Privacy Please

Privacy en criminaliteit

Veel deelnemers aan een onderzoek zijn voor het instellen van een landelijke DNA-databank. Dat maakte EenVandaag, opdrachtgever van het onderzoek, deze week bekend. Ook zijn de deelnemers voor uitbreiding van cameratoezicht op straat. Het is een onderwerp rond privacy en criminaliteit.

Het onderzoek

Het onderzoek vond plaats onder leden van het EenVandaagOpiniepanel. Aan het onderzoek deden iets minder dan de helft van de 45.000 ingeschreven panelleden deel. De cijfers: 44% is voor verplicht afstaan van DNA, 35% voor vrijwillig afstaan en 14% procent is tegen een DNA databank. Ik ga ervan uit dat de overig 7% geen mening heeft, tenzij het twee verschillende vragen waren en de openbaargemaakte gegevens niet volledig zijn.

Aftappen

Deelnemers gaven ook hun mening over het aftappen van online gegevens. 85% vindt dat de politie en veiligheidsdiensten alleen van een verdacht persoon de internet- en telefoondata mogen aftappen en bewaren, 11% vindt dat ze dat van alle burgers mogen doen. 55% wil niet dat hun eigen dataverkeer wordt bekeken en 38% vindt dat geen probleem.

Realiteitszin

Ik ben altijd benieuwd hoe de vragen zijn geformuleerd. Bij veel onderzoeken is de formulering slecht, waardoor de antwoorden niet eenduidig bruikbaar zijn. Meer nog ben ik benieuwd naar de gedachtegang van de deelnemer, maar daar zal nooit duidelijkheid over zijn.

Hoeveel van de 11% deelnemers bijvoorbeeld weet dat de politie wettelijk allang toegang heeft tot dataverkeer van alle burgers en kiest daarom voor toestemming. En hoeveel van de 44% die voor verplicht DNA afstaan kiest weet dat er heel veel meer gegevens uit te halen zijn dan nodig voor criminaliteitsbestrijding of opsporing.

Huidige situatie

De nationale DNA-bank is er nog niet. Op het gebied van aftappen en dergelijke is al heel veel wettelijk geregeld, en dat wordt echt niet teruggedraaid omdat 85% van de bevolking ertegen is. Bovendien worden de regels steeds verder uitgebreid om meer onderzoek mogelijk te maken. De balans tussen privacy en criminaliteit slaat al lange tijd door naar criminaliteitsonderzoek.

De Wet Politiegegevens bijvoorbeeld geeft de politie al een aantal jaren de mogelijkheid gegevens, ook van onverdachte personen, op te slaan en verwerken. Dit mag in het kader van themaverwerking. Ook is het bij concreet onderzoek toegestaan de gegevens die de politie verzamelde te koppelen met andere gegevens.

De regels rond DNA opslag worden ook steeds verder opgerekt. Lange tijd werd alleen het DNA onderzoek van voordeelden opgeslagen in de DNA-databank. In de wet werd in 2004 vastgelegd dat van iedereen het DNA moet worden opgeslagen die een straf krijgt voor een misdrijf waarop een straf staat van vier jaar of meer, ook wanneer de gekregen straf minder is dan vier jaar. Er waren wat uitzonderingen waarvan een deel in de jaren daarna geleidelijk verviel. Met als gevolg dat steeds meer DNA wordt opgeslagen.

Dat telefoon- en internetgegevens kunnen worden opgevraagd weet inmiddels iedereen. Maar een officier van justitie mag ook allerlei andere gegevens opvragen, bijvoorbeeld boodschapgegevens van supermarkten. Niet alleen van verdachte personen, ook van personen die mogelijk relevant zijn voor het onderzoek en/of opsporing (geregeld in de wet bevoegdheden vorderen gegevens)

Privacy en criminaliteit

Wie niets te verbergen heeft en in niets onoorbaars handelt zal zich wellicht niet druk maken over de opsporingsbevoegdheden van justitie. We vinden het zelfs zinvol dat die bevoegdheden er zijn om onze veiligheid te garanderen en misdaad- en terrorisme te bestrijden. Toch is volgens mij goed om kritisch te blijven.

Ten eerste is er het risico dat, door de enorme toename van gegevens, foute conclusies worden getrokken. Gegevens, digitaal of door onderzoek verkregen, vragen namelijk om interpretatie en dat doet een mens, in dit geval een opsporingsbeambte. We hebben in het nabije verleden gezien dat dit om allerlei redenen verkeerd kan worden gedaan.

Ten tweede is er de vraag wat privacy is. Mensen kwakken allerlei persoonlijke gegevens op Facebook, andere sociale media en internet. We lijken niet te geven om privacy. Maar de hoeveelheid informatie op sociale media is nog altijd minimaal vergeleken met alle persoonlijke gegevens. En we bepalen zelf wat, hoe en wanneer we het in de openbaarheid brengen. Zelfs wanneer we dat wellicht onverstandig doen.

Privacy grondrecht

Privacy is opgenomen in de Nederlandse Grondwet. Artikel 10 luidt:

  1. Ieder heeft, behoudens bij of krachtens de wet te stellen beperkingen, recht op eerbiediging van zijn persoonlijke levenssfeer.
  2. De wet stelt regels ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer in verband met het vastleggen en verstrekken van persoonsgegevens.
  3. De wet stelt regels inzake de aanspraken van personen op kennisneming van over hen vastgelegde gegevens en van het gebruik dat daarvan wordt gemaakt, alsmede op verbetering van zodanige gegevens.

Het privacyrecht is echter niet absoluut recht. De hierboven genoemde misdaad- en terrorismebestrijding mag de privacy beperken. Het Verdrag van de Rechten van de Mens schrijft daarover (art. 8 lid 2) dat inbreuk op privacy mag als dat noodzakelijk is om een democratische samenleving te waarborgen.

Iedereen legt de definitie van privacy en democratie anders. Denk alleen al aan de discussies tussen de Ministers van Justitie en Jacob Kohnstam, de voorzitter van het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP).

Ik denk aan een gesprek dat ik anderhalf jaar geleden had met een vriend, eigenaar van een groot datanetwerk. Ik zei hem, ‘ik heb niets te verbergen’. Waarop hij reageerde met, ‘René, iedereen heeft dingen die hij wil verbergen of op zijn minst zelf wil bepalen hoe en wanneer het openbaar wordt gemaakt’ (zie verder: een lastige man)

Privacy samenlevingsfundament

Door het gesprek met de vriend en het verder overdenken van het onderwerp realiseerde ik me dat privacy, het recht op een persoonlijke levenssfeer een fundament is voor de samenleving, voor de relaties die we met elkaar hebben. Privacy bepaalt welke keuzes je maakt in je leven en hoe en wat je daarover deelt met anderen. Het maakt het individu uniek en maakt de omgang met anderen verrassend en leuk.

Essentie

Ik kan me een gesprek met een vriend herinneren waarin ik zei dat de huidige mens in essentie niet verschilt met die van honderd, duizend of meer jaren geleden. We poepen en pissen nog steeds hetzelfde, we willen aardig gevonden worden, bevestiging krijgen en allerlei andere dingen die er altijd zijn geweest.

Alleen de omgeving is veranderd. Vroeger reden we paard of gingen lopen, nu hebben we een auto en gaan om andere redenen lopen. Vroeger waren er mondelinge verhalen, toen boeken en nu computers. Vroeger gingen we dood aan de pest, nu op een wat latere leeftijd aan kanker en hartfalen. In de middeleeuwen had iemand een lievelingskleur, zoals we dat nu nog kunnen hebben.

In onze keuzes, meningen en verlangens zijn we als individu altijd uniek geweest. Privacy bepaalt hoe, wat en wanneer je die individualiteit met anderen deelt. Zo zou het moeten zijn. Voor onze persoonlijke veiligheid mag dat een eventjes een beetje wegvallen, maar daarna moeten we weer op onze privacy kunnen vertrouwen. Laat ons blijven wie we willen zijn (laat me – ramses shaffy).

Meer informatie:

Print deze pagina
Bovenstaand bericht is geschreven op 17 mei 2015 door in de categorie 2015, Algemeen

Vorige en volgende berichten

« Ouder: Nieuwer: »

Een willekeurig bericht

Ik schrijf op deze site over allerlei onderwerpen. Soms is het heel persoonlijk, soms vooral informatief of beschouwend. Hieronder een willekeurig bericht uit ruim 2000 berichten.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*

code