Hufter bij tankstation

De hufter bij het tankstation

hufter-02xHet oranje lampje van mijn brandstofmeter is al even opgehouden met knipperen. Het brandt nu aanhoudend en het lijkt wel steeds feller te branden. Alsof het zeggen wil, nu of nooit anders zet ik je auto stil.

Maar het is erg druk als ik langs het tankstation rijd dat zich een paar honderd meter voor mijn kantoor bevindt. Ik durf het aan eerst even door te rijden naar kantoor.

Na wat klussen te hebben afgemaakt op kantoor besluit ik naar huis te rijden. Maar ik zal nog wel even moeten tanken. Normaal gesproken ga ik niet in zo’n rij staan, omdat ik een hekel heb aan onnodig wachten. Voor die één of twee cent verschil zou ik zijn doorgereden naar een volgend station.

Ook dat is geldrealisme. Mensen gaan een half uur in de rij staan voor twee cent voordeel. Op een tank van veertig liter is dat nog geen euro. Even later, in een andere situatie, gooien ze die euro en vele andere euro’s over de balk zonder zich te bekommeren om prijsverschillen en andere overwegingen.

Zaterdagdrukte

In de veronderstelling op een lange wachttijd rijd ik naar het tankstation. Bij vier van de vijf pompen is het inderdaad druk. Als ik kom aanrijden kan ik echter aansluiten achter twee auto’s waarvan er één al aan het tanken is.

Wat duurt het lang denk ik na een paar minuten. Verschillende auto’s bij de andere pompen zie ik al wegrijden. Eindelijk zie ik de man het handvat in de pomp hangen. Hij rammelt er nog even aan om te zien of het goed in zijn vatting hangt. Dan loopt hij eindelijk naar zijn portier. Hij opent het en ik zie hem in zijn auto stappen.

Er gebeurt niets. Dat duurt minstens een halve minuut. Ik sta op het punt naar hem toe te lopen. Ik heb mijn portieropener al in mijn hand als hij eindelijk uitstapt.

Tweede keer

De man gaat nog een keer pinnen, hoor ik mezelf bijna hardop verbazen. Zie ik dat goed. Ik leun ver over de passagiersstoel om langs de auto voor me te kijken. Ja, hoor. De man gaat nog een keer pinnen. De auto die na mij het terrein van het tankstation opreed en aansloot achter een lange rij is dan al vertrokken.

Tergend langzaam pakt de man het handvat weer uit de pomp. Ook ik heb weleens een pasje gebruikt van een rekening waar te weinig op stond om mijn tank vol te gooien, bedenk ik. Wanneer hij eindelijk klaar is met tanken opent hij zijn achterbak. Hij pakt een doek en begint op zijn gemak de tankdop, het handvat en zijn auto af te vegen.

Dan loopt hij eindelijk naar zijn portier. Hij opent het en loopt weer terug naar de pomp. Resoluut pak ik mijn telefoon en stap uit om een foto te maken. Ik loop naar de man, die nu weer bij zijn portier is. Ik loop langs de auto voor me. Het raampje staat open.

‘Wat een hufter’, zeg ik tegen de bestuurder, kijkend naar de man die inmiddels is ingestapt.

‘Ja, volgens mij deed hij het allemaal met opzet’, antwoordt de man.

‘Dat weet ik wel zeker of het is gewoon een enorme sukkel’.

‘Ik had al willen toeteren’.

‘Ach, wat schiet je er mee op’, zeg ik terwijl ik me omdraai om terug te lopen naar mijn auto.

Eindelijk rijdt de hufter weg. Naast hem zit een vrouw. Met haar en haar geslachtsgenoten heb ik altijd medelijden bij situaties met zo’n trage, wijfelende of hufterige man. Over een paar minuten kan ik weer verder met mijn leven, denk ik dan, zij zit mogelijk nog jaren met zo’n vent opgescheept.

Print deze pagina
Bovenstaand bericht is geschreven op 19 oktober 2014 door in de categorie 2014, Algemeen

Een willekeurig bericht

Ik schrijf op deze site over allerlei onderwerpen. Soms is het heel persoonlijk, soms vooral informatief of beschouwend. Hieronder een willekeurig bericht uit ruim 2000 berichten.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*

code