Cafe'Staal - schaatsen in Eemnes

Schaatsen in Eemnes

Na warme dagen in december lijkt het er nu op dat de ijzers weer uit de kast kunnen. Vanmorgen voor het eerst weer mijn autoruiten ijsvrij moeten krabben. Het lijkt lang geleden, maar misschien moest het eind 2012 ook wel. De tijd vliegt het nieuwe jaar in. En ik denk even terug aan december van 2009. In die winter vroor het ineens hard. Ik schreef een verhaal voor een tijdschrift over het sfeertje dat hangt in Nederland als de eerste vorst inzet en we gaan denken aan de elfstedentocht, de plaatselijke ijsbaan en de goeie ouwe tijd. Ik situeerde het verhaal in Café Staal in Eemnes.

Schaatsen in Eemnes

Het is halverwege december. De eerste winterse dag dient zich aan na een koude nacht van ruim vijf graden onder het vriespunt. De weerberichten voorspellen aanhoudende nachtvorst en sneeuw. Nog een paar dagen en er kan worden geschaatst. Nederland ontwaakt.  Het was al gezellig snel donker ’s avonds en in veel Nederlandse huiskamers branden sinds een paar dagen fonkelende kerstlampjes. Alleen de schaats- en sneeuwkoorts ontbreekt dan nog.  Die koorts zal als de weergoden mee blijven werken harder toeslaan dan de Mexicaanse griep. Op straat en op de werkvloer lijkt alles nog zijn gewone gang te gaan. Er wordt wat geklaagd over de plotselinge kou. Af en toe hoor je iemand over schaatsen. Maar met berichten in de media over een witte kerst, marathons op natuurijs en de stormloop op schaatsen, zal het wintervirus zich snel verspreiden over het land. De ongemakken van de kou en vorst mogen bestaan, maar krijgen zo min mogelijk aandacht. Want alleen al de verwachting van  winterse schaatstaferelen doen het hart van een echte Hollander sneller slaan. Daarvoor maakt het niet uit of je de schaatsen echt uit het vet haalt of van plan bent straks vanuit een verwarmde kamer van het ijsplezier te genieten.

Café Staal in Eemnes

Café Staal in Eemnes

Fijn café

Tegen de avond van deze eerste winterse dag stap ik café Staal in Eemnes binnen. Een bruin café waar de geest van het verleden ademt. Hier staat nog de originele kabinetkast die, in de golfbeweging die mode heet, inmiddels in vele varianten bij moderne bruine cafés is terug te vinden. Aan de muur hangen de posters en geëmailleerde reclameborden die de grootvader van de huidige eigenaar tientallen jaren geleden ophing. Met de duisternis en kou van de winter in mijn rug loop ik langs de donkerbruine stoelen waarop onze voorouders zaten. En ik begrijp bij elke stap naar de bar beter waarom ik dit zo’n fijn café vind. Het is de geborgenheid en vertrouwdheid van het verleden waarin de dagelijkse beslommeringen even verdwijnen.

Aan de bar zit Frans. ‘Ha René’, roept hij enthousiast, ‘je hebt de kou getrotseerd’. Ik knik ‘we moeten er weer even aan wennen’. Frans is begin zestig. Hij is de enige bezoeker met min of meer een vaste plaats aan de bar. Elke dag drinkt hij één of twee biertjes om het werk van zich af te schudden, zoals hij dat zegt. ‘Ruim veertig jaar geleden liep ik rond deze tijd van het jaar regelmatig vanuit Laren over de weilanden hier naar toe’,  vervolgt hij, ‘De A27 en veel andere verbindingswegen waren er nog niet. Ik probeerde me zojuist voor te stellen hoe het toen was. Maar bij elke kleine verandering in je omgeving  of in je leven verander je zelf ook een beetje. Je past je aan bij een nieuwe situatie. En na verloop van tijd zijn je herinneringen door al die kleine  veranderingen verkleurd, soms wat positiever, soms wat negatiever.’

Ik kijk hem begrijpend aan, met een blik die hem aanmoedigt verder te praten. ‘Ik liep met vrienden naar deze kroeg. Goed ingepakt, schaatsen over de schouder en een pakje brood.  We aten hier ons brood en stapten daarna achter het café op de Vaart. Als het goed vroor lag ook de Eem dicht en schaatsten we naar Eembrugge of Spakenburg. En als we dan weer terugkwamen zorgde de moeder van Peter, de huidige uitbater van Staal,  dat we goed gevoed en gekleed waren voor de terugreis.’

‘Maar ook tijdens het schaatsen zorgden de Staals voor ons,’ vult Robbert aan, die zojuist is binnengekomen. ‘Met een “Koek en Zopie” stonden ze altijd langs de Vaart’.

Bockbier met rum

‘Oorspronkelijk was Zopie bockbier en rum vermengt met eieren, kaneel en kruidnagelen’, vertel ik, ’maar dat zullen jullie wel niet hebben gekregen’. ‘Nee, vroeger was het wel sterke drank, maar tegenwoordig chocolademelk, erwtensoep en een gevulde koek. Vorige winter, afgelopen februari, had Peter wel sterke drank in zijn Zopie. De schaatsmogelijkheid was er toen zo onverwacht dat velen er onvoorbereid instapten. Met alle gevolgen van dien. Ik heb toen heel wat mensen met kneuzingen en schaafwonden voorbij zien komen’, reageert Robbert glimlachend terwijl hij zijn broek tot zijn knieën oprolt om de lichtroze streep op zijn scheenbeen te tonen. Zonder twijfel een langzaam genezende diepe snee. ‘Ik kwam bij een brug en zag dat er een enorm wak lag. Ik probeerde een draai te maken en sloeg met mijn linkerschaats langs mijn rechterbeen. Na een verbandje en twee borrels bij de après-schaats hier in Staal had ik er al geen last meer van.’

‘Dit café was eenvoudig het rustpunt van alle schaatsevenementen’, valt Frans samenvattend in. ‘Hier verzamelden we als we in Friesland, Harderwijk of waar dan ook in Nederland  aan toertochten mee gingen doen. Na afloop kwamen we hier gezamenlijk weer terug. Vanzelfsprekend dronken we dan nog een goed glas op de gezellige dag. En als er geen tochten waren dan organiseerden we zelf een wedstrijd op de Vaart’.

‘Nou Frans, laat dat “we” maar weg. Ik kan me toch herinneren dat jij vooral goed was in het afwezig zijn als er iets gedaan moest worden. Het jochie dat altijd binnenkwam als het feest bijna ging beginnen. Nee, het waren vooral die paar enthousiastelingen die nog steeds allerlei activiteiten organiseren in Eemnes. ’ Frans glimlacht. Hij is bijna vijfenzestig, maar geniet van de confrontatie met zijn jeugd. In dit café komen mensen uit Eemnes en omgeving, vertelde hij me ooit, die elkaar al jaren kennen. Vaak vanuit hun jeugd. Ze zijn maatschappelijk allemaal hun eigen richting gegaan, van scharensliep tot  jurist, maar hier komen ze elkaar steeds weer tegen.

De IJsmeester

‘Daar komt Reijer aan’, merkt Frans op, handig zichzelf als onderwerp uit het gesprek schrappend. ‘Daar kunnen we verhalen over vertellen! Samen met Harry was hij altijd als eerste op het ijs. Had het even gevroren en voelde je de ijslaag nog onder je schaatsen golven, dan waren zij al aan het toeren. Zelfs als er maar een dun laagje lag, schaatsten zij al over de Eem naar café Kuijer in Baarn. Daar kregen ze dan gratis te drinken, want die uitbater wist dat er na hen vele schaatsers zouden volgen.  Die volgelingen waren vaak veel onhandiger. Daardoor gingen er regelmatig schaatsers door het ijs. De Vaart is maar een meter diep, dus dat valt wel mee, als je niet onder het ijs glijdt. Maar op de Eem is het toch een stuk gevaarlijker. ‘

‘Reijer heeft een goed gevoel voor ijs’, mijmert Robbert. ‘Hij heeft altijd in de bouw gewerkt en bedacht al menig praktische oplossing voor de plaatselijke schaatsvereniging, die hier in Staal is opgericht. Zo is hij de uitvinder van het ‘ijstransplanteren’. Daarbij wordt een zwakke plek in het ijs of een plek die een oneffenheid veroorzaakt, uitgehakt en vervangen door een stuk ijs dat in een emmer is “gekweekt”. Als je dat ’s avonds doet zie je er de volgende morgen niets meer van.’

Reijer staat bij de deur met een groepje mensen te praten, maar komt nu onze kant oplopen. Ik herken hem, maar wist nog niet hoe hij heette . Begin van het jaar heb ik hem kort gesproken in Staal. Hij had de dag daarvoor het eerste kievitsei van 2009 gevonden.  Ik vroeg hem toen of hij dat ei niet aan de koningin moest aanbieden. Maar als vrijwilliger van de Eemnesse Weidevogelvereniging kwam hij daar niet voor in aanmerking.

‘Zo jongens, er is weer werk aan de winkel, er wordt vroeg geschaatst deze winter’, opent Reijer het gesprek, onderwijl mij onderzoekend aankijkend, ‘maar eerst een bierje. Peter, doe er hier nog even een paar’. Hij kijkt even om naar het groepje waar hij zojuist mee praatte, ‘ongelooflijk wat een hoop onzinverhalen over winter, ijs en schaatsen je altijd weer hoort in deze tijd. Ze moesten eens weten wat er allemaal bij komt kijken om de ijsbaan klaar te maken voor gebruik. Het is onderhand een hele wetenschap geworden, waarbij je natuurlijk afhankelijk blijft van de grilligheid van de natuur. ‘

Ruim twintig jaar geleden is in café Staal IJsclub ‘de Vaart’ opgericht. Zoals zo vaak gebeurd, werden onder het genot van een drankje ideeën uitgewisseld na afloop van een schaatsdag. Daaruit ontstond het plan de activiteiten officieel te organiseren en een eigen schaatsbaan te bouwen. Door de verlichting daarvan zou het ook mogelijk zijn ’s avonds te schaatsen in Eemnes. De baan werd uiteindelijk in januari 1992 officieel geopend. En hoe kan het ook anders, Reijer werd ijsmeester, samen met René Perier.

‘Natuurlijk waren we altijd aan het schaatsen… als dat kon’, vertelt Reijer. ‘Veel mensen denken, als ze terugkijken naar vroeger, dat we elke winter wekenlang schaatsten. En dat het nu door de opwarming van de aarde anders is. Die opwarming is niet goed en daar moeten maatregelen voor worden genomen. Maar voor de schaatsbeleving is er echt weinig veranderd. Want ook vroeger  waren er jaren dat we niet konden schaatsen in Eemnes. En die werden afgewisseld met jaren waarin we twee dagen of hooguit een week konden schaatsen. 1963 was uitzonderlijk, iets soortgelijks was de winter van 97. En we herinneren ons natuurlijk de elfstedentochten van 85 en 86. Ik heb die tochten toen ook gereden, maar lang niet zo verdienstelijk als mijn dorpsgenoten Wim Westerveld en zijn vrouw Betty. Wim was in 84 winnaar van de Alternatieve Elfstedentocht in Canada en werd zesde, achter van Benthem, bij de dertiende Friese Elfstedentocht in 85. Betty werd drie keer tweede bij de dames.

Bu Cats

‘Ach, die Elfstedentocht’, mengt Robbert zich weer in het gesprek,’het heeft de naam, het is leuk om naar uit te kijken, maar ik bewaar toch de mooiste herinneringen aan de schaatstochten die we van hieruit maakten, spontaan. Vaak wist je de dag ervoor nog niet of het door kon gaan. Overigens heb ik in mijn studententijd in Utrecht ook veel geschaatst. Ik herinner me schaatstochten over de Utrechtse singels. Op het Lucas Bolwerk was een vlondertje tegenover café de Wittevrouwenpoort van Bu Cats. Daar stapte je op het ijs en schaatste onder de bruggen door, waar het ijs meestal aanzienlijk dunner was. Als het had gesneeuwd was dat gevaarlijk, maar de omgeving maakte veel goed. Die herenhuizen langs de singels ingepakt in een dik pak sneeuw, de bomen in wit gehuld en al die verschillende mensen op het ijs. Als ik er aan denk zie ik Anton Pieck illustraties voor me en schilderijen van Hendrick Avercamp.’

