Strond

Mijn moeder komt uit een muzikaal gezin. Iedereen maakte muziek. Mijn opa viool, mijn oma piano en de kinderen piano of viool. Ik kan me familiebijeenkomsten bij de grootouders van mij moeders kant niet anders herinneren dan feesten met muziek, zang, dans en voordrachten. Meerdere van die voordrachten staan me nog helder voor de geest. Maar de teksten ken ik niet. Laatst tijdens de 85e verjaardag van een van de zussen van mijn moeder droeg een andere 89-jarige zus nog even een gedicht van twintig minuten voor, uit haar hoofd. Alweer geen tekst op papier.

Het was mede daarom een verrasing dat ik in de doos, waar ik de afgelopen week teksten uithaalde, ook een tekst van zo’n voordracht tegenkwam. Het was geschreven door de oudste broer van mijn moeder, mijn oom Theo. Het onderwerp zal niet iedereen aanspreken. Maar het is de enige voordracht waarvan ik nu een tekst heb. Dus…

En ja, ik weet dat stront met een t wordt geschreven; het stond echter met een d op zijn papiertje en dat respecteer ik dan maar.

Strond

Tot dusver nam steeds iedere dichter
Trouw Venus, Bachus, Mars te baat
Apollo was een kunstverrichter
En Jupiter zijn toeverlaat
strond! Voor helden en heldinnnen
En allen, die werk verricht
Ik zing van goden noch godinnen
Ik zing van strond in dit gedicht
Het woordje strond is uit de mode
Zoveel temeer trekt mij het aan
En juist, omdat het is verboden
Gaat strond bij mij steeds bovenaan
strond is de drijfveer aller dingen
strond baarde nooit het minst verdriet
Aan roosjes zal men doornen vinden
Maar aan de strond vindt men ze niet!
Mocht ik eens vorst of veldheer worden
‘k Voldoe dan aan mijn wens terstond
En geef dan heel mijn Ridderorde
Een wapenschild van louter strond
Mocht dan de vijand attaqueren
Dan zij de strond steeds mijn leus
En werp ze om hem af te weren
Met emmers vol langs wang en neus
Als ik op ’t schijthuis ben gezeten
Als ik ‘ns flink m’n zaken kan doen
Als ik ‘ns heerlijk heb gescheten
Ik voel me zo fris weer als ’n hoen
Je vuile kont dan af te vegen
Opdat het aan je hemd niet raak(t)
En dan je strond ‘ns te bekijken
Ik zeg: ’t is ’n groot vermaak
Vooral in onze zuidelijke streken
Daar is de strond wel zeer in zwang
Als je daar een boer hoort spreken,
strond, zegt hij, is van groot belang’
‘Als wij de strond eens moesten missen
Wat kwam er dan van onze oogst?’
Die het beste schijten kan en pissen
Dien prijst de boer het allerhoogst
De dokter zegt, en die kan het weten
En wel nauwkeurig op de prik:
‘Hoeveel heeft die vent gescheten?
Hoe was het, lijvig, dun of dik?’
Hij gaat dan aan het consulteren
Dwaalt apothekerswinkels rond
En zegt: ‘Die vent moet sterk purgeren,
Want heel zijn corpus zit vol strond’
strond, driewerf strond
strond duizend malen
strond voor d’armen en rijken, strond
En voor hen, die met wijsheid pralen
En eindelijk voor de dichter strond
Dit was, geachte Dames, Heren
Een praatje slechts van louter strond
En mocht jullie dit niet amuseren:
Kust allemaal mijn blote kont

Voor de liefhebber: wiki over stront en het boek ‘De kleine Verlossing‘ van Midas Dekker bij Bol.com

Print deze pagina
Bovenstaand bericht is geschreven op 14 september 2014 door in de categorie 2014, Algemeen

Vorige en volgende berichten

« Ouder: Nieuwer: »

Een willekeurig bericht

Ik schrijf op deze site over allerlei onderwerpen. Soms is het heel persoonlijk, soms vooral informatief of beschouwend. Hieronder een willekeurig bericht uit ruim 2000 berichten.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *