IJspret en een buurtborrel

Eergisteren plaatste ik een verhaal over de voorbereidingen en herinneringen rond schaatsen in Eemnes. Dat deed me er aan denken dat ik nog een verhaal heb geschreven voor het tijdschrift OOK! in december 2009. Een verhaal rondom een buurtborrel waarin allerlei informatie over ijspret is verwerkt. Het verscheen in het februarinummer van OOK! geïllustreerd met foto’s van ijspret in Amsterdam 1955.

IJspret en een buurtborrel

Het gras is koud en vochtig van de sneeuw. Ik zit op een krant en bind mijn schaatsen onder. Straks nog een paar kranten onder mijn trui, een van wielrenners afgekeken truc die ook goed werkt bij het schaatsen. Mijn oudste kleinzoon Robin staat wat ongeduldig naast me te wachten. Als ik bijna op wil staan komt er een man op me afschaatsen. ‘Er gaat toch niets boven die Friese doorlopers’, glimlacht hij, naar mijn schaatsen kijkend, ‘dat brengt het oergevoel van de schaatser naar boven’. Ik ben geneigd geïrriteerd te reageren, maar ergens komt de man me bekend voor, dus houd ik me in. ‘Ik ben de nieuwe bewoner van 74’, bevestigt hij mijn vermoeden. ‘Mijn vrouw en mij leek het leuk, omdat zoveel straatgenoten zich nu op het ijs bevinden, een spontane buurtborrel te organiseren. Bij wijze van kennismaking, bij ons thuis over twee uurtjes. Uw vrouw en u zijn van harte uitgenodigd. En u kunt uw zoon natuurlijk ook mee nemen’, voegt hij er aan toe, daarbij knikkend naar mijn kleinzoon. Er flitsen diverse gedachten door mijn hoofd, vooral omdat ik me had ingesteld op een middagje semisolitair toeren. Maar ik aanvaard zijn uitnodiging en ik bel mijn vrouw om het haar door te geven.

IJspret op de gracht in Amsterdam, ca.1955

IJspret op de gracht in Amsterdam, ca.1955

Het is de eerste dag dat het ijs weer dik genoeg is. De vijver, een paar straten van ons huis vandaan, staat in verbinding met een sloot. Deze leidt naar een netwerk van waterwegen een paar kilometer verderop. Er zal op sommige plaatsen wat gekluund moeten worden, maar het kan een leuke tocht worden. Op de vijver is het inmiddels gezellig druk. Mijn buurtgenoten genieten van de sneeuw en het ijs. Ouders en grootouders leren hun nageslacht de kneepjes van het schaatsen, twee mannen in pak hebben ongetwijfeld de lunchtijd verruimd om hun schaatsmoment te pakken, een groepje scholieren daagt elkaar speels uit met sprintjes en ter plekke verzonnen spel. Rondjes schaatsen zou wel kunnen op de vijver, maar het is te druk. Nee, een tocht maken met mijn kleinzoon is nu zeker te prefereren. Even ontspannend de blik op oneindig.

Tweeënhalf uur en een snelle douche later, stap ik met Robin bij nummer 74 binnen. Mijn vrouw is er al. We hebben niet veel contact met de mensen uit onze straat, maar de meesten kennen we wel. Sommigen hebben ook hun kinderen of kleinkinderen meegenomen. Het oogt inderdaad als een spontane, gezellig rommelige happening. Terwijl ik naar de keuken loop om de gastvrouw te begroeten vang ik flarden van gesprekken op. Vrijwel iedereen bespreekt de plotselinge vorst. De sneeuw en het ijs zorgen voor wat overlast, maar vanmiddag is het vooral leuk.

