Hij blijft een lastige man

Privacy is een actueel onderwerp. Maar er zitten meer kanten aan dan we vaak vermoeden. Neem bijvoorbeeld het gesprek dat ik een paar weken geleden had met Henk, de eigenaar van een aantal datacentra. Ik zal hier niet schrijven wat hij me vertelde over welke gegevens allemaal worden verzameld, maar het gaat veel en veel verder dan we vermoeden of te horen krijgen.

Ik zei hem tijdens dat gesprek, ‘ik heb geen geheimen en niets te verbergen, dus NSA en wie dan ook kijken en luisteren maar lekker met mij mee’.

‘René’, was het antwoord van Henk, ‘iedereen heeft dingen te verbergen. Dat kunnen dingen zijn waarvan je het geen probleem vindt als het openbaar wordt, maar die je niet zelf in de openbaarheid brengt. Waarmee je, als het ware, niet met een sandwich-bord door een winkelstraat gaat lopen. Ik heb bijvoorbeeld een kind buiten mijn huwelijk. Mijn vrouw weet het, maar verder zijn er niet veel die het weten. Van mij mag iedereen het weten, maar ik loop er niet mee te koop. Het idee dat er een instantie ook dat soort informatie verzameld uit een berichtje dat ik naar iemand stuur, vind ik echter niet prettig’.

Het gaat er natuurlijk om wat de NSA of wie dan ook doen met de verkregen informatie. Daar moest ik aan denken nadat John, een vriend, met zijn verhaal langskwam. Zijn ervaring brengt een Kafkaïaanse nuance in de berichten over privacy.

John

John had anderhalf jaar geleden een akkefietje met zijn gemeente. Het was klein begonnen, maar door miscommunicatie bij de interne administratieve afhandeling bij de gemeente duurde het lang voor het was opgelost. John was er inmiddels een beetje moedeloos van geworden. Tijdens een van de telefoontjes met de gemeente liet hij zich ontvallen ‘’je zult inmiddels wel nat zijn onder je oksels’. Waarop de medewerker van de gemeente zei ‘u bent een lastige man’.

Lastig

“Lastig?”, vraagt John zich tijdens ons gesprek hardop af. ‘Toen ik de telefoon had neergelegd dacht ik “Lastig?”. Ik wilde een foutje, dat is gemaakt bij de gemeente rechtgezet hebben. En doordat ze zelf hun zaakjes niet op orde hebben moest ik regelmatig met ze bellen, vaker dan me lief is. Ben ik daarom lastig.’

Ik knik.

‘Ok, die opmerking had ik niet moeten maken’, gaat John verder, ‘maar je wordt er toch gek van. Zitten daar een stelletje onbenullen of zo. En telkens moet je het verhaal opnieuw vertellen. Maar ben ik daarom lastig. En ik vond het ook een vreemde reactie op mijn opmerking.’

‘Dat is het zeker’, zeg ik, ‘de man kan kwaad worden, je onbeschoft vinden of wat dat ook. Maar lastig?’

‘Ja inderdaad het was onbeschoft, maar ik vroeg me ineens af “waar heb ik het vaker gehoord?”. Want ik het kwam me zo bekend voor. En ineens wist ik het. Twee jaar geleden had ik met de politie gebeld over een bekeuring. Ik werd een paar keer doorverbonden en ik moest telkens mijn verhaal opnieuw vertellen. Mijn humeur was geleidelijk slechter geworden. Het was natuurlijk niet persoonlijk, maar bij de zevende of zo politiemedewerker was ik ongeduldig, licht geïrriteerd en dwingend. Waarop de man ineens zegt ‘u ben een lastige man’.

‘Ik begrijp waar je heel wilt’, reageer ik, ‘maar dat is toch toeval joh’

‘Dat dacht ik ook. Maar vorige maand belde belde ik met de afdeling Burgerzaken van de gemeente. Ik stelde mijn vraag rustig. Aan de andere kant voelde ik echter een naar mij persoonlijk gerichte ongeïnteresseerdheid. Ken je dat gevoel. Dus ik vraag met een zo neutraal mogelijke intonatie ‘begrijpt u wat ik bedoel?’. Krijg ik als antwoord: ‘Ja, natuurlijk. U bent echt een lastig man’. Met de klemtoon op “echt”. Direct zag ik het voorval van anderhalf jaar geleden voor me en de aantekening die daar waarschijnlijk over is gemaakt. Maar nog steeds dacht ik aan toeval, ook al bevreemde mij de reactie.’

Ik zeg niets en John gaat verder, ‘Gisteren belde ik met de afdeling parkeervergunningen van de gemeente. Er werd vriendelijk opgenomen. De man was in een jolige bui, dus ik vraag hem welke mop hij had gehoord. En hij vertelt het. We praten nog even door. Dan komen we ter zake en hij vraagt ‘wat kan ik voor u doen?’. Ik leg het uit, waarop hij mijn naam nog een keer vraagt. Nog niets aan de hand. Ik hoor hem typen terwijl we amicaal doorpraten. Geleidelijk wordt hij stiller, alsof hij door iets is afgeleid. Hij mompelt nog iets waaruit ik opmaak dat hij me doorverbindt en inderdaad krijg ik even later iemand anders aan de lijn. De omslag in het gesprek vond ik zo vreemd, dat ik tegen de collega ambtenaar zeg, ‘ik ben waarschijnlijk een lastige man’. Waarop deze antwoord, ‘inderdaad’.

Ik heb John niet meer onderbroken tijdens zijn verhaal. Ik zag hem geleidelijk weer een wanhopige boosheid ontwikkelen. ‘Big Brother’, denk ik. ‘Eens een … , altijd een.. ‘, denk ik.

Print deze pagina
Bovenstaand bericht is geschreven op 12 december 2013 door in de categorie 2013, Algemeen

Vorige en volgende berichten

« Ouder: Nieuwer: »

Een willekeurig bericht

Ik schrijf op deze site over allerlei onderwerpen. Soms is het heel persoonlijk, soms vooral informatief of beschouwend. Hieronder een willekeurig bericht uit ruim 2000 berichten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

code