Johannes Graus – moord in Utrecht

Op internet kwam ik een opmerking tegen over Johannes Graus uit Utrecht. Hij had zijn vrouw vermoord om verzekeringsgeld op te strijken. Wanneer dat kort geleden zou zijn geweest waren er ongetwijfeld honderden websites met informatie. Maar Johannes Graus pleegde zijn misdrijf bijna 150 jaar geleden. Het leek me leuk eens te kijken wat ik nog over hem kon achterhalen.

Johannes Graus

Johannes Graus is geboren op 27 augustus 1818 in Ohe en Laak. Na een eerste huwelijk waaruit hij drie kinderen heeft, trouwt hij op 14 augustus 1867 met Elize Harloff, die op 2 september 1821 is geboren in Frederiksoord.

De moord

Overlijdenskaart Elize Graus - Harloff

Tekst onder de foto:
Ziet wat de liefde doet.
Heden overleed ten gevolge van een noodlottig ongeval mijn geliefde echtgenote …

Wanneer hij op maandag 10 februari 1868 thuiskomt, aan de Vleutenseweg in Utrecht, vermoordt Johannes Graus zijn vrouw door haar te wurgen met het halsdoekje dat ze om heeft. Hij sleept haar naar de trap. Daar legt hij haar met de hals in het touw van de trap, het touw dat toentertijd als leuning werd gebruikt. Hij gooit wat turven en een mandje om haar heen, waarmee hij een val van de trap ensceneert. Daarna roept hij de buren, die hij met geveinsd verdriet verhaalt over de fatale val van zijn Elise.

Eerste getuigen

Kort voor de moord is de Heer J. van de Bok nog aan de deur geweest. Hij krijgt van Elize een cent als aalmoes. Als hij vier huizen verder is hoort hij al dat ze dood is. In de tussentijd moet de moord hebben plaatsgevonden.

De heren Driehuis en Den Daas zijn vrij snel na de moord aanwezig. Ze vinden Elize onder aan de trap. Ze constateren dat het lijk nog warm is en het hoofdhaar nat.

De Heer van de Bender, van wie niet duidelijk is wat zijn functie is, vond bij het ontkleden van Elize haar halsdasje losjes hangend om haar nek. De uiteinden zijn echter zo strak geknoopt dat hij ze met moeite los krijgt.

Wurging

Prof. Willem Koster, hoogleraar Anatomie aan de Universiteit Utrecht, en Dr. Paul Q. Brondgeest, arts in Utrecht, voeren autopsie uit op het lichaam van Elize Graus – Harloff. Zij constateren dat de kentekenen van wurging zeer sterk aanwezig zijn. Deze zijn volgens hen zeer waarschijnlijk door het halsdoekje veroorzaakt. Ze kunnen echter niet met zekerheid vaststellen of de wurging door het strak trekken van het doekje plaatsvond of door het ertussen plaatsen van handen in de nek.

De zwager

Jan Palthe, zwager van Elize, doet aangifte van moord bij de politie. Hij overlegt een aantal brieven van zijn schoonzus waarin ze verhaalt over de problemen met haar man. Ze schrijft onder andere dat ze hoopt dat haar man nog verandert.

Henriëtte, de vrouw van Jan Palthe, adviseert Elize in een brief Johannes Graus te verlaten. In haar laatste brief naar haar zus schrijft Elize dat de duivel haar man niet heeft verlaten.

Rechtszaak

Op dinsdag 16 juni 1868 begint voor het Provinciaal Gerechtshof in Utrecht de rechtszaak tegen Johannes Graus. Hij wordt bijgestaan door de kort daarvoor afgestudeerde advocaat Mr. G.H. van Bolhuis. Het voorlezen van de beschuldiging duurt 2,5 uur. In de vier dagen daarna worden ruim zestig getuigen gehoord. Daarbij komen talrijke nieuwe feiten aan het licht.

Verzekeringsgeld

Getuige de Heer v.d. Bender vertelt dat Johannes Graus hem heeft gezegd dat Elize niet oud zal worden en weleens onverwacht zou kunnen sterven. En tegen getuige de Heer Waanders zegt Graus op 6 januari dat zijn vrouw twee weken daarvoor een beroerte heeft gehad.

Krantbericht rond 1870De Heer J.M. Huizinga, directeur van de Groninger Levensverzekeringsmaatschappij (nu Aegon), vertelt dat Johannes Graus op 10 september 1867, minder dan een maand na zijn huwelijk met Elize, een levensverzekering op zijn vrouw heeft afgesloten. De verzekeringsnemer moet zes maanden lid zijn om uitbetaling te kunnen krijgen. Graus heeft deze termijn echter kunnen verkorten tot drie maanden.

Tijdens de rechtszaak blijkt dat Graus ook voor 1000 gulden bij een Rotterdamse verzekeraar is verzekerd voor het geval zijn vrouw zal overlijden. Getuige Jacobs vertelt dat Graus voor zijn vrouw niet wil weten dat hij een levensverzekering op haar leven heeft afgesloten. Hij mag de premie daarvoor dan ook niet bij Graus thuis ophalen.

Vergif

Apotheker van Haarlem getuigt dat Graus hem heeft gevraagd of vliegenzalf een vergif is. Van Haarlem beantwoordde de vraag bevestigend.

Getuige van Stengel, bediende bij apotheek Van Spanje, bevestigt dat Johannes Graus hem in januari dat jaar (1868) een briefje heeft gegeven met het verzoek om vergif voor zijn hond. Van Stengel heeft daarop Spaanse vliegenzalf met gentiaanpoeder gemaakt. Graus wachtte op de Elisabethstraat, waar Van Stengel hem het vergif had gegeven.

Buren

Er worden meerdere buren opgeroepen als getuigen. Allen vinden Graus een vervelende man. Directe buurman A. van Beusekom vertelt dat Graus een onverschillig persoon en een vloeker is en dat hij daarom geen contact met hem heeft. Buurvrouw Elzendoorn beschouwt Graus als een verwaand en wild mens.

Uitspraak

Op zaterdag 27 juni doet het Hof uitspraak. Johannes Graus wordt schuldig bevonden aan de moord op zijn vrouw. Hij wordt veroordeeld tot de doodstraf, die uitgevoerd moet worden op een plein in Utrecht.

De president van het Gerechtshof, Jonkheer Mr. J.O. de Jong van Beek en Donk, spreekt na het vonnis de moordenaar nog toe. De opeengepakte menigte hoort het met stilte aan en verlaat zwijgend de rechtszaal. Johannes Graus is getroffen door het vonnis en de aan hem gerichte woorden. Hij verlaat de zaak met gebogen hoofd.

Doodstraf

In 1868 wordt de doodstraf officieel nog uitgevoerd. In 1860 had echter de laatste daadwerkelijke voltrekking plaatsgevonden op Johann Nathan. De doodstraf stond ter discussie en wordt in 1870 afgeschaft.

Cassatie

Bericht over Johannes Graus in Helderse Courant aug. 1868

Krantenbericht aug. 1868 in Helderse Courant

Johannes Graus gaat na het vonnis in cassatie. Zijn raadsheer J.A. Jolles brengt rapport uit. Advocaat Generaal J.M. Smits zegt direct daarop dat, volgens hem, door de eiser geen cassatiemiddelen worden aangevoerd. Er is volgens hem dus geen grond tot cassatie en Smits vindt dat Graus de kosten van het proces moet dragen. De Hoge Raad zal op 18 augustus 1868 uitspraak doen.

Over hoe het met de rechtszaak verder gaat is door mij niets terug te vinden. De doodstraf wordt niet uitgevoerd. Johannes Graus overlijdt op 2 oktober 1871 in de gevangenis van Leeuwarden op 53 jarige leeftijd.

Niet vermelde, aanvullende gegevens

  • Johannes Graus was groefbidder van beroep. Dat was iemand die begrafenissen regelde in een tijd dat dit vaak nog door familie en buren werd gedaan. In steden was het al min of meer een beroep. In Utrecht bestond zelfs al de officiële titel ‘stads groefbidder’.
  • Zwager Jan Palthe is geboren in 1823 in Neuenhaus. Hij huwde Henriëtte Harloff op 14 augustus 1852 en hij overleed op 1 april 1895 op 72-jarige leeftijd. Hij was grofsmid van beroep.
  • Henriëtte Harloff is geboren in 1824 in Ommen en overleed op 2 maart 1900 in Avereest.
  • Apotheker Gerard van Spanje had zijn zaak op de Steenweg 44 in Utrecht. Hij is geboren op 29 november 1811 in IJsselstein en overleed op 28 februari 1880 in Utrecht. Hij was naast apotheker ook drogist. Zijn zoon Albert nam de zaak over.
  • Dr. Paul Quirinus Brondgeest promoveerde in 1860 op een onderzoek naar spierspanning. Naar hem wordt deze spierspanning Brondgeest genoemd.
  • J.M. Smits (1826-1884) was Advocaat Generaal  bij de Hoge Raad van 1868 tot 1884
  • J.A. (Jolle Albertus) Jolles (Amsterdam 28 dec. 1814 – 23 dec. 1882) was o.a. Minister van Justitie. Ten tijde van de rechtszaak van Johanes Graus was hij raadsheer bij de Hoge Raad (1862 – 1871)
  • Graus sluit een levensverzekering af van 1000 gulden. Dat bedrag in 1868 heeft een koopkracht van 20.000 euro (circa 50.000 gulden) in 2015 (zie: koopkrachtberekenen).
  • Zou hij zich in guldens hebben laten uitbetalen en die netjes hebben bewaard tot 2015 dan zou dat nu 12 miljoen euro hebben opgeleverd. Een goed bewaard gulden muntstuk van Willem III uit 1850 doet momenteel op de verzamelmarkt 12.000 euro (zie: verzamelmarkt). Ik heb zelf nog ergens een paar munten van Willem III en zelfs Willem II liggen, maar ik weet niet waar (ze komen vanzelf weer eens te voorschijn, ik heb een vermoeden waar ze liggen).
Print deze pagina
Bovenstaand bericht is geschreven op 4 juni 2015 door in de categorie 2015, Algemeen

Vorige en volgende berichten

« Ouder: Nieuwer: »

Een willekeurig bericht

Ik schrijf op deze site over allerlei onderwerpen. Soms is het heel persoonlijk, soms vooral informatief of beschouwend. Hieronder een willekeurig bericht uit ruim 2000 berichten.

Comments are closed.