IJspret op de gracht in Amsterdam, ca.1955

IJspret op de gracht in Amsterdam, ca.1955

‘Koek en zopie bij de nieuwe buren’, zegt Marijke, een buurvrouw die net als ik begin vijftig is. Ik zag haar vanmiddag met twee kleinkinderen op de vijver. ‘Dit weer brengt altijd herinneringen naar boven. Dan zie ik mezelf met mijn vader mijn eerste slagen maken.  Hij achteruitschaatsend, mij met twee handen vasthoudend. Mijn moeder houdt ons iets verderop in de gaten. Ze vond me eigenlijk te jong. Ik weet niet meer hoe oud ik was, maar vast ouder dan mijn kleinkinderen nu. Toen ik vanmiddag met hen het ijs op ging was het alsof ze niet anders gewend waren, terwijl ze nog nooit op het ijs waren geweest. Maar ja, ze hebben Rollerskates, dat zal wel helpen.’

‘Als ik terugdenk aan vroeger, dan lijkt het toen knusser’, breng ik in. ‘Ik zie dan allemaal gekleurde lichtjes, het is schemerachtig en er staat een inderhaast in elkaar getimmerde kraam met warme drank en gevulde koeken. Mijn ouders werkten allebei, schaatsen leerde ik van de vader van een vriendje. Ik kan me de kick nog herinneren van de overslag bij het maken van rondjes. Wow, toen ik dat onder de knie had wist ik van geen ophouden.’

‘Heb je ook niet het idee dat je vroeger veel langer kon schaatsen?’, vraagt Carla, die bij ons is komen staan. ‘Ja, dat denken we volgens mij allemaal’, antwoordt Marijke, ‘maar het schijnt altijd maar een paar dagen te zijn geweest. Er waren jaren dat er helemaal niet kon worden geschaatst en winters met extreme vorst, zoals 1963 en 97. De winters van 1985 en 86, de jaren van de Elfstedentocht, waren niet eens zo bijzonder koud. Het zag er toen lang naar uit dat die tocht der tochten niet eens door zou gaan’. ‘Kan ik iemand verblijden met een echte ‘Zopie?’, onderbreekt Gerard, de nieuwe buurman en gastheer. ‘Het leek Agnes leuk deze eens te maken volgens het oorspronkelijke 17e eeuwse recept, van bockbier en rum vermengt met eieren, kaneel en kruidnagelen.’

‘Ik kan me er geen voorstelling van maken, dus ik wil wel een slokje proberen’, zeg ik . ‘Nou, ik laat deze beker aan me voorbij gaan’, lacht Carla, ‘kruidnagelen vind ik alleen lekker met de kerst, meegekookt in een wildschotel met rode kool.’ ‘Kruidnagelen zijn inderdaad een nogal overheersend specerij, maar wist je dat ze ook een belangrijk onderdeel zijn van speculaas en pepernoten. Heb je zin in een Glühwein? Ook daar zijn kruidnagelen onderdeel van het recept’.

IJspret op de gracht in Amsterdam, ca.1955

IJspret op de gracht in Amsterdam, ca.1955

‘In bisschopswijn zit het ook’, vertelt John, de man van Carla. ‘Jullie hadden het over herinneringen. Ik herinner me de zondagmiddagen dat we gingen schaatsen. Dan verzamelden we met bijna de gehele familie bij mijn grootouders. Niet ver van hun woning was een meer waar je prima kon schaatsen. Mijn oma bleef thuis, zij kwam later met zelfgemaakte, warme bisschopswijn en broodjes. Ik leerde schaatsen van een oom, mijn vader had daar het geduld niet voor. Mijn moeder zie ik terugkijkend naar vroeger vooral zwierend met haar drie zusters; gearmd maakten zij hun rondjes over het ijs. Mijn broertjes en ik speelden met mijn neefjes. We schaatsten en gleden met een slee van een helling, maar bedachten ook spelletjes als knikkeren op het ijs en wat dacht je van touwtje springen met schaatsen aan. Mijn opa en mijn vader vonden dat niets, ze organiseerden wedstrijdjes om ons af te leiden. Als mijn oma kwam, dan begon waar ik nog steeds warme herinneringen aan bewaar. Ze kwam meestal rond een uur of vier. Het was dan al wat aan het schemeren. Mijn opa en zijn buurman sloegen palen in de grond en hingen daar lampjes tussen. Mijn oma klapte een tafel uit en zette daar de pan met wijn en de schaal met broodjes op. Dat verlichte hoekje veranderde op slag de gehele sfeer. Die werd direct intiemer.’

