Product-ontlening Hyster vs Thole

Prestatie-ontlening

In een artikel gebruikt een schrijver het woord prestatie-ontlening. Ik ben het woord tijdens mijn studie Rechten niet tegengekomen. Uit de context kan ik niet halen wat het precies betekent en de schrijver legt het begrip ook niet uit. Ik heb alleen een vaag idee wat wordt bedoeld.

Prestatie-ontlening

In Van Dale en andere woordenboeken komt het woord prestatie-ontlening niet voor. Het woord ontleden is een optie, prestatie is immers bekend. Ontlenen nemen we in Nederland niet letterlijk. Dat betekent zoiets als ‘gebruikmaken van’ of ‘te danken aan‘.

Vlamingen gebruiken het woord ontlenen wel letterlijk. Wie een geleend boek terugbrengt naar de bibliotheek ontleent het boek.

Juridisch

Google geeft ook geen uitsluitsel over prestatie-ontlening. Er volgt als zoekresultaat een lange lijst juridische boeken en artikelen. Van de meeste kan ik echter alleen het omslag bekijken in Google Books. Enkele boeken en artikelen zijn ook te koop, bijvoorbeeld bij Ars Aequi.

Oneerlijke concurrentie

In de inleiding van het artikel ‘(on)rechtmatigheid van prestatie-ontlening’ van Marc van Zanten vind ik een omschrijving. Het luidt ongeveer: prestatie-ontlening is het exploiteren van andermans prestatie, zonder daaraan enige eigen prestatie toe te voegen en puur en alleen om de vruchten te plukken van de arbeid van de ander, die kosten heeft gemaakt en zich heeft moeten inspannen.

Artikel 1401 van het oude Burgerlijk Wetboek regelt in 1992, het jaar van het artikel, prestatie-ontlening. In zijn artikel, een bewerking van zijn scriptie over het onderwerp, toont Van Zanten aan dat het recht in Nederland onvoldoende bescherming tegen prestatie-ontlening biedt.

Omgeving

Prestatie-ontlening ligt als begrip dicht bij onderwerpen als oneerlijke concurrentie, prestatiebescherming en onrechtmatige daad. Een aparte wet die iets zegt over prestatie-ontlening bestaat niet.

Met talrijke voorbeelden onderbouwt Van Zanten zijn betoog. Hij begint met het arrest Lindenbaum/Cohen, dat aanleiding gaf tot verdere uitwerking van het begrip onrechtmatige daad.

Lindenbaum/Cohen

prestatie-ontlening - Lindenbaum/Cohen

In 1896 begon Max Lindenbaum zijn drukkerij.

Lindenbaum en Cohen hadden rond de 1900 beiden een drukkerij. Een medewerker van Lindenbaum werd door Cohen omgekocht om de offertebedragen te achterhalen. Daardoor kon hij een betere prijs geven en meer opdrachten verkrijgen. Toen Lindenbaum er in 1918 achter kwam eiste hij schadevergoeding van Cohen op grond van onrechtmatige daad.

De rechtbank en het hof wezen de vordering af omdat er geen wet was waarmee de actie van Cohen kon worden veroordeeld. De Hoge Raad concludeerde dat een onrechtmatige daad o.a. kan worden gezien als een handeling in strijd zijn met de goede zeden, terwijl de onrechtmatige daad voor de schade zorgt.

Hyster Karry Krane

Prestatie-ontlening Hyster Karry Krane

De Hyster Karry Krane 1

De volgende zaak is die rond de Hyster Karry Krane 1 in 1953. Het Amerikaanse bedrijf Hyster bracht een ‘hijskraantje’ onder die naam op de markt.

Het Nederlandse bedrijf Geveke kreeg het alleenrecht op verkoop in o.a. Nederland en mocht de kraan ook zelf bouwen.

Het bedrijf Thole kwam met een in alles identieke kraan en kopieert zelfs reclamemateriaal. Alleen de naam van hun kraan was anders: The Elephant.

Belangrijk in het kader van presentie-ontlening is dat de Hyster Karry Krane niet was beschermd door auteurs- of octrooirecht.

Het oordeel van de Hoge Raad was dat iedereen de best mogelijke industriële producten mag maken, ook wanneer daarvoor gebruik wordt gemaakt van de inspanningen en kennis van een concurrent en het in het nadeel is van die concurrent. Tenzij daarbij inbreuk wordt gemaakt op Intellectuele Eigendomsrechten (octrooi- of auteursrechten).

