorm. Te veel mensen staan, hoe mooi ook van zichzelf, tragisch ontwikkeld in het leven. Dat heeft me te vaak geschokt. De schok als het meisje met de serene bewegingen en de lieve onderzoekende blik in plat Utrechts begint te praten en de redeneringen en meningen uit van haar sociale groep ventileert. Het is lelijk en in mijn ogen als hooguit meelijwekkend te billijken. Botheid naar anderen, niet eens per se op mij gericht, is dat niet. Ook al is ze ingegeven door onzekerheid en een gebrek aan zelfvertrouwen, waarbij de persoon zichzelf en de ander in het contact ontkent. Ik beredeneer of analyseer het niet. Intuïtief wappert mijn laken van gereserveerdheid bij de meeste ontmoetingen omhoog en oplaag.

‘Zullen we wat drinken’, vraagt ze en ik voel het laken langs mij afglijden. Ze glimlacht en zegt, ’kom, leuk, we gaan wat drinken.’ Opnieuw open ik de deur van voorheen ‘Black Horse bar’.

Print deze pagina
Bovenstaand bericht is geschreven op 22 november 2012 door in de categorie 2012, Algemeen

Vorige en volgende berichten

« Ouder: Nieuwer: »

Een willekeurig bericht

Ik schrijf op deze site over allerlei onderwerpen. Soms is het heel persoonlijk, soms vooral informatief of beschouwend. Hieronder een willekeurig bericht uit ruim 2000 berichten.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*

code