- René van Maarsseveen - https://renevanmaarsseveen.nl -

Mijn blog en Youp

Door mijn blog is schrijven regelmatig een gespreksonderwerp met vrienden. Sommigen van hen schrijven ook. Ze zijn bezig met een roman, schrijven een dagboek, produceren gedichten of iets non-ficties.

Vanzelfsprekend beoordelen we elkaars schrijfkunsten, soms eerlijk en oprecht, vaak opbouwend kritiekloos. Ook lichten we tipjes op van de sluier die over onze wijze van schrijven hangt. Daarbij blijken enkelen onregelmatig schrijfgedrag te hebben, terwijl anderen een vast moment en rituelen hebben.

Mijn blog

mijn blog - Youp van 't Hek in waterverf gecombineerd met sponstechniek

Youp van ’t Hek in waterverf gecombineerd met sponstechniek

De opmerking die ik van schrijvende en enkele andere vrienden krijg is ‘schrijf wat minder, twee keer per week is genoeg’. Het schijnt dat je dan meer bezoekers naar je site trekt.

Maar daar gaat het mij helemaal niet om. Ik vind schrijven leuk. Het zoeken naar informatie geeft me plezier en de druk en regelmaat van elke dag een stukje te schrijven is aangenaam. Dan maar wat minder of minder vaste bezoekers.

Door de variëteit aan onderwerpen op mijn blog komen veel bezoekers even langs door een specifieke zoekopdracht via Google, zie ik bij de bezoekersanalyse.

Toegankelijk

Bezoekers van mijn blog die een bericht sturen over mijn schrijfstijl roemen de toegankelijkheid. Ik schrijf me daarvan niet bewust, maar het schijnt ‘lekker leesbaar’ te zijn.

Bij bepaalde schrijfsels op mijn blog wordt ik vergeleken met Carmiggelt, de mede-Utrechter Martin Bril of Youp. Sommigen adviseren vooral dat soort stukjes te schrijven. Tenslotte zijn er ook enkelen die vinden dat ik de verschillende stukjes in aparte categorieën moet onderbrengen.

Categorie

Dat laatste overweeg ik wel eens. Het maakt het voor mezelf immers ook gemakkelijker iets terug te vinden. Maar ik vind het zonde van de tijd, de inmiddels bijna 900 teksten voor dat doel nog eens door te lezen. Daarbij, het past niet bij mijn uitgangspunt, waarbij ikzelf de enige categorie ben ‘elke dag een stukje, na het ontbijt en de krant’.

Daar is, door een voorval enkele jaren geleden (zie hieronder), een lichte eis bijgekomen: ik schrijf een tekst in een kwartier tot maximaal een half uur.

Voorbereiding

Dat lukt natuurlijk niet altijd. Het hangt een beetje af van de voorbereiding. Die kan bestaan uit de dagen ervoor informatie zoeken, een nachtje slapen met een onderwerp of het overdenken van een gesprek dat kort daarvoor plaatsvond. Het stuk op mijn blog over dagdieverij bijvoorbeeld nam wat meer tijd, omdat ik tijdens het schrijven nog informatie moest opzoeken.

Tegenwoordig lees ik teksten soms na een paar dagen nog eens over. Dan herschrijf ik soms passages die niet goed lopen en haal nog wat type-, spel- en stijlfouten uit de tekst. Soms lees ik stukken met dialoog dan hardop, waarna ik de directe rede natuurlijker kan maken.

Bij het random nalezen van mijn eigen stukken kan ik redelijk afstand houden tot mezelf. Daardoor kan ik onbevangen oordelen. Ik herken dan de teksten waar ik minder geconcentreerd was, het opgelegde kwartier te kort of een onderwerp me juist erg makkelijk uit de pen kwam rollen.

Eenvoud en informatie

Vroeger was ik qua schrijven vooral een fan van Kees van Kooten en Rudy Kousbroek. De eerste vanwege de eenvoud, gelaagdheid en humor in zijn treitertrends en modernismen. De tweede voor de feitelijke en hoeveelheid informatie en behandeling van tegenstelling in zijn anathema’s en andere essays.

Ik heb overigens ook altijd veel gelezen rondom deze beide schrijvers. Rond Kousbroek bijvoorbeeld de boeken van Dick Hillenius, Gerrit Krol, W.F. Hermans (zijn polemieken) en dergelijke. Een schrijver in de omgeving van Van Kooten vind ik, met mijn ongeschoolde letterkundige kennis, Youp van ’t Hek.

Betaald

Bij alle genoemde schrijvers, die in de meeste gevallen betaald werden voor hun schrijfsel, herken ik dat ze meer dan een kwartier de tijd hadden of namen. Ik vond het dan ook leuk dat ik afgelopen week bij toeval (ik zat in een gebied waar ik Qmusic niet kon ontvangen) een interview met Youp hoorde bij Ruud de Wild op 538. Daarin vertelde hij hoe zijn wekelijkse column voor de zaterdageditie van NRC tot stand komt.

Luister hier naar het gedeelte uit het interview over de NRC-column:
(tijdelijk verwijderd i.v.m. afspeelproblemen op apple-apparaten)


Voorval ten grondslag aan de kwartier-eis

Ik had een goedbetaalde pagina in een tijdschrift. Tijdens een redactievergadering vertelde ik dat ik ongeveer een half uur nodig had voor mijn wekelijkse stukje. Twee weken later werd me een reorganisatie meegedeeld waarbij onder andere mijn pagina, waarvoor ik bijzonder goed werd betaald, zou vervallen. Ik had sterk het idee dat het door mijn opmerking kwam dat ik slechts een half uur nodig had. Ik dacht direct aan het Japanse verhaal over de Keizer en de Haan, maar gaf mezelf niet de gelegenheid de redactie dat verhaal alsnog te vertellen.

De Keizer en de Haan

De keizer van Japan had een prachtige verzameling dierenprenten. Alle dieren van zijn keizerrijk waren door de grootste kunstenaars van het land vastgelegd, behalve een haan.

De keizer ontbood daarom de beroemdste kunstenaar en gaf hem opdracht een haan te schilderen. ‘Goed’, zei de kunstenaar, ‘komt u over een maand naar mijn atelier’.

De maand daarop stond de keizer bij de kunstenaar voor de deur. ‘Sorry’, zei deze, ‘ik ben nog niet klaar. Geef me nog een maand’.

Licht geïrriteerd ging de keizer huiswaarts. Maar een maand stond hij weer vol blijde verwachting voor de deur van het atelier. ‘Het spijt me heel erg’, zei de kunstenaar, ‘geef me alstublieft nog een maand’.

Zonder een woord te zeggen draaide de keizer zich boos om en trok met zijn gevolg terug naar zijn paleis. Een maand later liet de keizer zich weer naar de kunstenaar dragen. ‘En’, vroeg de keizer ongeduldig, ’ben je nu klaar of niet?’

‘Momentje’, antwoordde de kunstenaar en hij liep naar binnen. Even later kwam hij naar buiten met penselen, verf en een vel papier. Hij ging naast de keizer op een bankje zitten en schilderde ter plekke de haan waar de keizer hem om had verzocht.

De keizer liep rood aan. ‘Heb je me al die keren voor niets laten komen, terwijl je nu in minder dan een kwartier mijn opdracht vervult. Schande, hier zul je voor boeten’.

Terwijl hij zijn bedienden al wenkte de kunstenaar vast te nemen, stond deze op en opende de deur van zijn atelier. Op de vloer, stoelen en tafel lagen tientallen opengeslagen boeken en duizenden schetsen van hanen, hanenklauwen, hanenkammen, haneogen, hanesnavels. Daar zag de keizer het resultaat van drie maanden studie en training om uiteindelijk in minder dan een kwartier de haan te kunnen tekenen op een bankje onder het toeziend oog van zijn opdrachtgever.