Moeders wijsheid

In de namiddag gisteren werd ik gebeld en ontspon zich een gesprek dat op een leuke manier eindigde met moeders wijsheid.

‘René, je hebt helemaal gelijk met je bericht over 2%’, zegt de stem aan de andere kant, ‘onder andere daarom vind ik Nederland steeds minder leuk’.

‘Dank je, en om welke redenen vind je Nederland nog meer minder leuk?’, vraag ik.

‘Hoe zo?’

‘Nou, omdat je zegt onder andere’

‘Wat wil je horen’, gaat de stem aan de kant verder,’er zijn zo veel redenen. Neem de leugens en het gedraai van Weekers. Dat is op zich geen reden, maar het staat symbool voor onze politiek. Wereldvreemd zijn ze. Alsof hij niet wist van die Bulgaren.
En wat dacht je van de Polen. Iedereen op straat weet dat, in Den Haag weten ze het zogenaamd niet. Maar spreek een paar Polen aan  en je hoort het van henzelf. Allemaal een klein beetje werken en vooral schrapen van de staat, toeslagen, uitkeringen, bijstand. Ze weten hier beter de weg om aan geld te komen dan wij’.

‘Ik ken een paar Polen’, reageer ik, ‘dat zijn harde werkers. Ze maken 12 uur op een dag en als een klus niet af is gaan ze gewoon door. En dat voor geringe bedragen’.

‘Ja, over die Polen heb ik het dus niet’, klinkt het verongelijkt.

‘Nee, je moet het helemaal niet over Polen hebben’, reageer ik bits. ‘Ik ken ook Turken, Marokkanen én Nederlanders die ten onrechte allerlei geld van de overheid krijgen. Zie het gewoon als mensen. Er zijn profiteurs en fraudeurs die met list en bedrog misbruik maken van het systeem en er zijn mensen die dat niet doen en hooguit gebruik maken van hun recht. Het is een 2% voorbeeld. Het systeem deugt niet. Er kan gefraudeerd worden, en sommigen kunnen dan de verleiding niet weerstaan.
Maar het zijn geen specifieke bevolkingsgroepen die dat doen, het zijn individuen. En het is de boter op het hoofd van politici, overheden in het algemeen en wellicht op ons hoofd. We zoeken de oplossingen in houtje-touwtje, in ad hoc, terwijl er veel meer structureel naar het probleem moet worden gekeken. Niet naar één benoemd probleem, maar naar de grote lijn, de rode draad.’

Het is stil aan de andere kant van de lijn. In die stilte denk ik aan de Ghanezen die ik een paar jaar geleden sprak in de Bijlmer. ‘Wat doe je voor werk?’, vroeg ik er een. Hij en de om hem heen staande Ghanezen begonnen te lachen. In gebrekkig Nederlands doorspekt met Engels antwoordde hij ‘niet work, geld van govergeit’. Ik lachtte terug en ben er maar niet over verder gegaan.

‘Weet je nog, die Turken?’, hoor ik aan de andere kant. Als ik vraag welke, gaat het verder, ‘die met al dat vastgoed in Turkije, terwijl ze hier een uitkering hebben en een vriendin die werkt’.

Ik herinner het me. Twee jaar geleden zaten we bij een vriend. Hij had een paar Turken op bezoek waarmee hij zaken deed. We hadden het over Nederland, Turkije en de sociale systemen. Toen me duidelijk werd dat ze een uitkering hadden vroeg ik hoe het zat. Waarschijnlijk vonden ze mij niet bedreigend, want ze vertelde uitgebreid hoe zij dingen hadden geregeld. Daarbij kreeg ik sterk het idee dat ze ons op dezelfde lijn zette als het hele Nederlandse systeem, naïef, dom en kortzichtig.

‘ja, ik herinner het me’, antwoord ik.

‘Wat denk je dat die Turken nu zouden zeggen als je ze expliciet zou vragen naar Nederland. Denk je niet dat ze zeggen dat wij de sufferdjes van Europa zijn. Zoals wij maar geld blijven wegbrengen naar al die landen in financiële problemen, terwijl we in het land zelf ook nog eens hen, de buitenlanders, bevoordelen’.

‘Ach, zullen we er over ophouden’, zeg ik. ‘Je hebt gelijk. Er klopt een hoop niet in Nederland. Maar het zal in andere landen niet anders zijn. Ik heb geen zin meer in al die details, verhalen en geklaag. We komen daarmee niet verder. We moeten een groter doel voor ogen hebben. Wellicht is dat een hardere lijn over het gehele front. Een harde lijn gericht op de 2% die het voor anderen verpest’.

‘Ja, ik zei al dat ik het me je eens ben. Maar denk je niet dat bijvoorbeeld zo’n Staal van Vestia daar ook bij hoort, bij die 2%. Moet je zien hoeveel mensen de dupe zijn geworden van zijn beleid, terwijl hij in zijn functies alleen maar aan zijn eigen salaris en bonussen dacht.’

‘Tuurlijk hoort zo’n man daarbij’, antwoord ik, ‘maar hij is niet de enige. Dus moet men vooralsnog de bestaande regels volgen en niet alleen naar dat specifieke geval kijken. Maar van mij mag de wet zo worden aangepast dat zulke mensen met terugwerkende kracht worden aangepakt. Hij wist als topman, van wie je een zekere intelligentie mag verwachten, heel goed waar hij mee bezig was. En als hij meeging in de waan van die dagen, wat zo vaak als excuus wordt gebruikt, dan was hij niet geschikt voor die baan. Jouw moeder zei toch ook ‘als hij in het water springt, spring jij er dan achteraan?’.

‘haha, ja gelijk heb je. Moeders wijsheid’, tettert de andere kant van de lijn in mijn linkeroor, ‘mijn moeder zei het trouwens anders, die zij ‘als iedereen in het water springt, spring jij er dan achteraan’. Die is nog toepasselijker.
Weet je wat ze ook zei? ‘ik ben niet de moeder van al die andere kinderen, mijn antwoord blijft nee’. Dat is een mooie voor Rutte. Die kan hij overal gebruiken. In de Europese commissie ‘ik ben niet de premier van al die andere landen, mijn antwoord blijft nee’.

‘En deze tegen die 2% ‘daarom, omdat ik het zeg’

‘Ja, dat zei mijn moeder ook. Dan vroeg je ‘waarom?’ en dan zei ze ‘daarom’, ja en deze ‘ik vraag het niet aan je, ik zeg het je’.
Of deze voor Wilders ‘zolang je onder ons dak woont, doe je wat wij zeggen’.

‘En de mooiste, maar dan ga ik verder’, zeg ik, ‘dat ze zei, vraag dat maar aan je vader…’

Print deze pagina
Bovenstaand bericht is geschreven op 22 mei 2013 door in de categorie 2013, Algemeen

Vorige en volgende berichten

« Ouder: Nieuwer: »

Een willekeurig bericht

Ik schrijf op deze site over allerlei onderwerpen. Soms is het heel persoonlijk, soms vooral informatief of beschouwend. Hieronder een willekeurig bericht uit ruim 2000 berichten.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*

code