‘Er was geen muziek bij hè’, merkt Gerard op, ‘tegenwoordig moet er altijd muziek bij. Volgens mij was dat er vroeger niet. Trouwens overal moet tegenwoordig muziek bij, alsof mensen bang zijn voor stilte of voor elkaar.’ ‘Ja, nu je het zegt’, vervolgt John, ’er was inderdaad geen muziek. Na het schaatsen vertelden we verhalen en spraken over wat ons bezig hield. Je hebt trouwens nu ook geen muziek op staan.’ ‘Ik herinner me wel muziek tijdens het schaatsen’, vertelt Marijke, ‘maar dat waren dan meestal mannen van de plaatselijke harmonie. Soms schaatste er wel eens een jongen met een ghettoblaster op zijn schouder; maar die dingen zijn slechts een korte periode populair geweest.’

‘Ja, nu schaatsen we met onze iPods. Toen mijn kinderen nog heel jong waren en ik ze nog moest bezighouden op het ijs vond ik schaatsen zo inspannend dat ik muziek en andere afleiding niet eens zou horen of zien. Bij ons vorige huis was het altijd enorm druk op het ijs. Sommigen schaatsten zo hard of roekeloos, dat ik mezelf en de kinderen regelmatig in veiligheid moest brengen door opzij te springen of al direct ruimte te maken voor een aanstormende schaatser. Later, toen onze kinderen, Rob en Kevin overigens’, verduidelijkt Carla aan Gerard, ’wat groter waren, kon ik pas weer meer genieten van schaatsen. En nu ze met vriendjes op pad zijn, maak ik me soms wel zorgen, maar kan ik ook weer toeren. Dat deed ik vroeger met mijn ouders. Mijn vader was een fantastische schaatser, ooit volgens mij nog eens kampioen van Noord-Holland geweest. Hij stippelde ook de routes uit die we maakten in de Zaanstreek of rond de Molens bij de Kinderdijk. In mijn studententijd schaatste ik die routes met studiegenoten en ik hoop ze ook binnenkort met Kevin te schaatsen. John en Rob zijn meer van de kleine ijspret op een vijver of een meer.”

‘Nou lieverd, het is toch ook vaak een kwestie van tijd’, ageert John, ‘ik vind het leuk om een toerrit te maken, zeker nu de jongens wat groter zijn. Maar de vriesdagen moeten wel een beetje gunstig vallen met mijn werk.’ ‘Ik heb net met mijn kleinzoon een korte rit van twee uur gemaakt, het is ook een kwestie van plannen’, stook ik in een goed huwelijk. ‘Maar voorkeur speelt wel een rol. Maaike, mijn vrouw, vindt het leuker om de variëteit aan ijsgenot te beleven.’ ‘Gaat het over mij’, roept Maaike terwijl ze vanuit de keuken naar ons toeloopt. ‘Ja, ik zeg net dat jij meer geniet van al die verschillende mensen op het meer, dan van het maken van een toerrit.’

IJspret op de gracht in Amsterdam, ca.1955

IJspret op de gracht in Amsterdam, ca.1955

‘Dat komt ook omdat ik uit een groot gezin kom. We waren met zijn twaalven thuis en lagen qua leeftijd redelijk dicht bij elkaar. We deelden veel met elkaar. Met mijn oudste broer zat ik op een zangvereniging, met het zusje onder me ging ik naar de disco en met mijn jongste broertje spaarde ik postzegels. Schaatspret symboliseert voor mij die mix van gedeelde interesses en belevenissen. Het komt erin samen. Dan kwamen we op de ijsbaan en dan gingen een paar broertjes ijshockeyen, een broertje ging naar een vriendje dat daar ook was en ik ging met twee zusjes sleeën. Maar een kwartiertje later was de situatie heel anders, dan deed ik een wedstrijdje met een broer enzovoort. De hele middag was je met elkaar met van alles bezig. Ik vind het nog steeds geweldig om te zien, al die mensen met hun verschillende invulling van schaatsplezier. Het brengt mooie herinneringen naar boven, zeker nu mijn broers en zusters over de hele wereld zijn uitgezwermd en we elkaar weinig zien.’

