Mijn eerste opties

Het boek ‘dit kan niet waar zijn’ van Joris Luyendijk, doet me terugdenken aan mijn vakantiewerk bij Rabobank Nederland. Het was daar waar ik mijn eerste opties kocht.

Rabobank Nederland zat nog op de hoek van de Catharijnesingel en het Smakkelaarsveld in Utrecht. Ik werkte op de afdeling ‘Rapportering & Verslaglegging’. Daar  werkten twee mannen, Brewster en Scheen, die ik om de beurt verving tijdens hun vakantie. Mijn taak bestond er uit gegevenslijsten op te halen van verschillende afdelingen en enkele gegevens daarvan in te voeren in een computer. Met een bepaalde formule konden daarna globaal de dagresultaten worden berekend. Die bracht ik elke dag naar de toenmalige voorzitter van de Raad van Bestuur Lardinois.

Ik had er een fantastische tijd. Ik kreeg een persoonlijke rondleiding bij de valutahandelaren in Amsterdam, ging twee keer kijken bij de productie van het videojournaal in het Rabo-mediacentrum in Eindhoven. Ik was ook veel in de bibliotheek te vinden, waar allerlei boeken stonden over geld en geldzaken. De zes weken vlogen om. En het jaar erop werd ik gebeld of ik weer wilde komen.

Beleggende collega’s

Naast het kantoor waar ik zat waren twee afdelingen. Schuin tegenover, aan de andere kant van een gang, was een werktuin waar ruim honderd jonge medewerkers de dagresultaten nauwkeurig berekenden. Aan het eind van de gang was de ingang van een kamer die grensde aan mijn kantoorruimte. Daar zaten een wisselend aantal oudere medewerkers. Ze spraken snel, elke tweede zin was een grap of op zijn minst de inleiding van een mop. Het leken verkopers. Ik heb nooit begrepen wat ze voor werk deden voor de Rabobank.

Maar wat ze voor zichzelf deden, naast hun werkzaamheden voor de Rabobank, was me snel duidelijk. Ze handelden in opties en aandelen. Peter, één van de mannen, de drukste maar ook degene die mij het meest gunstig was gezind, vertelde dat ze een belangrijk voordeel hadden door bij een bank te werken. Hun aan- en verkoopopdrachten werden vrijwel direct uitgevoerd door hun collega’s in Amsterdam. Bij andere particuliere beleggers duurde dat minstens een uur en dat kon nadelig zijn voor de winsten.

Mijn eerste opties

Peter was degene die me inwijdde in beleggen. Op basis van zijn uitleg en adviezen zette ik mijn vakantiegeld in op mijn eerste opties. Ik kocht opties Koninklijke Olie, KLM en Philips. Het werd een dure les. Aan het eind van mijn tweede periode vakantiewerk bij de Rabobank was mijn vakantiegeld en wat spaargeld verloren.

Beleggen in aandelen en opties beschouwde ik, ook in de jaren daarna, als windhandel. De waarde van de aandelen van bedrijven op de beurs kwam in mijn ogen nauwelijks overeen met de werkelijke waarde van de ondernemingen. De televisies van Philips, de benzine van Shell en andere producten waren tastbaar. De boekhoudkundige cijfers over inkoop, verkoop en winst waren realistische grootheden. De beurs zag ik als Monopoly voor volwassenen, de handel in papiertjes met een bedrijf als kapstok.

Het handelen in die gebakken lucht was niet alleen een onrealistisch spel, ik vond het zelfs onethisch. Veel liever investeerde ik in een goed idee voor een product. Samen met anderen, op basis van onze persoonlijke capaciteiten, tot winst proberen te komen vond ik veel leuker. Helemaal als ik daarmee ook iets kon bijdragen aan de maatschappij. Het is daardoor lange tijd bij die eerste opties gebleven.

Print deze pagina
Bovenstaand bericht is geschreven op 10 juni 2015 door in de categorie 2015, Algemeen

Vorige en volgende berichten

« Ouder: Nieuwer: »

Een willekeurig bericht

Ik schrijf op deze site over allerlei onderwerpen. Soms is het heel persoonlijk, soms vooral informatief of beschouwend. Hieronder een willekeurig bericht uit ruim 2000 berichten.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*

code