Reijer vertelt dat hij de vorige maand een expositie van Van Avercamp heeft gezien in het Rijksmuseum.  ‘Die man schilderde rond 1600 winterlandschappen. Maar vooral aan zijn schaatstaferelen zie je dat er nauwelijks iets is veranderd. De kleding is anders, maar ijspret is altijd feest geweest voor jong en oud’. ‘Ja, dat vind ik juist zo leuk. Iedereen gaat het ijs op. Of je een tocht maakt of op een natuurijsbaan je rondjes maakt,  je ziet een moeder die haar kind leert schaatsen achter een stoel, een groepje klasgenoten die met enig bravoure, grappen, grollen en veel leedvermaak een dagje op het ijs zijn, serieuze mannen die wedijveren met hun schaatstechniek . Het is het samen delen van iets wat je toch op je eigen manier invult en beleeft, zoals vroeger de kermis. Daardoor hebben we wellicht ook die sneeuw- en schaatskoorts elk jaar. Het is een beetje de roes die je ook hebt bij het WK voetballen. Ook al trek je geen oranje kleding aan, je voelt je toch één met die deinende landgenoten in zo’n stadion. Even is iedereen met hetzelfde bezig.’

‘Ja, en we weten allemaal dat het eindig is. Na een paar dagen is het weer over. Met de voorbereidingen bij de IJsclub beleef je ..’. “Die zogenaamde Anton Pieck plaatjes, die witte vergezichten, zie je straks weer overal in het land’, onderbreekt Frans, die even naar een oudere man was gelopen. ‘Wat ik raar vind, is dat bij elke foto van sprookjesachtige huisjes en vrolijke straattaferelen, iedereen direct Anton Pieck roept. Volgens mij heeft die man hoofdzakelijk Charles Dickens illustraties gemaakt en de Efteling ontworpen. Het klinkt misschien saai, maar ik geniet er enorm van als ik ’s ochtends mijn gordijnen opentrek en de tuinstoelen, kliko en bloempotten bedekt zie met  twintig centimeter laag sneeuw.  Ik geniet daar enorm van, maar ik noem het toch echt geen Anton Pieck.‘

Reijer en Robbert negeren Frans door mij strak aan te kijken. Ik herken de pret in hun ogen. Frans wordt even op zijn nummer gezet. En hij begrijpt het. Het is zo’n moment waarin het gezamenlijke leven vanaf hun jeugd weer even voorbij flitst. Waarin een individu door vrienden van vroeger wordt geconfronteerd met zijn onhebbelijkheden. De eigenaardigheden die alleen voor de ingewijden herkenbaar zijn. Ik ben een buitenstaander op zulke momenten.  ‘Zullen we nog een laatste nemen’, zeg ik kort daarna, goed getimed. ‘Ja’, antwoordt Reijer, ‘en dan gaan we eens kijken wat deze winter ons verder gaat brengen. Ik zag al een paar flink besneeuwde jassen binnenkomen. Er wacht ons een verrassing buiten. Maar het betekent ook sneeuwruimen op de ijsbaan. Met de machines kunnen we daar zeker nog niet op, en ik denk dat het ijs ook ons nog niet houdt. Het eerste probleem voor de ijsmeester dient zich daarmee al aan. Kom we nemen een Glühwein. Want je weet “Glühwein na bier, geeft extra schaatsplezier.”

Print deze pagina
Bovenstaand bericht is geschreven op 14 januari 2013 door in de categorie 2013, Algemeen, Column, Oudedoos

Vorige en volgende berichten

« Ouder: Nieuwer: »

One thought on “Schaatsen in Eemnes

  1. 1

    Heel leuk om te lezen, zo herkenbaar….
    Je schrijft enorm “makkelijk te lezen”, en daar houden veel mensen van, vriendelijke groet Aafke

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

code




Een willekeurig bericht

Ik schrijf op deze site over allerlei onderwerpen. Soms is het heel persoonlijk, soms vooral informatief of beschouwend. Hieronder een willekeurig bericht uit ruim 1500 berichten.