‘Jij hebt toch schaatsen geleerd van je moeder?’, vraag ik. ‘Ja, dat is waar. Maar achteraf gezien was dat gewoon toevallig. Er waren drie winters achter elkaar waarop je kon schaatsen. Mijn oudste broer en zus hadden het al geleerd en het derde jaar was ik aan de beurt. Met mijn moeder achter een stoel. Vreselijk. Als er één of twee jaar tussenuit waren gevallen dan had ik het van mijn oudste broer geleerd. Hij was veel meer met techniek bezig. Het was de tijd van Hilbert van der Duim en Hein Vergeer. Van mijn broer leerde ik zowel de praktijk als de theorie. Ik ging daardoor met sprongen vooruit. Het maakte het schaatsen ook direct leuker. Ik heb zelfs nog een tijdje op kunstrijden gezeten.’

‘Goh, ik heb ook nog een vage herinnering dat ik achter een stoel loop op het ijs’, begint Gerard. ‘Dat was met mijn opa. Daar moet nog een foto van zijn. Ik was drie of vier en loop zonder schaatsen op het ijs. Mijn hoofd komt net boven de zitting uit. Maar echt schaatsen leerde ik ook van mijn moeder toen ik zeven was, zonder stoel. Het is een slag, zei ze, je zal een paar keer vallen maar als je de slag hebt dan is het een kwestie van oefenen. En zo is het gegaan. En zo deed ik het ook twee jaar terug met Sven, mijn zoon. Nu is hij schaatsen met zijn klas. Dat vond hij leuker dan al die oude mensen bij elkaar. Geef hem eens ongelijk, zo’n jochie van acht.’

‘Tja, oude mensen’, mijmert John. ‘Ik ben veertig. Als ik terugdenk aan hoe ik mijn ooms en tantes zag op die leeftijd; dát waren oude mensen. Ik weet nog dat mijn vader jarig was en het boek ‘veertig’ van Kees van Kooten kreeg. Dat was wat toen een hele leeftijd.’

‘Ja, maar de wereld is ook wel veranderd’, oppert mijn vrouw. ‘Schaatsen was vroeger echt een traktatie, zeker in ons grote gezin, en nog gratis ook. Tegenwoordig gaan we ook skiën in de winter en doen door het jaar allerlei andere sporten en activiteiten die ons jong… Ik vraag me ineens af hoe we vroeger aan al die schaatsen kwamen.’

Sven, het zoontje van Gerard, komt binnenstormen. ‘Wat is er aan de hand’, roept zijn moeder verschrikt. ‘Niets’, hijgt het jochie, ‘maar een paar mannen hebben verlichting opgehangen bij de vijver, er is een bandje en gratis drank. Het is een feest. Dat moeten jullie zien.’

Gerard kijkt naar zijn vrouw. Ze glimlacht en knikt begripvol. ‘Kom’, zegt hij tegen de aanwezigen, ’wie gaat er mee kijken. Er is een schaatsfeest op de vijver’.

Verschenen in OOK! december 2009

Print deze pagina
Bovenstaand bericht is geschreven op 16 januari 2013 door in de categorie 2013, Algemeen, Column, Oudedoos

Vorige en volgende berichten

« Ouder: Nieuwer: »

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

code




Een willekeurig bericht

Ik schrijf op deze site over allerlei onderwerpen. Soms is het heel persoonlijk, soms vooral informatief of beschouwend. Hieronder een willekeurig bericht uit ruim 1500 berichten.