- René van Maarsseveen - https://renevanmaarsseveen.nl -

Schoolarts

schoolarts

In een lange rij stond ik met mijn medescholiertjes in de gang voor de kamer van de directeur. Daarbinnen hadden twee verpleegsters een opklaptafeltje gezet. Langzaam schuifelden we daar in een lange rij langs voor een krasje. Het bleken drie krasjes die naast elkaar op de bovenarm werden gezet met een soort kroontjespen.

Een week later kwamen de verpleegsters terug om te kijken of er geen bultjes waren ontstaan die zouden wijzen op Tuberculose. Deze krastest was ooit ontwikkeld door de Oostenrijkse arts Von Pirquet, die eerder al het woord allergie had bedacht. De test werd om het jaar gedaan op vrijwel alle scholen in Nederland.

Twee jaar later, ik zat inmiddels in de derde klas, was de krastest vervangen door de Mantoux-test. Bij deze test, ook genoemd naar een arts, werd een kleine injectie gegeven. Dat zag er voor de rij leerlingen heel wat angstaanjagender uit. Want af en toe vielen er leerlingen flauw.

Regelmatig kwam ook de schoolarts op school. In de klas moesten we ons uitkleden. Daarna stonden we weer in de gang voor de directeurskamer te wachten, maar nu met ontbloot bovenlijf en in onderbroek. De schoolarts legde zijn koude stethoscoop op een paar plaatsen op mijn borst en zei “diep inademen”. Daarna trok hij met zijn wijsvinger mijn onderbroek aan de band iets naar voren en zei “blazen op de rug van je hand”. Hij keek even in mijn broekje.

Later, terug in de klas, vertelde de onderwijzeres dat de schoolarts had gekeken of er een bobbeltje te zien was in de liesstreek. Dat zou kunnen wijzen op een liesbreuk. Ze legde nog meer uit over het bezoek van de schoolarts en sloot af met “zijn er nog vragen”. Het meest bijdehante jongetje van de klas stak zijn vinger op en vroeg:“We hadden het hartstikke koud in die koude gang en wisten niet wat ons te wachten stond. Had u ons deze informatie niet vooraf kunnen geven?” Ze glimlachte, van mij kon ze dit soort opmerkingen wel hebben.

verschenen in het tijdschrift OOK! – foto uit archief Deuxième/Polyvisie – het verhaal is niet autobiografisch.