Iemand in de ogen zien

Gisterenavond at ik met een zakenrelatie in een restaurant. Hij sprak één van de bedienden persoonlijk aan. Ik was er even niet meer voor hem, toen hij haar vroeg hoe het met haar vinger ging. ‘Het verband is er af, zie ik’, zei hij, ‘heb je er geen last meer van’. Ze hadden even een moment dat terugging naar een paar weken geleden, hoorde ik later van hem. Ze had haar vinger verbrand aan een oven. Daar had hij het toen met haar over gehad. We hadden toen een mooi, oprecht gesprek, zei hij.

‘Ik heb zo veel gesprekken waarbij de ander gericht is op zijn persoonlijk resultaat,. Waar mensen uit zijn op een doel en waar nauwelijks wordt geluisterd naar wat ik zeg. Dat is heel vermoeiend, het vraagt constante alertheid’, ging hij verder. Aan de manier waarop hij me aansprak en uit zijn intonatie, begreep ik dat hij zich bij mij wel op zijn gemak, onbedreigd en gezien voelde.

In het verloop van het verdere gesprek sprak hij over mensen die hem aankeken en mensen die continu wegkeken. Soms doordat ze zich lieten afleiden door iets in de omgeving. Maar meestal uit onzekerheid, ongeïnteresseerdheid, gebrek aan zelfvertrouwen en andere redenen die voor hem op zwakheid wezen. Hij ervaarde het vooral als onprettig van die ander.

Iemand in de ogen zien

Het onderwerp ‘iemand in de ogen kijken’ kwam nog een paar keer terug vanuit verschillende invalshoeken. Dat ik vannacht ineens wakker werd was al vreemd, maar dat ik aan die ogen dacht was bijzonder. Mijn gedachten waren bij mijn vader.

Als ik aan mijn vader denk, dan zie ik zijn ogen. Hij was positief en zag de leuke kanten van het leven. Dat zag je in zijn ogen. Hij had pret in zijn ogen en hij keek je ook altijd aan. En dat herken ik ook in mezelf. We kunnen in een zaal met mensen zitten, maar degene met wie we spreken dat is degene met wie we in gesprek zijn. Die kijken we aan. Niet omdat het moet, maar omdat het gebeurt.

De laatste keer dat ik het bij mijn vader zag was ik een observator. Op zijn verjaardag, halverwege het jaar van de diagnose van Alzheimer en zijn overlijden, was hij er voor iedereen persoonlijk. Daar zag ik zijn gevecht met zijn beperking. Ik bewonderde hem om de kracht die hij in zichzelf vond of wilde vinden om de mens te zijn die hij altijd was geweest.

Hij maakte het iedereen naar de zin, was de lolbroek voor de groep, maar was er ook in het korte, persoonlijke gesprek met een individuele aanwezige. Daarin zag ik het oogcontact, de lichaamshouding, de gerichtheid op die ene persoon waarbij de omgeving even niet van belang was. Omdat de persoon belangrijker is dan het sociale spel van de groep, denk ik, want we hebben het er nooit over gehad.

Wakker

Wat me de afgelopen nacht wakker maakte is het oogcontact waarin we elkaar zagen. Dat was bijzonder in het contact met mijn vader. Het is ook wat me het meest dierbaar is. Ik kan me voorstellen dat het voor sommigen onbegrijpelijk is of zelfs zweverig overkomt, omdat ik me realiseer dan veel mensen het ‘iemand in de ogen zien’ niet kennen. Misschien vergis ik me daarin, maar ik heb veel negatieve feedback gekregen als ik het, in andere situaties dan met mijn vader, ter sprake bracht.

In een gesprek iemand aankijken is anders dan kijken naar een kop en schotel of naar de televisie. Maar iemand in de ogen zien is van een nog heel andere orde. Het is elkaar in de ogen kijken en dan een moment elkaar zien op een dieper niveau. Een moment waarop de tijd stilstaat, alle flauwekul van het leven er niet meer toe doet. Het is een moment waarop twee mensen een eenheid creëren, wellicht wel even onderdeel zijn van het Al. Het is intiem, maar heeft niets te maken met seksualiteit.

Toen ik vannacht wakker werd zag ik mijn vader en voelde ik de momenten van ‘iemand in de ogen zien’. Het zijn moment die geen woorden kennen. En dat is lastig als je er over wilt schrijven. Als het moet, denk ik in dat specifieke contact met mijn vader aan platte begrippen als ‘ik hou van je’, ‘je mag er zijn zoals je bent’, ‘maak je niet druk over onbelangrijke aardse dingen’, ‘je kunt niets fout doen’. En ‘vertrouw me maar’, ‘ik ben er voor je’, ‘ik geniet van hoe je een weg zoekt in het leven’.

Pa

Pa. Ik denk nog regelmatig aan je. Ik zie je pretogen, je humor en je mooie, open kijk naar mensen, de mensheid en het leven. En ik koester de herinneringen aan de momenten dat we elkaar zagen. Soms eenvoudig in een kort gesprek. Soms ver van elkaar zittend in een gezelschap. Je leeft voor me, omdat ik je heb gezien. En ik ben je dankbaar voor de vroege les, waardoor ik ook anderen in de ogen heb leren zien. Dat de meeste mensen niet gezien willen worden, maakt dat niet minder aangenaam.

Zie ook het bericht ‘Mijn vader is een jaar dood

Print deze pagina
Bovenstaand bericht is geschreven op 14 februari 2014 door in de categorie 2014, Algemeen

Vorige en volgende berichten

« Ouder: Nieuwer: »

Een willekeurig bericht

Ik schrijf op deze site over allerlei onderwerpen. Soms is het heel persoonlijk, soms vooral informatief of beschouwend. Hieronder een willekeurig bericht uit ruim 2000 berichten.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *