Vincent Bijlo

Met veel plezier lees ik altijd de column van Vincent Bijlo in het AD. Ook die van andere columnisten, zoals Cees Grimbergen en Jerry Goossens. Maar de stijl van Vincent Bijlo spreekt me het meest aan. De meerdere lagen, de humor met het zwarte ondertoontje en de verzonnen dialogen die hij vaak als stijlvorm gebruikt. Altijd een kwinkslag naar de actualiteit, die hij de ene keer met absurde humor brengt, dan weer als bespiegeling met een quasi serieuze inslag maar met altijd een glimach.

Het laatste boek van Bijlo, ‘De Ottomaanse herder‘, las ik met een constante glimlach en regelmatig een schater. Daarin verhaalt Bijlo via de verteller de Ottamaanse blindegeleidehond Perkins, op ongeveer dezelfde wijze als in zijn colums over dingen die hem opvallen in het dagelijks leven. Door het boek loopt daarbij het verhaal van de verzonnen blinde Letse filosoof Yvo Prewatalis die vindt dat zienden slaaf zijn van het oog en dat blinden eigenlijk superieur aan ze zijn. Over dat laatste kunnen we twisten, maar enkele voorbeelden van Yvo zijn zeker het overdenken waard.

Ik heb Vincent een paar keer ontmoet. Het waren oppervlakkige ontmoetingen op recepties en dergelijke. Het viel me op dat hij lang is, langer dan ik had gedacht. In het echt bleek hij ook veel humor te hebben, met de karakteristieke cynische swing. Maar een paar maanden geleden ontdekte ik ook dat hij een beetje arrogant is. Ik zat bij de ingang van Café Broers, in het zicht van iedereen die binnenkwam. Maar toen Vincent binnenkwam liep hij me straal voorbij, geen kort ‘hallo’ kon er af (haha).

Het is beslist de moeite waard de website van Vincent Bijlo te bezoeken. Daar meldt hij bij columns: ‘Op dinsdag, donderdag en zaterdag schrijf ik in het Algemeen Dagblad een column. De andere dagen van de week doet Jerry Goossens dat. Een dag nadat de column in de krant heeft gestaan, zet ik hem op de site.‘ Daar vind je dus al zijn columns. Ik neem de vrijheid hieronder zijn column van gisteren ook hier te plaatsen.

Twee ex-geliefden in movember

‘Hé hallo zeg. Hoe is het met jou? Zat jij ook in die gebroken trein? God, wat een toestand h`, en dan is het nog niet eens winter. Zo brengt een gebroken trein ons bij elkaar, dat is lang geleden. Ik had je bijna niet herkend vanwege je snor. Wat is dat toch met die mannen, waarom hebben ze opeens allemaal snorren?’

‘Omdat het movember is.’

‘Je mompelt wel erg in je snor. Kun je de n niet meer zeggen?’

‘Het is movember, wij komen in beweging, move is Engels voor bewegen. Wij strijden deze maand tegen prostaatkanker bij mannen.’

‘Bij mannen, ja bij vrouwen komt het nauwelijks voor geloof ik. Movember, maar waarom doe je dat met je snor?’

‘Vrouwen laten al jaren hun borsten staan om aandacht te vragen voor de strijd tegen borstkanker. Dus ja, wat kunnen wij laten staan?’

‘Nou, dat mannending, je stafje, je roede, je fallus, het torentje van Pisa, maar dat blijft niet de hele maand november overeind, zeker niet als je prostaatkanker bij mannen hebt. Dus daarom die snor.’

‘Ja, de snor is ons uitgangsbord. Wij maken een statement met onze snor.’

‘Tegen snorkanker.’

‘Tegen prostaatkanker bij mannen.’

‘Ja, als je een uithangbord wilt, kan je het ook beter met je snor doen en niet met je zendmastje van Smilde. Ik  vind het geen gezicht, het lijkt bij jou net schaamhaar. Nou ja, dat roept wel de associatie op met prostaatkanker bij mannen.’

‘Wat ben jij een bitch zeg. Je bent nog erger dan vroeger. Ik toon gewoon mijn betrokkenheid. Ik zet me ergens voor in.’

‘Dat is waar. Dat deed je vroeger nooit. Maar waarom nu wel, nu we niet meer getrouwd zijn, hè, waarom nu wel? Je hebt zeker een nieuwe vriendin, op wie je indruk wilt maken met die snor, nou, no way, toevallig is het nog eens een keer zo dat maar 2 procent van de vrouwen valt op mannen met een snor.’

‘Mijn vriendin behoort tot die 2 procent. Ze is blind.’

‘Dan denkt ze zeker als je haar kust dat ze per ongeluk tegen de wc-borstel oploopt? En wat ga je in december doen, dat wordt zeker racember, in de strijd tegen diaree, wat ze je dan weer laten staan, je nekharen?’

‘Was die trein maar nooit gebroken.’

‘De trein is niet alleen gebroken, jij hebt mijn hart gebroken en dat geneest nooit meer.’

‘Niet huilen, alsjeblieft, movember is bijna voorbij, dan scheer ik hem af. Hier is mijn kaartje, bel me maar een keer, daaaaaaaaaaag’!’

In bovenstaande columns zitten de karaktistieke Bijlo-iaanse wendingen, bedenksels en humor. Kritisch bekeken kun je zeggen dat de personen door elkaar lopen, dat de vrouw iets zegt dat je bij de man zou verwachten. Maar dat is helemaal niet belangrijk vind ik. Lees in een kort artikel in Vrij Nederland, van Coen Verbaak, wat Vincent Bijlo zelf zegt over zijn columns en over zijn favoriete columnist Bert Wagendorp. (het artikel in pdf)

Print deze pagina
Bovenstaand bericht is geschreven op 25 november 2012 door in de categorie 2012, Algemeen

Vorige en volgende berichten

« Ouder: Nieuwer: »

Een willekeurig bericht

Ik schrijf op deze site over allerlei onderwerpen. Soms is het heel persoonlijk, soms vooral informatief of beschouwend. Hieronder een willekeurig bericht uit ruim 2000 berichten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

code