Decca/Holland Nautic

In de zaak Decca vs. Holland Nautic spreekt de Hoge Raad zich voor het eerst uit over prestatie-ontlening, ook wel aanleunen genoemd. De zaak is wat te technisch en uitgebreid om hier samen te vatten. Prof. Dick van Engelen behandelt deze zaak uitgebreid in zijn boek ‘prestatiebescherming’ uit 1994.

Bij Hyster Karry Krane neemt de Hoge Raad de vrijheid van handel en bedrijf als uitgangspunt, met een voorbehoud voor als er sprake is van Intellectuele Eigendomsrechten. Grofweg voegt ze daar bij Decca vs. Holland Nautic aan toe dat ook wanneer er geen wettelijke bescherming door intellectuele eigendomsrechten is, een prestatie bescherming verdient, wanneer deze vergelijkbaar is met een prestatie waarvoor die rechten zouden kunnen gelden.

In zijn boek ‘ongeoorloofde mededingen’ uit 1986 omschrijft Mr. D.W.F. (Feer) Verkade aanleunen (prestatie-ontlening) als een situatie waarbij een concurrent een product niet getrouw kopieert (wel getrouw zou nabootsing zijn), inhaakt op een bestaande markt en profiteert van de activiteiten, de producten of goede naam van anderen.

Duitsland

Prestatie-ontlening is in 1992 in Nederland nog een schemerig gebied. Het Duitse recht is al een stuk duidelijker. Zij formuleren het anders. Marc van Zanten schrijft dit in zijn artikel over de Duitse situatie:

prestatie-ontlening is niet hetzelfde als nabootsing. Bij nabootsing is immers nog sprake van een eigen prestatie. De prestatie-ontlening is een oneerlijk parasiteren, die bij het in het verkeer brengen, met als doel er zelf ‘beter’ van te worden, geldt als inbreuk op §1 UWG ( Gesetz gegen den unlauteren Wettbewerb – wet tegen oneerlijke concurrentie.

De scheiding tussen nabootsing en prestatie-ontlening is door het Bundesgerichtshof (BGH) duidelijk aangegeven in de zaak Apfel-Madonna.

De rechtvaardiging voor bescherming in gevallen van prestatie-ontlening … wordt gezocht in de gedachte dat het dubieus wordt de belangen te verdedigen van een producent, die de onbeschermde prestatie van een ander, zonder zelf enige eigen prestatie daaraan toe te voegen, overneemt en ten eigen voordele laat strekken.

KNVB/NOS

In zijn artikel haalt Van Zanten nog andere voorbeelden aan waarbij sprake is van prestatie-ontlening. Een interessante zaak vind ik de zaak KNVB/NOS in 1987 over het zonder vergoeding uitzenden van wedstrijdverslagen in het radioprogramma ‘Langs de Lijn’.

De conclusie luidde: Ook als er geen auteursrechtinbreuk wordt gepleegd, kan degene (in dit geval de KNVB) die feitelijk over informatie kan beschikken het gebruik van die informatie aan anderen (in dit geval de NOS) ontzeggen of aan het gebruik ervan voorwaarden stellen.

Elvis Presley

In 1989 doet de Hoge Raad uitspraak in een zaak tussen BMG Music (New York) en BMG/Ariola Benelux BV (Hilversum) tegen Boogaard Trading en Sonortape (beide uit Lopik) over .

Ze concludeert dat de producent (die dus geen auteursrechten heeft), maar met toestemming van de kunstenaar (in dit geval Elvis Presley) opnamen maakt, rechten heeft. Artikel 1401 BW beschermt tegen gehele of gedeeltelijke overname van die opnamen voor commerciële doeleinden door derden.

Esselte/Ten-Tronies

Een bijzondere is die van het FilmNet, een televisiedienst van het Zweedse Esselte waarbij abonnees van FilmNet met een decoder gecodeerde beelden kunnen bekijken. Het bedrijf Ten-Tronies brengt een decoder op de markt. Mensen die deze decoder kopen kunnen daarmee zonder een abonnement op FilmNet de beelden van Filmnet bekijken. Esselte wint de zaak. Je zou kunnen zeggen ‘op grond van prestatie-ontlening’.

Meer informatie:

Print deze pagina
Bovenstaand bericht is geschreven op 28 mei 2016 door in de categorie 2016, Algemeen

Vorige en volgende berichten

« Ouder: Nieuwer: »

Een willekeurig bericht

Ik schrijf op deze site over allerlei onderwerpen. Soms is het heel persoonlijk, soms vooral informatief of beschouwend. Hieronder een willekeurig bericht uit ruim 2000 berichten.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *