Onnodige vanzelfsprekendheid bijv. bij de patiëntenpas

Onnodige vanzelfsprekendheid

‘Ik noem dat onnodige vanzelfsprekendheid en er zijn talrijke voorbeelden’, zeg ik tijdens een gesprek met vrienden. We hebben het over het toepassen van functies in bijvoorbeeld software, omdat het mogelijk is. Niet omdat het nuttig of nodig is.

‘Ja, onnodige vanzelfsprekendheid. Dat klinkt mooi’, zegt Karel, de enige van de aanwezigen die in de ICT werkt. Hij kijkt voor zich uit en ik zie dat hij in gedachten een aantal voorbeelden tevoorschijn tovert uit zijn eigen praktijk.

‘Afgelopen week had ik een sprekend voorbeeld’, reageert Henk. ‘Ik ontving een mail van mijn tandarts. Het was een uitnodiging voor de halfjaarlijkse controle. In het onderwerp stonden naast het woordje Uitnodiging, mijn BSN-nummer en geboortedatum’.

Onnodige vanzelfsprekendheid

‘Dat is niet alleen een voorbeeld van onnodige vanzelfsprekendheid’, zeg ik. ‘Dat is een domheid waarop je hen zou moeten aanspreken’.

‘De programmeur van hun software weet dat het kan. Dus die plakt er een programmeercode in waardoor die gegevens automatisch uit de database worden gehaald. Vanuit waarschijnlijk dezelfde vanzelfsprekendheid zet een medewerker van de tandarts of een andere gebruiker, daar geen vraagtekens bij’.

‘Onnodige vanzelfsprekendheid, noem je het, maar het is ook de tijdgeest’, zegt Theo. ‘Er wordt niet meer nagedacht. Problemen worden teruggebracht tot oneliners, waarvan de media gretig gebruikmaakt. Een diepgaander analyse van een probleem daar doen we niet meer aan. Zelfs duurbetaalde rapporten zijn tegenwoordig kopieertaken. Daarbij worden slechts de herkenbare gegevens van de organisatie herschreven naar de betreffende situatie’.

Irrelevante argumenten

‘Ik ben het met je eens dat tegenwoordig nauwelijks nog naar de essentie van situaties en problemen wordt gekeken’, reageer ik, ‘dat valt me vooral op bij verkeerssituaties. De afgelopen week zag ik het ook bij berichten over rechtszaken. Partijen slepen er dingen bij waarmee de oorsprong van de rechtszaak naar achteren verdwijnt. De discussie gaat voort over de ingebrachte, nauwelijks relevante argumenten’.

‘Ik heb nog een voorbeeld. Het was bij mijn ziekenhuisbezoek een maand geleden’, komt Henk op het oorspronkelijke onderwerp terug. ‘Ik was er jaren niet geweest en er moest een pasje worden gemaakt. Nadat mijn gegevens waren opgenomen, wilde de dame van de informatiebalie een foto van me maken. Dat is nergens voor nodig heb ik gezegd. Als ze willen weten of ik het werkelijk ben, dan vragen ze maar naar mijn identiteitskaart. Die moet ik immers altijd bij me hebben’.

Harde schijfruimte

‘Dat is een prachtig voorbeeld’, merk ik op. ‘Omdat het kan bedenkt een programmeur of begeleider van het ziekenhuis zo’n foto. Er is harde schijfruimte genoeg voor al die fotobestanden en het staat zo leuk op dat patiëntenkaartje. Maar het is inderdaad volkomen irrelevante informatie. Zeker in combinatie met je identiteitskaart’.

‘Weet je wat veel erger is?’, gaat Henk verder, ‘iedereen kan alle informatie zien, die ze van je opslaan. Terwijl dat helemaal niet nodig is, bijvoorbeeld om een vervolgafspraak te maken. Waarom moet die secretaresse mijn medische geschiedenis kunnen zien’.

‘Dat kan een systeembeheerder eenvoudig voorkomen’, zegt Theo, ‘hij kan mensen verschillende rechten geven’.

Kunnen en doen

‘Dus wat ze kunnen doen, doen ze niet. Maar ze bedenken wel allerlei irrelevante onzin, die bovendien nog een eigen leven gaat leiden. Wat ik zeg, onnodige vanzelfsprekendheid ’.

‘Ondoordachte onnadenkendheid klinkt ook lekker’, reageert Theo.

‘Wist je dat je huisarts veel gegevens die hij van je heeft, via internet deelt met het ziekenhuis?’, vraagt Henk. ‘Echt, ik heb het gezien vorige maand. Iedereen heeft zijn mond vol over privacy en dergelijke, maar als je ziet hoe er met allerlei gegevens wordt omgegaan. Eigenlijk zou je kunnen zeggen dat al je gegevens al op straat liggen. Het is alleen nog de vraag wanneer iemand zo stom is zijn geheugenstickie ergens te laten slingeren, of moedwillig gegevens in de openbaarheid brengt’.

‘Nou, ik kan bevestigen vanuit mijn werkzame ervaring’, zegt Theo, ‘dat het medisch dossier inderdaad één grote farce is. Op papier is het allemaal mooi geregeld, maar in de praktijk gebeuren dingen die je gerust als misstanden kunt bestempelen. Overigens helaas ook vaak door programmeurs die dingen bedenken vanuit hun kennis en enthousiasme. Functies die hun opdrachtgevers gewoon accepteren. Onnodige vanzelfsprekendheid, haha’.

Kunnen en willen

‘We zijn terug bij het oorspronkelijke onderwerp’, breng ik in. ‘Het gaat er bij onnodige vanzelfsprekendheid over, dat iemand iets doet omdat het kan. En het dan ook onnadenkend doet, terwijl het niet nodig is of zelfs in het nadeel is van een gebruiker’.

‘Ja, je moet bedenken of je, als iets kan, dat ook moet willen’, zegt Theo, ‘en niet vanuit je eigen optiek, maar vanuit de gebruiker’.

‘Zo is het!’.

Print deze pagina
Bovenstaand bericht is geschreven op 16 april 2016 door in de categorie 2016, Algemeen

Vorige en volgende berichten

« Ouder: Nieuwer: »

Een willekeurig bericht

Ik schrijf op deze site over allerlei onderwerpen. Soms is het heel persoonlijk, soms vooral informatief of beschouwend. Hieronder een willekeurig bericht uit ruim 2000 berichten.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *