Schrijven op de IBM Sentronic

Schrijven (1)

Het zal rond mijn dertiende zijn geweest dat ik een dagboek begon. Dagboek is een groot woord. Het was meer een notitieblok in schriftvorm, waarin ik niet dagelijks schreef. Ik schreef er gedachten en ideeën in op, maakte notities over boeken en artikelen die ik nog wilde lezen en ik maakte aantekeningen, waarbij ik soms grote passages uit tijdschriften overschreef.

Schrijven in het boekje was geen verplichting; het schrijven zelf wel een persoonlijke noodzaak. Als er andere mogelijkheden waren om te schrijven dan werd het notitieblok lange tijd niet geopend. In ieder geval niet om te schrijven.

Uitwisseling

Met een vriendin had ik veel later een jarenlange uitwisseling van ‘onze’ schrijfschriftjes. De ene week had ik de blauwe en zij de rode, de week erop wisselden we van schriftje. Uiteindelijk schreven we zo in vier jaar twintig schriftjes vol. Toen we na acht jaar uit elkaar gingen mocht ze alles hebben, behalve de schriftjes.

Veel later zei ik naar waarheid over het schrijven en het is ook de reden van dit bericht: Ik wil schrijven. Niet per se om mijn eigen verhaal te vertellen. Want als ik voor een klant een marketingrapport schrijf of een wervelende folder dan heb ik niet de behoefte ook nog eens voor mezelf te schrijven.

Waren er op een bepaald moment even geen klanten om voor te schrijven, dan zocht ik iets anders. Zo ben ik voor tijdschriften gaan schrijven en voor bijvoorbeeld Polyvisie, de onderwijsuitgeverij die ik later overnam.  Ik creëerde dan mijn eigen schrijftaken, betaald of onbetaald.

Van schrijven naar typen

Op zoek naar de twintig schriftjes die ik samen met de vriendin vol schreef, kom ik ook de doos weer tegen die mijn moeder een tijdje geleden vond bij haar op zolder. Daarin is ook de ontwikkeling van dragers te zien.

Het begint op mijn dertiende met een groen schoolschriftje waar ik in schreef met een balpen. Later zijn het multomappen, een losbladig systeem. Rond mijn achttiende heb ik een elektrische IBM schrijfmachine, die met het befaamde letterbolletje.

Een paar jaar later is het een elektronische Brother typemachine met margrietwiel. Toen ik kort daarna mijn eerste PC kocht, maakte een handig vriendje in die Brother een interface waardoor het een printer werd. Al die variëteiten kom ik tegen bij de schrijfsels in de dozen.

Intensieve klussen

Bovenstaande moet een beetje verklaren waarom er de afgelopen weken ineens een flink aantal ontbrekende dagen zijn. Er waren andere schrijfklussen. Dat had niet zo veel uit hoeven maken. Ik vind het schrijven op dit blog inmiddels veel te leuk. Al vier jaar elke ochtend even een stukje te schrijven. Maar het waren intensieve klussen.

Het Chinese mannetje – een verhaaltje

Bij de schriftjes ligt een stapeltje losse blaadjes. Het blijken een (punk)gedicht van Bart Chabot, enkele aantekeningen uit een boek, een paar pogingen tot het schrijven van liedjes en wat losse aantekeningen. Ik besluit er de komende week een random greep in te doen.

Een herinnering komt terug bij het lezen van het verhaaltje over het Chinese mannetje, dat ik schreef naar een vriendin:

Wij, een vriend en ik, kwamen uit school en liepen naar het station in Haarlem. Verderop liep een klein Chinees mannetje. We kenden hem. Hij had al een paar keer bij ons in de trein gezeten. Zat hij te zeuren over fotografie, zijn vrouw, zijn werk en andere dingen waar we, niet uit zijn mond, geïnteresseerd in waren. Ontlopen die man, was onze gedachte.

We begonnen hard te lopen. Tot onze schrik keek de man om. Hij zag ons en begon als een Bavo-ganger, als een drenkeling-aan-de-horizon, ter begroeting heftige ongecontroleerde bewegingen te maken met zijn armen. Naast hem gekomen hijgde mijn schoolvriend het mannetje toe, ‘we hebben een (hijg hijg) afspraak in (hijg) Amsterdam en moeten de trein halen (hijg hijg)’. En weg waren we.

Om een hoek gekomen, een flauw bochtje bij de Hema, verminderden we onze snelheid om even op adem te komen. Komt ineens het Aziatische ventje naast ons lopen en vraagt: ‘welke (hijg hijg) trein moeten jullie halen?

‘Die van tien over vier’, zeg ik zonder te hijgen, conditie hè. Begint het gelige kereltje zijn pas te versnellen, draait zijn hoofd over zijn schouder en roept, ‘kom op (hijg hijg), die halen we nog (hijg) wel.’

Print deze pagina
Bovenstaand bericht is geschreven op 7 september 2014 door in de categorie 2014, Algemeen

Vorige en volgende berichten

« Ouder: Nieuwer: »

Een willekeurig bericht

Ik schrijf op deze site over allerlei onderwerpen. Soms is het heel persoonlijk, soms vooral informatief of beschouwend. Hieronder een willekeurig bericht uit ruim 2000 berichten.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

code