Friese geeltjes

Een geeltje. Doe maar twee kilo.

Geef maar toe dat je bij een geeltje aan een briefje van 25 gulden dacht. Het gele bankbiljet dat van 1861 tot 1909 in omloop was en in de volksmond een geeltje heette. Tegenwoordig brengen we een geeltje ook wel in verband met een plakvelletje van 3M. De oorspronkelijke dan, want ze zijn er inmiddels ook in vele kleuren.

Een geeltje

Het geeltje dat ik hier bedoel is echter een aardappel. Het behoort tot de talrijke oude, onbekende of verdwenen groenterassen. Een geeltje heet officieel woudgeeltje. Het wordt ook wel Friese geeltjes genoemd en Wâldgieltsjes.

Het is een vrij kleine, gele aardappel. Volgens de Friezen is hij heerlijk en minstens zo lekker als Opperdoezers. Het wordt al jaren gevonden in de Noordelijk Friese Wouden. De oorsprong is echter niet zeker. Sommigen houden het erop dat het eind 17e eeuw is meegenomen door protestanten die werden vervolgd en zich in Surhuisterveen vestigden. Anderen zien verwantschap met een geeltje uit Berlikum. In het Groot Warmoezeniers handboek uit 1855 wordt een geeltje voor het eerst besproken.

Het is een sterk ras is, dat goed tegen ziekten bestand is. Zelfs tegen de beruchte aardappelziekte. Het wordt gelijk met andere rassen geplant, maar kan veel sneller worden geoogst. Daarna is het zonder smaakverlies lang houdbaar. En er zijn talrijke recepten.

De Oranjelijst

Ik las over een geeltje en andere oude rassen in het boekje ‘De Oranjelijst’. Ik downloadde het op de website van de Wageningen Universiteit (WUR). Het boekje is uitgegeven door het CGN (Centrum voor Genetische Bronnen Nederland), een onderzoekeenheid van de WUR die onder andere wettelijke onderzoekstaken uitvoert voor de overheid.

In het boekje worden talrijke zeldzame rassen besproken in twintig hoofdstukken. Het is vooral leuk of als inleiding bedoeld. Het zijn korte verhaaltjes waarin je bijvoorbeeld kunt lezen dat dé aardbei niet bestaat, want er zijn meerdere rassen. Een van de oudste daarvan is Frau Mieze Schindler. Deze wordt besproken, waarbij vanzelfsprekend wordt uitgelegd waar die bijzondere naam vandaan komt.

Stichting De Oerakker

Voor het boekje is gebruik gemaakt van de kennis van de stichting De Oerakker. Deze stichting is in 1995 opgericht door Ruurd Walrecht om historische land- en tuinbouwgewassen te behouden. Door allerlei oorzaken verdwenen wereldwijd meerdere gewassen. Om de ondergang tegen te gaan was Ruurd Walrecht al in 1960 begonnen zoveel mogelijk streekrassen te telen en vermeerderen.

In de stichting zijn inmiddels meerdere netwerken ondergebracht waar op specifieke thema’s wordt gewerkt en informatie uitgewisseld. Later zijn ook andere stichtingen opgericht met ongeveer dezelfde doelstellingen. De meeste daarvan werken nauw samen.

Eind 2014 werd op Facebook de groep De Oerakker geopend . Hierop wisselen mensen informatie uit over oude gewassen en rassen.

Meer informatie:

Print deze pagina
Bovenstaand bericht is geschreven op 5 april 2016 door in de categorie 2016, Algemeen

Vorige en volgende berichten

« Ouder: Nieuwer: »

Een willekeurig bericht

Ik schrijf op deze site over allerlei onderwerpen. Soms is het heel persoonlijk, soms vooral informatief of beschouwend. Hieronder een willekeurig bericht uit ruim 2000 berichten.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *