Die slechte vlucht

Vorige week liep ik tegen half twee bij Ton, een klant, binnen. Er was een tafel gedekt met een extra couvert. Omdat ik wel eens vaker heb mee geluncht, vermoedde ik dat de klant me om welke reden ook verwachtte.

‘Willem komt zo dadelijk’, zei Ton, ‘maar als je zin hebt om mee te lunchen dat laat ik er nog wat bestek bijkomen’. Ik ken Willem al een aantal jaren en kom hem regelmatig tegen op diverse plaatsen rondom Utrecht.

‘Ja leuk’, antwoordde ik op het moment dat Willem binnenkwam.

Na de verwelkoming gingen we aan tafel en vervolgde met de gangbare socialisering, ‘hoe is het?’, ‘hoe is het met?’ en dergelijke.

Door één van die vragen begon Willem te vertellen over zijn vader. De man was, evenals Willems moeder, vijfennegentig geworden zonder ooit één dag ziek te zijn geweest. Vanzelfsprekend gingen Ton en ik daarop door. Willem vertelde over de werkzaamheden van zijn vader en geleidelijk kwamen er namen uit mijn jeugd naar boven. Zoals die van Henk Kamerbeek, die evenals mijn vader slager was, maar zich opwerkte tot één van de rijkste vastgoedjongens in Nederland.

Willem vertelt dat hij een aantal vliegbrevetten heeft. Ik reageer enthousiast en vraag door. Willem weet er behoorlijk wat van.

Die slechte vlucht

‘Je moet René eens vertellen over die slechte vlucht die we samen voor zaken maakten naar de Oekraïne’, zegt Ton, ‘je weet wel die …’.

‘Ja, ja’, onderbreekt Willem, ‘natuurlijk weet ik wat je bedoelt met die slechte vlucht. We waren geland in Kiev en moesten overstappen op een vliegtuig naar Dnjepropetrovska. Terwijl we zaten te wachten hoorden we een vreselijk lawaai van een binnenkomend vliegtuig. Door een raam zagen we monster kort voorbijkomen op de landingsbaan.

Even later werd omgeroepen dat we aan boord konden. Ton en ik lopen naar buiten en volgen de aanwijzingen. Al snel zien we dat het zojuist binnengekomen lawaaivliegtuig ons vervoer is voor de vervolgreis.

Dichterbij gekomen zien we dat deze Yakovlev Yak-42 in een zeer slechte staat van onderhoud verkeert. Het rubber van de wielen is versleten en door de witte canvas binnenvoering steken metalen draden naar buiten. De trap is versleten, de deur hangt scheef in zijn scharnieren en binnen is de staat van het vliegtuig al even erg.

Ik kijk Ton aan, want eigenlijk wil ik hier mijn leven niet aan wagen. Maar Ton knikt en onze afspraak in Dnjepropetrovska staat wellicht al te wachten.

We lopen door en vinden een plek. De handbagage kan boven ons in een bagagerek waarvan de deurtjes ontbreken. We voorzien dat bij wat schommeling onze bagage een moordwapen wordt.

Meer passagiers stromen binnen, het wordt geleidelijk voller en voller. Het wordt zelf heel vol. Een groep Kozakken, brede kerels met bontmutsen, gaan in het middenpad zitten en in het halletje bij de ingang. Ik kijk Ton weer aan. Hij haalt zijn schouders en wenkbrauwen op.

We zien door het raampje de piloten naar het vliegtuig lopen. Door de vooringang lopen ze het vliegtuig in. Nog steeds komen ook passagiers binnen. ‘Waar laten ze die mensen?’, vraag ik Ton. Maar Ton geeft geen antwoord, die heeft een strategie van stilzitten, adem inhouden en hopen.

Kort nadat we de piloten de trap op zagen komen horen we de motor starten en direct begint het vliegtuig te rijden. ‘Dat kan niet goed zijn’, zeg ik tegen Ton, ‘na het starten moet een check worden gedaan’. Ton zegt niets.

Schokkerig rijdt de Yak over het vliegveld. Daarbij moet het enkele keren zigzaggen terwijl het vaart probeert te maken. Het vliegtuig stijgt moeizaam tot 500, misschien 600 meter. Met veel lawaai vervolgt het op die hoogte zijn weg. Ruim 500 kilometer van angstzweet, hoop en barre omstandigheden verder landen we op het vliegveld van Dnjepropetrovska.

We kijken elkaar aan vlak voor we de trap aflopen. We hebben het overleefd. Nog een paar stappen en we hebben weer vaste grond onder onze voeten.’

‘Toen je begon te vertellen dacht ik dat je ging vertellen over een vlucht die je zelf vloog’, zegt ik als Willem duidelijk klaar is met zijn verhaal.

‘Nee, dat had gekund, maar dit was zo’n bizarre ervaring. Ton en ik denken er nog regelmatig aan terug. Ik ben van mijn leven niet zo bang geweest. Het meest vreemde was nog dat de overige passagiers allemaal kalm leken, alsof het de gewoonste zaak was. Terug gingen we gelukkig met een redelijker vliegtuig, waarvan ik me nauwelijks iets kan herinneren. Maar die slechte vlucht zal ik nooit vergeten.’

Print deze pagina
Bovenstaand bericht is geschreven op 1 december 2013 door in de categorie 2013, Algemeen

Vorige en volgende berichten

« Ouder: Nieuwer: »

Een willekeurig bericht

Ik schrijf op deze site over allerlei onderwerpen. Soms is het heel persoonlijk, soms vooral informatief of beschouwend. Hieronder een willekeurig bericht uit ruim 2000 berichten.

One thought on “Bommen voor de kust

  1. 1

    nou dat over die bommen is nog veel erger, want voor de duitse kust en met name de bocht bij Lubeck is een ware tijdbom van bommen die giftig zijn en daar ook zomaar gedumpt zijn direct na de oorlog van de duitsers zelf…..