We worden dommer

We worden dommer. Dat was de titel van het artikel in de New York Times dat ik twee geleden las. Toen ik het doorlas dacht ik dat het iets was om over te schrijven op dit blog. Dat de onderzoeker achter de uitspraak een Nederlander was vond ik leuk, en ook de invalshoek was apart. Het leukste was echter de strijd tussen de twee kampen die elkaar bevochten over de juistheid van de constatering.

We worden dommer - Jan te Nijenhuis (foto: Marco Okhuizen)

Jan te Nijenhuis van de Universiteit van Amsterdam. foto: Marco Okhuizen

Ik had er al vaker over gelezen. Het is met die wetenschappers toch altijd hetzelfde. Als ze weer een tijdje niet in de aandacht zijn geweest vinden ze wel weer iets. Iets dat dan een paar weken later weer door een ander om aandacht verlegen wetenschapper wordt tegengesproken.

Gisteren  verscheen ook in AD een bericht met de strekking “we worden dommer”. In het interview, dat ik vluchtig las, kwam een veelgemaakt misverstand naar voren waardoor ik er hier toch iets over schrijf.

We worden dommer

Sinds het Victoriaanse tijdperk is de intelligentie van westerse mensen 14 IQ minder geworden, ondanks alle technologische en andere ontwikkelingen. Dat komt volgens professor Jan te Nijenhuis van de Universiteit van Amsterdam omdat vrouwen met een hoge intelligentie minder kinderen krijgen dan vrouwen met een latere intelligentie.

Intermezzo

Het doet me denken aan het Belgenmopje dat we op school gebruikten. Als iemand, bijv. Bert, iets doms deed, dan zeiden we ‘wat gebeurt er als Bert naar België emigreert?”, ‘dan gaat de intelligentie in beide landen omhoog’.

Er zijn meer theorieën over waarom de intelligentie verlaagt, of waarom je kunt zeggen we worden dommer. Over één daarvan schreef Professor Gerald Crabtree van Stanford University. Die zei dat onze intelligentie begon terug te lopen toen er dichtbevolkte steden kwamen en we niet meer naar voedsel hoefden te zoeken.

Hij doelt daarbij op het feit dat we onze hersenen niet meer hoefden te gebruiken voor ons levensbehoud, maar evengoed kan hij op een andere manier refereren aan hetzelfde fenomeen als Te Nijenhuis.

Andere test

We worden dommer, o.a. te meten met de Hipp Chronoscoop

De Hipp Chronoscoop

Wat ik leuk vond aan het bericht van Te Nijenhuis was dat hij vertelde niet dezelfde bekende testen te gebruiken. Hij analyseerde studies, uitgevoerd van 1884 tot  2004, naar visuele reactietijd, hoe lang het duurt om op een knop te drukken na het zien van een bepaalde afbeelding of andere stimulus.

Die reactietijd geeft de mentale verwerkingssnelheid aan van een persoon en dat is volgens Te Nijenhuis een indicatie van algemene intelligentie. Eind 19e eeuw lag de visuele reactietijd gemiddeld op 194 milliseconden. Bij de laatste studie, in 2004, lag deze op 275 milliseconden.

Hipp Chronoscoop

Het apparaat waarmee de reactietijd wordt gemeten is een Hipp chonoscoop. Dit apparaat is genoemd naar Matthias Hipp, een Duitse klokkenmaker en uitvinder die leefde van 1813 tot 1893. In 1852 verhuisde Hipp naar Zwitserland. Daar bouwde hij onder andere de chronoscoop waarmee hersenactiviteit kan worden gemeten.

Met het apparaat worden tijdsintervallen gemeten. Hoewel de apparatuur in de afgelopen jaren is verbeterd, en het tijdsintervallen met een nauwkeurigheid van 1/1.000 van een seconde kan meten, zijn de gegevens van vroeger vergelijkbaar met die van nu.

Flynn effect

De wetenschappers die het niet met Te Nijenhuis eens zijn beroepen zich op het Flynn effect. Flynn was een psycholoog uit Nieuw Zeeland die als eerste wees op omgevingsfactoren die invloed hadden op de gebruikelijke testen. Betere voeding, beter onderwijs en zelfs beter speelgoed zou allemaal van invloed zijn.

Vanaf Flynns constatering worden IQ-testen regelmatig opnieuw genormeerd. Daardoor zal een test van veertig jaar geleden anders, lees makkelijker, zijn dan een van tegenwoordig.

Volgens Te Nijenhuis maskeert deze normering echter de achteruitgang van intelligentie en is het meten van de reactiesnelheid een meer objectieve graadmeter.

Momentopname

Omdat ik op verschillende momenten in mijn leven IQ-testen moest doen of heb gedaan, heb ik vanuit eigen ervaring mijn twijfels bij beide methoden. Het kan best zijn, zoals niet alleen Te Nijenhuis zegt, dat de genen meespelen in het vraagstuk intelligentie.

Bij beide methoden speelt, volgens mij, ook de momentopname. Omdat ik in taal geïnteresseerd ben en ook niet de allerslechtste was met wiskunde, had ik bij de testen beslist voordeel ten opzichte van andere deelnemers.

Reactiesnelheid

Het belangrijkste is dat ik zelf merkte dat de testen me makkelijker afgingen in een periode dat ik meer met taal, wiskunde en dergelijke bezig was, dan in een periode dat ik me meer met andere dingen bezighield. En reactiesnelheid is volgens mij ook iets dat zelfs per dag kan verschillen. Slecht slapen, alcoholgebruik en stress zijn volgens mij allemaal invloeden die dat negatief kunnen beïnvloeden.

Denk eens aan de computerspelletjes van tegenwoordig. Als je jongeren ziet op speelhalkasten, nintendo’s en dergelijke dan wordt soms geconcludeerd dat daarmee hun intelligentie groeit. Zeker is dat hun reactiesnelheden hoger liggen dan die van ouderen. Maar kun je daaruit concluderen dat jongeren intelligenter zijn dan ouderen?

Mensen worden dommer

We worden dommer .Het wordt in het AD van gisteren weerlegt door Te Nijenhuis. Mensen worden niet dommer, zegt hij, maar minder intelligent. Het lijkt een probleem van definiëring. En dat is het ook. Maar dat komt niet helemaal uit de verf in het AD-interview.

‘Dom’ betekent ‘niet intelligent’. In de volksmond wordt het vooral gebruikt voor mensen die weinig kennis hebben. En daar ligt het probleem.

We hebben wellicht beter voedsel, betere opleidingen, betere producten. Wat we daarmee verbeteren is onze kennis. Maar daar gaat het Te Nijenhuis niet om. Hij onderzoekt niet of we dommer worden in de zin van veel of weinig kennis. Hij onderzoekt intelligentie, de snelheid waarmee we informatie verwerken. Of volgens mijn definitie van intelligentie, de vaardigheid inzicht te krijgen in aangeboden informatie.

De twee, kennis en intelligentie, worden vaak door elkaar gehaald. Dan wordt iemand die bijvoorbeeld hoogleraar is intelligent genoemd, terwijl dat niet zo hoeft te zijn. Een groenteman of boer kan intelligenter zijn dan een hoogleraar. Omdat veel intelligente mensen ook tot de groep mensen met veel kennis behoren en/of een hogere opleiding hebben is de verwarring verklaarbaar, maar niet per se juist.

Meer informatie:

Print deze pagina
Bovenstaand bericht is geschreven op 26 mei 2013 door in de categorie 2013, Algemeen

Vorige en volgende berichten

« Ouder: Nieuwer: »

Een willekeurig bericht

Ik schrijf op deze site over allerlei onderwerpen. Soms is het heel persoonlijk, soms vooral informatief of beschouwend. Hieronder een willekeurig bericht uit ruim 2000 berichten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

code