De vleesvervangende gehaktballetjes

Eind vorig jaar sprak ik Erik, een goede vriend. We kregen een gesprek over ontwikkelingen in de voedingsindustrie, de groeiende verkoop van biologische producten en andere nieuwigheden rondom voeding.

‘Ik heb een paar jaar geleden heerlijke vleesvervangende gehaktballetjes en burgers gegeten’, zei ik op een gegeven moment .

‘Dat bestaat niet. Het zijn nog steeds zompige, smaakloze klompen. Ik krijg het wel eens bij een vegetarische vriendin’, reageert Eric.

‘Met mijn toenmalige vriendin heb ik diverse merken geproefd. Er waren inderdaad mindere soorten, maar er was één bij… ik weet zeker dat jij het verschil niet proeft’.

‘Natuurlijk wel. Jongen, ik ben een echte vleeseter. Je kunt me wakker maken voor een goeie biefstuk of gehaktbal met jus. Maar voor vleesvervangende gehaktballetjes kom ik er niet uit. En ik weet zeker dat ik het verschil wel proef’.

‘Mijn vader was slager, zoals je weet, zelfs hij proefde het verschil niet. Pas toen ik hem vertelde dat hij vleesvervangende gehaktballetjes had gegeten begon hij te zeggen dat hij dat al had geproefd’.

‘Ja, en ik proef het verschil ook’, beëindigt Eric het onderwerp.

De eerste proef

Twee weken geleden zouden we met een paar vrienden, waaronder Erik, bij elkaar komen. Ik kreeg het idee een vergelijkende vleesproef te organiseren. Terwijl de eerste biertjes op tafel kwamen spoedde ik me naar de keuken om de meegenomen gehaktballetjes warm te maken. Met twee bordjes ging ik kort daarna de kamer weer binnen.

‘Op het ene bordje heb ik gewone, op het andere vleesvervangende gehaktballetjes liggen’, vertelde ik, ‘ik ben benieuwd of jullie ze kunnen onderscheiden’.

Eric keek me zelfverzekerd aan en pakte als eerste balletje van een bordje. ‘Zo, ongelovige Thomas. Dus jij denkt dat ik het verschil niet proef’.

Binnen tien minuten zijn beide bordjes leeg en is een discussie begonnen over vleesvervanging, genetische manipulatie en de wereld voedselschaarste. Over de bordjes waren de meningen verdeeld. Van de elf aanwezigen kozen zeven het bordje met de blauwe rand en vier die met de rode rand.

‘Het resultaat is niet eensluidend, maar jullie proeven dus allemaal het verschil’, zeg ik met een retorisch vragende intonatie. Ik kijk naar Eric die het heftigst naar een antwoord bedelt.

‘Tja, het verschil is overduidelijk’, reageert Eric ongeduldig, ‘zeg het nu maar’.

‘Jullie willen natuurlijk weten op welk bordje de vleesvervangende gehaktballetjes lagen?’, houd ik de spanning er nog even in.

Ik kijk naar de knikkende hoofden voor me, ‘jullie vonden ze wel allebei lekker hè?’. De hoofden blijven knikken. ‘Ok, dan zal ik het vertellen. De vleesvervangende gehaktballetjes lagen op … beide borden’.

‘Zie je wel’, reageert Rob, die tijdens de proef had opgemerkt dat de balletjes goed op elkaar leken.

Om het ongeloof te onderdrukken haalde ik de verpakking uit de plastic zak. Iedereen vond het een mooie en leerzame grap. Alleen Eric wist zich even geen houding te geven. Hij liep naar de keuken om te controleren of ik daar wellicht een verpakking had verstopt.

De tweede uitgebreide proef

Gisteren waren we met negen vrienden bij elkaar. Ik had tevoren verteld dat ik de proef uitgebreid ging herhalen, maar nu met echt verschillende balletjes.

Bij de Keurslager had ik die ochtend echte vleesballetjes gehaald. Albert Heijn leverde me balletjes op van de merken Tivall en Vivera. ’s Middags maakte ik balletjes van gehakt van het merk Quorn. Bij mijn moeder haalde ik daarna balletjes die ze voor me had gemaakt van echt vleesgehakt van haar slager. En onderweg naar de bijeenkomst kocht ik bij Jumbo nog balletjes van GoodBite.

De tweede proef werd vooral een gezellig en gevarieerd vleesfeest. Want als snel ging het vooral om smaak in het algemeen en niet meer over de vraag of echt beter of lekkerder was. Dat er smaakverschillen waren tussen vleesvervangende gehaktballetjes was duidelijk, ook smaakvoorkeuren bij de aanwezigen. Het gesprek ging over vleesvervanging, waarbij bleek dat we er gezamenlijk mee over wisten dan we dachten.

Vleesvervangers

Vleesvervangende gehaktballetjes worden gemaakt van plantaardige eiwitten. In veel gevallen is soja (tofu) daarbij de basis (Tivall en Vivera). Andere merken gebruiken eiwit van champignon (Quorn), melkeiwit (Valess) of erwteneiwit (GoodBite). Andere basisproducten die kunnen worden gebruikt zijn Lopino, zaad van de Lopinoplant, en Seitan, een mengsel van tarwemeel en water. Er is ook nog kweekvlees. Dat is vlees dat in een laboratorium wordt gekweekt uit de stamcellen van dieren. Kweekvlees is nog in een experimenteel stadium, maar het heeft beloftes voor de toekomst

Ten opzichte van echt vlees bevatten vleesvervangers relatief veel suikers (koolhydraten). Naast de basisproducten worden ook andere stoffen toegevoegd, zoals zink, ijzer en vitamines. Het zijn vaak stoffen die van nature al in echt vlees voorkomen. De dierlijke stoffen worden beter door het lichaam opgenomen dan de kunstmatig toegevoegde. Daarom wordt mensen die alleen vleesvervangers eten aangeraden er op te letten voldoende de stoffen voldoende in te nemen, bijvoorbeeld als supplement.

Meer informatie:

Print deze pagina
Bovenstaand bericht is geschreven op 4 februari 2015 door in de categorie 2015, Algemeen

Vorige en volgende berichten

« Ouder: Nieuwer: »

Een willekeurig bericht

Ik schrijf op deze site over allerlei onderwerpen. Soms is het heel persoonlijk, soms vooral informatief of beschouwend. Hieronder een willekeurig bericht uit ruim 2000 berichten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

code