Klik hier om af te drukken.


Smartphone verslaving

Vrijdagmiddag kwam ik Rob tegen in de stad. Hij was net terug van vakantie, dus mijn vraag lag voor de hand: ‘en hoe was je vakantie?’ Ik wist dat hij naar een bungalowpark was geweest in Zuid Frankrijk. Zijn drie kinderen waren ook mee. De oudste waarschijnlijk voor het laatst, vertelde hij een paar weken geleden.

‘Ja fantastisch jongen’, beantwoordt Rob mijn vraag, ‘heerlijk weer, leuke uitstapjes, lekkere wijn, nog tijd genomen voor een paar boeken. Geweldig, echt’.

‘En Carla?’, vraag ik zo neutraal mogelijk om hem de gelegenheid te geven zelf te bepalen vanuit welke invalshoek hij antwoordt.

‘Die heeft het ook reuze gehad’, is zijn reactie, ‘ze heeft ook veel gelezen, ging elke ochtend zwemmen en voelt zich heerlijk uitgerust. En we zijn veel samen op stap geweest’.

‘Met de kinderen?’

‘Nee, met zijn tweeën. De kinderen vermaakten zichzelf op het park. Daar waren zo veel mogelijkheden en er werd ook van alles georganiseerd’.

Rob’s blik gaat wat bedrukt naar beneden. Kort. Maar lang genoeg voor mij om te zien dat hem iets dwarszit. Ik kijk hem vragend aan. Na een korte pauze reageert hij:

‘We zagen de kinderen overdag nauwelijks. Die konden zich vermaken met zwemmen, surfen, tennis, waterfietsen, nieuwe vriendjes. Echt er was zo veel te doen. Een dag voor we weg gingen kwamen we overdag in het centrale gebouw. Zitten ze daar met hun mobieltjes. In dat gebouw was gratis wifi. Met een stuk of vijftig leeftijdsgenoten zaten ze daar, bleek later, elke dag te Whats Appen, Facebooken en weet ik wat meer. Met vriendjes in Nederland.’

Ik kijk Rob aan. Ik weet wat hij bedoeld, maar ik weet ook dat het gevoelig ligt bij ouders. Dus zeg ik niets.

‘Ze gebruiken geen drugs, gelukkig’, vervolgt Rob, ‘ze drinken en roken niet. Mijn kinderen hebben een smartphone verslaving’.

Terugkomdag

Gisteren was ik op de bonnefooi naar Ria gegaan, een weduwe van 76 waar ik af en toe mijn gezicht laat zien. Er zat al wat familie in de woonkamer. ‘We hebben de jaarlijkse terugkomdag’, zegt ze toen ze de deur voor me opendeed, ’maar kom binnen. Leuk dat je er bent.’

In de woonkamer werd ik voorgesteld aan haar kinderen en kleinkinderen. ‘Iedereen is terug van vakantie. Dan komen we altijd even bij elkaar’, vertelt Ria, ‘we wisselen verhalen uit over de vakantie en vieren nog de verjaardagen van Gijs en Marianne, die in de afgelopen periode jarig waren’.

Geleidelijk druppelden meer kinderen en kleinkinderen binnen. De kleinkinderen konden nog net het fatsoen opbrengen hun oma een hand te geven. Direct daarna verdwenen ze naar het gedeelte van de kamer waar al wat neefjes en nichtjes zaten. Na wat ‘ha’ en ‘hoi’, waarbij slechts een enkel al aanwezig kind opkeek, pakten de ‘new arrivals’ hun smartphones.

Van een afstand zag ik de foto ‘groepsportret van kinderen’, zoals je er tegenwoordig vele kunt maken: een stel kinderen bij elkaar, maar ieder voor zich voorover gebogen turend op een schermpje.

Smartphone verslaving

smartphone-verslaving-2 [1]Vanmorgen dacht ik, terwijl ik mijn mail ophaalde, aan de vakantie van Rob. Ik dacht aan de terugkomdag bij Ria en aan al die keren dat ik me verwonderde over die kinderen waaraan de smartphone lijkt te zijn verkleefd. ‘Sociale media’, denk ik, ‘maar als ze bij elkaar zijn kun je nauwelijks van sociaal gedrag spreken’.

In mijn mail vind ik een bericht van uitgeverij Atlas [2] over het boek ‘Digitale Dementie [3]’ de Duitse psychiater Manfred Spitzer [4]. Hij betoogt met wetenschappelijke onderbouwing dat kinderen hun verstand kapotmaken. De smartphone verslaving, maar ook intensief tablet-gebruik, Googlen en andere moderne technieken zijn gevaarlijk voor de ontwikkeling van intelligentie en geheugen van jongeren. Ik kom er op terug.